Momenteel zit Dick N. in Indonesie in de cel. Als het vonnis, zoals het er nu ligt, wordt uitgevoerd staat Dick, net als destijds in Singapore, Johannes van Damme ,
de doodstraf te wachten. Een gruwelijk vooruitzicht. En opmerkelijk: volgens de informatie die via de landelijke en internationale kranten naar buiten is gekomen
leek Dick betrokken bij de opzet van een XTC lab. Nergens staat er inderdaad drugs zijn geproduceerd. De Nederlandse regering en de Europese Unie hebben aan de bel getrokken bij de regering in Djakarta. Laten we hopen dat het wat uithaalt. De doodstraf is in de meeste landen afgeschaft. Dick N. heeft volgens de nationale en internationale bronnen, dus
geen pil of stof geproduceerd. En misschien waren er plannen, maar je mag toch verwachten dat men zich daarover in Djakarta nog eens achter de oren krabt. Verstandig was het dus niet, met (heel algemene) kennis over chemie naar Djakarta te komen: de kennis die nodig is voor het maken van chemische drugs
kan iedereen binnen een paar uur van het net plukken. Maar ben je dan meteen expert??? En om daarvoor iemand te excecuteren? Als ik alle info goed heb geordend was er dus geen drugsproductie. En plannen? Tsja, we plannen allemaal wel eens wat. Maar
tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren, dichte Elsschot ooit. Voor de droom staan geen wetten, die staan voor de daad. Een vangst van pillen zou aantonen dat er een daad is geweest. Niks, er is geen pil gemaakt.!!!Spannende tijden voor Dick. Een paar jaar geleden sprak ik met Pedro Ruyzing, die wel in het bezit van drugs was en werd gepakt in Thailand. Hier volgt Pedro's relaas. Iedereen die het vermanende vingertje heft, moet toch beseffen, dat alleen al jaren in een gevangenis een zo zware straf is, dat niemand over recidive piekert.....Thailand is Indonesie niet, maar wie weet bestaan er ook daar krachten die Dick N. kunnen helpen om zijn vonnis te herzien....
Pedro Ruyzing zat bijna tien jaar vast in de beruchte Bang Kwang gevangenis in Thailand omdat hij werd gepakt met twee kilo heroïne in zijn handbagage. Eerst leek het erop dat hij de tweede Nederlander zou worden na Johannes ten Damme die wegens drugssmokkel zou worden opgehangen. Maar omdat hij meteen bekende werd die doodstraf omgezet in levenslang. Tijdens het staatsbezoek dat koningin Beatrix vorig jaar bracht aan koning Bhumibol werd aan hem en de Nederlandse Ghanees George Ofosuhene die vastzat voor eenzelfde vergrijp, gratie verleend. Na tien jaar zette Ruyzing weer voet op Nederlandse bodem.
"Het leek een sciencefiction verhaal: Internet, mobiele telefoons, tientallen televisiekanalen en een drie keer zo groot Heerhugowaard. Ik herkende mijn eigen stad bijna niet. Alsof ik in een tijdscapsule had gezeten. Alle veranderingen moest ik in één keer zien te verwerken"
Voor zijn gedwongen verblijf werkte Ruyzing als taxichauffeur in Heerhugowaard. "Vroeger kende ik elk hoekje en gaatje, nu moet ik regelmatig de weg vragen," zucht Pedro, "Maar ik ben vastbesloten om mijn oude vak te hervatten en uit ervaring weet ik dat gewenningsprocessen soms sneller gaan dan je voor mogelijk houdt."
Pedro denkt even na over mijn vraag, hoe iemand het in zijn hersens haalt om voor zo'n geringe hoeveelheid drugs en de daaraan verbonden verdienste van 25.000 guldens -voor Pedro is de euro ook een nieuwigheid- zijn vrijheid, en zelfs zijn leven op het spel te zetten. Realiseerde hij zich niet dat je met zo'n hoeveelheid misschien als katvanger weg getipt zou worden voor een groter transport?
"Je krijgt het aangeboden, zo'n deal. Van wie en hoe hou ik liever voor me. Tot dat aanbod kwam, had ik er eigenlijk nooit over nagedacht. En dan denk je bij je eigen: zoveel geld, dat is makkelijk verdiend. Bovendien hebben ze me laten zien hoe het verpakt wordt. Dat wegwerken van die heroïne deden ze zo goed dat ik vrijwel zeker wist dat het wel moest lukken. Het spul zat in een soort reistas, verstopt tussen kartonachtige schotten die normaal ook in zo'n tas zitten. Waterdicht. Het leek zo'n professionele aanpak. Dus ben je ervan overtuigd dat het goed zit. Dat ik katvanger zou zijn, daar ging ik niet van uit. Ik dacht dat het gewoon voor iemand was die klein wilde beginnen. Maar ik was dus verlinkt. Ik kreeg later via een advocaat uit Nederland te horen dat er op hetzelfde vliegtuig een vrouw met veertien kilo wel is doorgekomen. Georganiseerd door dezelfde mensen. Dat was wel even wrang: veertien kilo probleemloos in Nederland en ik daar vast met twee kilo. Toen heb ik wel wraakgevoelens gehad tegenover mijn opdrachtgevers. Waarom ik nou? vroeg ik me vaak af. Maar daar schiet je niks mee op, het leven gaat door en achter elke organisatie staat weer een grotere organisatie. Ik moest me op één doel te richten: overleven."
Nog even terug. Jij komt aan op dat vliegveld, met die geprepareerde tas. Op weg naar Nederland, dat denk je tenminste. En dan?
"Ik kom aan op het vliegveld met een Thaise vriendin. We checken in. Die tas was dus al zonder problemen door de poortjes. Ik dacht dat alles op rolletjes liep en ik erdoor was, toen de man achter de balie vroeg of hij nogmaals mijn paspoort mocht zien. Zonder argwaan zeg ik 'natuurlijk', geef mijn paspoort af en hij geeft het weer terug. Op dat moment draaide ik me om.Vier man om me heen. 'Wilt u even meekomen? Toen voelde ik dat het misschien niet goed ging. Maar vaag. Ik dacht dat het om een routinecontrole ging. Onbewust begon het proces dat het wel eens helemaal foute boel zou kunnen zijn. Het is misschien een verdedigingsmechanisme om jezelf een tijdje voor de gek te houden. Mijn vriendin en ik gingen naar verschillende kamertjes, ze maken de ritssluitingen open, onderzochten of ik wat op mijn lichaam meedroeg, wat niet zo was. Ze maakten die tas open, wisten meteen waar ze moesten zoeken, pakken een mesje en binnen een paar seconden was de inhoud bekend. 'Dit is geen goed nieuws,' flitste door me heen. Het was een beetje onwerkelijk. Dat ik echt gepakt was, voelde ik toen nog niet. Ik begon wel langzaam te beseffen dat ik in een penibele situatie zat. Maar terwijl ze het spul op een weegschaal legden zat ik nog op mijn klokje te kijken van: jongens schiet nou op, want mijn vliegtuig gaat zo. Idioot natuurlijk, maar op zo'n moment dringt er maar weinig tot je door. Het viel me wel op ze vriendelijk bleven, correct wogen en me niet meer in de schoenen schoven dan ik bij me had. Was ook niet nodig, in Thailand zijn de straffen voor drugssmokkel niet afhankelijk van de hoeveelheden. Halve kilo of zestig kilo: er zijn maar twee opties, doodstraf of levenslang. Maar dat wist ik toen nog niet. In Thailand gelden alleen lichtere straffen als het om cannabis gaat, maar die zijn evenmin mals. Onlangs is er een Nederlander gearresteerd met acht kilo 'ganja' zoals ze marihuana daar noemen en die heeft acht jaar gehad.
Je kreeg eerst de doodstraf?
"Zal ik je uitleggen. Van het vliegveld ga je naar het politiebureau en dan komt de volgende dag een afvaardiging van de Nederlandse Ambassade. Die zeiden: 'het ziet er allerminst goed uit voor je, maar we willen je eerst vragen of je wel schuld bekend hebt.' Ik denk, wat nou schuld bekennen. Ik stond daar tenslotte met twee kilo in mijn handen van iets waarvan ik moeilijk kon zeggen dat het waspoeier was. 'Nou,' zegt iemand van de ambassade, 'Dan heb je geluk gehad, dan krijg je alleen maar levenslang in plaats van de doodstraf.' "Toen dacht ik bij mezelf: levenslang? En alléén maar levenslang? Ik zei dat ze me dan wel de doodstraf mochten geven, want ik zag me daar niet levenslang zitten. Die man vertelde me toen dat levenslang een uitspraak was die er niet om loog, maar gaf me ook een sprankje hoop door te vertellen dat levenslang in Thailand niet altijd betekent dat je tot je dood in de gevangenis blijft, maar ook wel strafvermindering of gratie. Nou wordt er welles gemopperd over de diplomatieke diensten, maar voor die mensen op de ambassade in Thailand heb ik alleen maar lof. Ze hebben me ondersteund waar ze konden. En dat eerste sprankje hoop dat ik van ze kreeg, dat was het begin van mijn overlevingsdrang. In de gevangenis circuleerde onder de gedetineerden een soort scorelijst van ambassade's. En ik verzeker je: Nederland stond bovenaan. Nou ja, eigenlijk Zweden, maar voor mij Nederland."
Je komt natuurlijk niet meteen in de gevangenis?
"Eerst twaalf dagen politiebureau. Dat is een hel vergeleken bij de gevangenis. Je moet daar op een matje op de harde grond liggen. Stikdonkere wc, afgeschermd met iets wat je niet eens een muurtje kunt noemen. Kakkerlakken en ratten kruipen om- en over je heen. Het stinkt er als de hel, en je zit met twee tot twaalf man in een cel. Soms wel twintig. In de hitte en zonder ventilator. Daarna ga naar een soort huis van bewaring voor mensen die nog niet veroordeeld zijn. Maar op een of andere manier accepteer je het. Je moet wel. Als je je mentaal verzet, ga er aan onderdoor. "
Hoe breng daar je je dag door ?
"Om half zeven sta je op en ga je de cel uit. Je moet je met duizend man zien te vermaken op een oppervlakte ter grootte van een voetbalveld. In het begin heb je nog helemaal niks. Geen lectuur, geen ontspanning, niks. Dus je loopt maar wat rondjes en probeert een doelloos leven zo zinvol mogelijk in te vullen. Om vier uur moet je weer naar je cel. Daar zit je dan met vierendertig anderen. Op een oppervlakte van acht bij vier meter. Voor jezelf heb je een plekje van een kleine vijfendertig centimeter om te slapen. Als je 's nachts even weg moet om te pissen is je plaats weg. Het is echt niet normaal en zeker naar de maatstaven hier: mensonwaardig. Maar in de loop van de tijd leer je wat mensen kennen, je ontmoet een paar buitenlanders die engels spreken. Dat maakt het allemaal draaglijker omdat je er niet meer alleen voor staat. Het eten in de gevangenis is slecht. Theoretisch moet je er op kunnen leven, maar praktisch is dat onhaalbaar. Elke dag een soort soep met vissenkoppen erin en wat drijvende klompen pompoen. Maar binnen de gevangenis bestaan winkeltjes waar je tegen betaling echt eten kon kopen. En dat was redelijk. Meestal nasi-achtige gerechten. Wat ik ook veel at was gewoon gekookte rijst met sardientjes in tomatensaus. Ik kan nou geen sardientjes meer zien."
Prikkeldraad, cellen, muren en dan zijn er natuurlijk ook bewakers.
"In het begin houden ze een zekere afstand tot nieuwkomers. Ze willen uitvissen of je gebruikt, of je agressief bent, of je interesse hebt in gokken. Ik wist natuurlijk wel dat elke bewaker corrupt was, maar hoe ik daarmee om moest gaan was me in het begin volstrekt onduidelijk. Je voorarrest wordt overigens om de veertien dagen even onderbroken omdat je dan pro-forma even voor de rechter moet verschijnen om de zaak te verlengen. Voor je veroordeling word je naar de rechter gebracht met zo'n ouderwetse stalen ketting, zeven kilo zwaar, om je enkels. Van die dingen die je hier alleen nog in cartoons ziet. Je wordt veroordeeld. De man van de ambassade vertaalt het vonnis even en zegt bijna geruststellend: 'Het is dus toch levenslang.' Dan ga je met ketting en al weer terug naar je cel. Het is nog nauwelijks tot je doorgedrongen wat dat betekent. Die ketting blijft de hele nacht vastzitten, en wordt aan een ring bevestigd, waarschijnlijk omdat ze bang zijn dat je zelfmoord pleegt. Je hebt net genoeg bewegingsruimte om te staan en als je goed kunt richten is het mogelijk om precies in de pisbak te pissen. Maar gelukkig duurde dat maar één nacht. Op zo'n moment realiseer je je dat je nooit in je leven maar een moment erover hebt gefantaseerd dat zoiets bestaat en dan zit je er opeens midden in."
Dan ben je wel bijzonder onvoorbereid aan je avontuur begonnen. Het was tien jaar geleden toch geen geheim dat de omstandigheden in Thaise gevangenissen er niet om logen.
"Okee, maar ik heb ook niet beweerd dat het verstandig was om erin te stappen. Ik begrijp best dat er op drugssmokkel gevangenisstraf staat. Overigens ben ik voor legalisatie van drugs, maar dat heeft hier natuurlijk niks mee te maken. Dat ik ben veroordeeld vind ik niet onterecht. Maar dat je naast die straf, het inleveren van je vrijheid, moet leven in zulke erbarmelijke omstandigheden vind ik wel degelijk een fout, bijna een misdaad, van het systeem. Ook zo'n ketting was eigenlijk een straf bovenop de straf. Die kettingen werden ook als strafmaatregel gebruikt om lastige gevangenen in het gareel te houden. Zelfs als je van ondergoed moest wisselen bleef die ketting vast. Er bestaat een manier om het op te lossen, maar daarvoor moet je wel een soort slangenmens wezen. Een soort goocheltruc. Ik kan 't je niet uitleggen, je zou het moeten zien, maar ik hoop het nooit te hoeven demonstreren. Voor mij duurde die ketting van vernedering maar een nacht. Maar wie nu met drugs wordt gepakt moet dat marteltuig minstens drie maanden met zich meezeulen. Dat is de vooruitgang in het Thaise gevangeniswezen."
Dan zit je daar en dan is er nog zoiets is als een thuisfront?
"In het begin ben je uitsluitend bezig met het vinden van je eigen plek in dat onbekende, geheel. Ik begon dus met het schrijven van brieven omdat het de enige manier is om met buiten contact te maken. Het schrijven, versturen en ontvangen van post bleek geen onoverkomelijk probleem. De post werd wel gecensureerd. Hoe ze dat voor elkaar kregen is nog steeds een onopgelost raadsel, omdat ik er nooit een bewaker heb ontmoet die een fractie Nederlands begreep, maar toch werd alle post gelezen. Maar desondanks is er nooit echt geschrapt in mijn brieven. Alles wat ik over het leven in de gevangenis schreef bereikte Nederland. Ik kon bijvoorbeeld rustig schrijven dat er een levendige handel in dope was, waar de bewakers een belangrijke rol in hadden. Alle brieven kwamen erdoor. Als een Brit zoiets schreef bereikte die brief nooit zijn bestemming. De corruptie binnen de muren was enorm. Noem het maar op, je kon het zo gek niet bedenken of het was mogelijk. Als je maar geld had. Je kon net niet een avondje stappen, maar dat was eigenlijk de grens. Van drugs tot vrouwen, van alcohol tot gokken, het was helemaal geïntegreerd binnen het systeem."
Jij werd beroemd. En dat hielp. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
"Het geluk heeft daarbij wel een handje geholpen. Het begon ermee dat ik zo nu en dan werd bezocht door een aantal meiden van de KLM. Die beloofden mij uit zichzelf dat ze zouden proberen aandacht voor mij te krijgen in de pers. Eerst benaderden ze Panorama en Nieuwe Revu. Vergeefs. Daarna gebeurde er toch iets wat het hele circus in gang zette. Er verscheen een stukje in Libelle over mij, helemaal niet zo groot, maar het leverde drieduizend brieven op. De bewakers kwamen postzakken tegelijk aanslepen. "Peter you've got mail." Ook mijn bezoek bestond voor meer dan negentig procent uit Nederlanders, omdat omdat ze mijn naam en adres vonden op billboard briefjes in hotels en guesthouses. Voor sommigen was het een uitje om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, maar de meesten kwamen uit oprechte belangstelling en om me een hart onder de riem te steken. 'Zit je hier al zes jaar?,' vroegen ze dan, 'Wat heb je dan wel niet gedaan.?' 'Twee kilo,' antwoordde ik dan. In Nederland komt die hoeveelheid tegenwoordig in de buurt van een overtreding. Ik vertelde ze dan dat in 1997 de koning van Thailand amnestie had gegeven voor iedereen die levenslang had. Dat werd toen gereduceerd tot veertig jaar. Een lachertje natuurlijk, een soort symbolisch gebaar. Veertig jaar in Thailand is natuurlijk hetzelfde als levenslang. 'Die is gestoord,' hoorde je ze dan denken. Maar wat moest ik anders? Klagen? Daarmee kwel je jezelf en kom je nergens. Het bezoek en de publiciteit maakten het leven dragelijker, ik kreeg tijdschriften, boeken en kranten toegestuurd. De uitgeverij van Baantjer stuurde om de paar maanden een exemplaar. Ik had ze geschreven dat ik ze graag las. Een feest van herkenning. Het gaf me even het gevoel weer thuis te zijn."
De wereld van Baantjer staat wel erg ver weg van het leven in een Thaise gevangenis.
"Een Thaise gevangenis is een afspiegeling van de marge van de maatschappij. Als je om je heen kijkt zie je ze slikken, spuiten, snuiven en gokken om het leven. Verdomme, denk je dan: geven ze mij levenslang en er is gewoon dope in de gevangenis. Die hypocrisie is voor een redelijk mens ondenkbaar. Vooral als weet dat het door dezelfde personen wordt binnengebracht die jou hebben gearresteerd en die jou moeten bewaken. Mijn kijk op autoriteiten is wel kritischer geworden. Want natuurlijk gebeurt dat niet alleen in Thailand. Maar in het begin vond ik het uitermate cynisch. Nou verbaas ik me nergens meer over. Om een beetje als mens te kunnen functioneren moesten we wel steekpenningen betalen. Zo is het ons bijvoorbeeld gelukt om een cel te leasen. Een paar Amerikanen, Australiërs en ik stopten de bewaker een envelop met inhoud in handen. 'We willen een cel voor onze groep, twaalf man en twee ventilatoren.' De bewaker liep even discreet uit beeld, zogenaamd om na te denken, in werkelijkheid natuurlijk alleen maar om het geld te tellen. Meteen was het geregeld. In plaats van met 25 zaten we nou comfortabel met vrienden onder elkaar. Toen we een keertje vergaten om op zijn verjaardag een envelop te lappen werd dat meteen afgestraft door twee man extra in ons 'appartement' te proppen. Geweld was een alledaags verschijnsel. Niet onder de buitenlanders die voor drugs zaten, maar de Thais raakten onderling vaak slaags. Meestal een vereffening van dope- of gokschulden. Dat ging er hard aan toe. Ik heb meegemaakt dat een klein Thais mannetje opeens naar voren sloop en binnen een paar seconden een man, pal voor mijn neus, vier keer met een schroevendraaier in de nek stak. Hij was, na een paar seconden schokkend op de grond te hebben gelegen, waarbij het bloed alle kanten opspatte, meteen dood. Ook heb ik iemand met een kapmes afgeslacht zien worden. Tenminste vier moorden hebben zich vlak voor mijn neus afgespeeld. Dat zit je niet in je koude kleren. Ik geloof dat het in alle gevallen om gokschulden ging. Zelf was ik niet bang, want als je je buiten die gok- en dopewereld hield liep je geen risico. De meeste buitenlanders bleven buiten dat wereldje."
Bijna tien jaar een monotoon bestaan geleid.
"Nu ik terug ben lijkt de tijd omgevlogen. Maar inderdaad, het was een heel monotoon, basic leven. In feite hoefde je niks anders te doen dan verblijven binnen een wereldje dat was afgeschermd van de buitenwereld. De tijd kabbelde voorbij, alles ging volgens de vertrouwde routine en je dagelijkse zorgen beperkten zich tot de vragen: wat eet ik vanavond en hoe heet wordt het vandaag. Dat kleine veldje en die cel is dan de hele wereld. Je voegt je er naar. Het bestaan wordt statisch en je maakt je nergens meer druk om. Het geeft een soort rust. Geld kreeg ik een keer per maand van de ambassade, net genoeg om beter eten van te kunnen betalen, de extra's kwamen van het thuisfront. Om eerlijk te zijn: ik mis die kleine wereld van de gevangenis diep in mijn hart soms een beetje. De sfeer, de jongens, de routine, het gebrek aan hectiek. Schrijf nou niet op dat ik terug wil, mij zie je nooit weer in Thailand, ik mag er niet eens meer in, ik wens nooit meer een dag van mijn leven in een cel door te brengen."
Maar de spanning kwam toen je met de pers te maken kreeg.
"Na die 3000 brieven kreeg ik hoop. Ik schreef een bedankje, dat ze plaatsten, omdat ik natuurlijk geen 3000 brieven kon beantwoorden. Ook dat genereerde aandacht. Ik vermoedde dat er een machine op gang was gekomen. Een jeugdvriendin spande zich ontzettend voor me in en ik kreeg iemand op bezoek die website's bouwde, die een site over mij maakte. Binnen de gevangenis merkte ik daar, behalve via de post, niet veel van, maar ik wist dat ik niet meer een anoniem persoon was. Het schrijven van brieven werd zo'n beetje een dagtaak. Tegen betaling mocht ik daarom vaak de hele dag alleen in mijn cel blijven om ongestoord te werken. Ik heb me daar een hoeveelheid brieven geschreven. Ik kreeg zo contact met een vriendin die een kapsalon had. Zij zette een potje neer waarin klanten een bijdrage konden storten om mij te ondersteunen. Zulke dingen gaven hoop. Zo kwam ik ook onder de aandacht van Brigitte, de vriendin van mijn inmiddels overleden broer. Zij heeft zich ongelooflijk voor me ingezet. Daardoor kreeg ik het vooral de laatste vijf, zes jaar, naar omstandigheden, goed. Pech en geluk bij elkaar. Goedbeschouwd een unieke combinatie, maar zo voelde het wel. De website
www.prisonlife.nl (wellicht nu uit de lucht??? F.W.) werd druk bezocht en dat genereerde ook publiciteit en aandacht. Ik had geen notie van de enorme impact van internet."
Er kwam een proces van 'stille diplomatie' op gang. Was je je daar bewust van?
"Ongeveer een jaar geleden hoorde ik het gerucht dat Beatrix naar Thailand zou komen. En toen dacht ik dat dit wel eens mijn kans kon worden. De ambassade er natuurlijk over aangeschoten, maar die deden een beetje of hun neus bloedde. Maar de signalen kwamen wel door. Inmiddels had ik ook contact met Boris Diettrich van D66, die drie keer in Thailand was geweest om te polsen over een verdrag over uitlevering. Nederland was destijds een van de weinige landen zonder zo'n verdrag. Hij vertelde me onomwonden dat dat staatsbezoek wel op de agenda stond. Daarna kreeg Brigitte een mail van Diettrich dat ik op de agenda stond van het protocol rond dat staatsbezoek. Dan ga je natuurlijk een beetje schrikken en slinger je tussen vrees en hoop. Vlak daarvoor was de ambassade nog geweest met het voorstel om nog eens een gratieverzoek in te dienen -het eerste was afgewezen- en ik vroeg 'waarom moet dat nou? Het kost tenslotte alleen maar geld en leidt nergens toe. Maar ze bleven pushen en ik was natuurlijk wel zo slim om te begrijpen dat het met dat bezoek te maken had. Dus schreef ik het."
Beatrix kwam dus.
"Er bleken twee Nederlanders, die Ghanees en ik, op de agenda te staan voor gratie. Ik denk dat Beatrix misschien niet eens van mij gehoord heeft omdat haar aandeel natuurlijk alleen maar officieel was. Maar daaraan vast zat natuurlijk een heel offensief van diplomatiek opereren, vooral door Diettrich en minister Bot. En toen kwam ze. Breed uitgemeten op de Thaise televisie. Het werd een sensatie in Thailand. Ik kon het allemaal op het scherm volgen, maar ik had nog geen enkel bericht ontvangen over wat er ging gebeuren. Samen met Michiel Kuyt, die inmiddels in dezelfde gevangenis zat, keek ik naar de koningin. Surrealistisch. De derde dag overhandigde Beatrix cadeaus aan de koning. 'Daar zit jouw gratieverzoek bij,' grinnikten mijn maten. Bullshit natuurlijk, maar spannend werd het wel. De vierde dag kwamen er 's twee Thais' naar me toe. 'Peter, today or tomorrow, you go home,' zeiden ze. Ik dacht aan een grap. Ze vroegen of ik wilde wedden. Natuurlijk niet. Mijn principe was dat je niet gokte in de bak. Ik zei: als ik vandaag of morgen niet naar huis ga, krijg ik van jullie 2000 baht. Ga ik wel naar huis, krijg je van mij vierduizend. Ze gingen erop in en toen drong het door dat het serieus was. Die Thais kenden de gevangenistamtam natuurlijk beter dan ik. Maar ik wist niks. Dus wilde ik zekerheid en vroeg aan die Thais wie het ze had verteld. Ze zeiden: de bewaker van de death-row. Dat was de bewaker die ook altijd mijn euro's wisselde. Hij zei dat 't klopte. 'Vandaag wordt het niks meer, maar morgen ga je.' Ik keek hem aan en vroeg 'je zit me nog niet in de zeik te nemen?' Hij antwoordde:'Peter, je hebt jaren bij me gewisseld, heb ik je ooit besodemiederd?' Nee, dus. Hij had in de administratie de opdracht voor mijn vrijlating gezien. Terug in mijn cel hoorde ik opeens mijn naam omroepen. De hele gevangenis in rep in roer. Allemaal joelden ze: you go home. Op de schouders van de massa werd ik naar de hoofdbewaker getild.. Daar hoorde ik dat mijn gratieverzoek was ingewilligd. De tranen liepen over mijn wangen. Het was tegen half vier en alle cellen waren zoals gewoonlijk op slot behalve de mijne. Voor het eerst in negen jaar zag ik de gangen volledig leeg. Het leek een andere gevangenis. Bizar. De paar spulletjes bij elkaar geraapt, m'n tv aan Michiel Kuyt gegeven. Afscheid genomen met de opmerking 'voor jullie komt er ook een tijd.' Wist ik wat ik moest zeggen."
Je was vrij
"Nou ja, ik werd geboeid naar't vliegveld gebracht, kreeg daar van de ambassade een stel nieuwe kleren en ik werd vorstelijk getrakteerd op een flinke hoeveelheid Heineken. Pas toen het vliegtuig opsteeg en Thailand onder me wegzakte wist ik dat alles achter de rug was. En nou ben ik mijn ervaringen aan het verwerken. Ik geef lezingen op scholen, niet tegen drugs, of iemand wil gebruiken moet hijzelf weten, maar tegen de stommiteit die ik heb begaan: het smokkelen van drugs. Een ding verzeker ik je, als ik Beatrix tegenkom krijgt ze van mij een zoen op beide wangen. Wat heb ik veel aan dat mens te danken. En ik weet nou dat er naast veel klootzakken, ook heel veel mensen zijn die hun medemens, al is hij de fout in gegaan, niet laten barsten. En ik heb mezelf beter leren kennen. Want als je tien jaar in een Thaise gevangenis overleeft kun je het leven aan, dat geeft zelfvertrouwen en moed. Easy money bestaat niet, dat is zeker!
Feije Wieringa