how does it that I could come up te here, and be still floating. And I will remember the place that is now, that has ended before the beginning. RogerMcGuinn: One, Two, Three, Four, More! More! More! 5D A free press is not a privilege, but an organic necessity in a great society (Walter Lippmann) Crystal: Do you realize that most people use two percent of their mind's potential? Roseanne: That much, huh? Feije Wieringa 's observations and notes about life
Liever niet....
Wat mij betreft had het niet gehoeven. Zelf zou ik het nooit doen. Ongevraagd bidden opdringen, mag dat zomaar????? Of zouden ze de here here soms willen vermurven om't niet te laten regenen op 30 april Dan hebben zij, gezien hun vochtwerende kleding, weinig vertrouwen in hun lord..Terecht, want nu ik dit tik regent het pijpenstelen en is pas LSD pionier Albert Hoffman overleden. 102 is hij geworden en daar staan wij binnenkort even bij stil!!!!
Harlan Coben, defensie, en hoe kun je weten waar iemand anders zich bevindt....

Media verzocht te zwijgen omtrent de aanwezigheid van luitenant, van Uhm in Afghanistan, meldde het AD zaterdag. Van Uhm is inmiddels, geheel toevallig, gesneuveld. Hebben die lui bij defensie dat verzoek gedaan via de tam tam? Via een koerier? Via het internet? En gaan ze er bij defensie niet vanuit dat de tegenstander mogelijk beschikt over zoiets als een inlichtingendienst? Bestaat het Handboek Soldaat eigenlijk nog? Hebben de lui, die de militaire academie ooit bezochten, zoals bijv. generaal van Uhm daar dan nooit van het begrip mollen gehoord? Nooit een boek van Graham Greene gelezen.....Nooit gehoord dat het journalisten en andere verzamelaars van info regelmatig overkomt dat ze even moeten kijken want: er hangt een tasje met info aan je deur.... In het pas verschenen boek Hold Tight (verschenen bij de Boekerij als Houvast beschrijft Harlan Coben hoe iemands locatie exact via GPS bepaald kan worden. Chips in moderne mobieltjes worden bij beweging automatisch ingeschakeld en geven de positie van het toestel door tot op de meter nauwkeurig. Via het internet...Coben: "De technologie die in dit boek wordt gebruikt is allemaal echt.En dat niet alleen. Alle beschreven soft- en hardware zijn voor iedereen te koop.De namen van de produkten zijn veranderd, maar zeg nu zelf, wie zal zich daardoor laten weerhouden?" http://www.boekerij.nl/result-titel.asp?ISBN=9789022549928
EINDE GEDOOGBELEID IN ZICHT!
Christelijke partijen draaien het gedoogbeleid de nek om!!!
De Tweede Kamer wil diepgaand onderzoek naar de gevolgen van het Nederlandse drugsbeleid, omdat men een toename veronderstelt van problemen bij blowende jongeren en van ‘overlast’ van coffeeshops. Maar regeringspartij CDA vindt zo’n wetenschappelijk onderzoek eigenlijk niet eens nodig, want bij het CDA weten ze namelijk precies hoe het zit: ‘drugs’ zijn slecht en moeten daarom worden verboden… Kan op deze manier, waarbij wetenschappelijke rapporten van tafel worden geveegd en het debat uitsluitend word gevoerd op irrationele, emotionele en zelfs religieuze gronden, überhaupt nog wel worden gesproken over een ‘debat’?
Het christelijke kabinet is de koning gebleken van de verbodsbepalingen. Zelfs de vrijheid van meningsuiting staat in Nederland onder de druk. Als dit kabinet haar zin krijgt worden binnen niet al te lange tijd alle coffeeshops dichtgetimmerd, alle growshops verboden en alle blowers worden weer als criminelen beschouwd.
Het Nederlandse gedoogbeleid werkt prima, want de scheiding van de markten tussen hard- en softdrugs is een feit. Daardoor zijn tienduizenden blowers in Nederland niet aangewezen op criminelen om hun wiet te betrekken, maar gewoon op gereguleerde en bonafide coffeeshops.
In de ons omringende landen is er steeds meer begrip voor de Nederlandse aanpak. Landen als Duitsland, Tsjechië en Zwitserland flirten openlijk met een gedoogbeleid naar Nederlands model. In Nederland zijn dan ook minder drugsproblemen dan in landen als de VS, Frankrijk, Zweden en Italië, waar cannabisgebruik ten strengste verboden is. Het feit dat softdrugs in Nederland makkelijk verkrijgbaar zijn, heeft NIET geleid tot excessen. In Nederland zijn verhoudingsgewijs zelfs minder softdrugsgebruikers dan in de ons omringende landen. Het voeren van een anti-cannabis campagne door de huidige Nederlandse regering is dan ook geen kwestie van volksgezondheid, maar van religieus moralisme.
Onder de kabinetten Balkenende is het succesvolle gedoogbeleid steeds meer onder druk komen te staan. Straffen op het kweken van wiet zijn enorm verzwaard. Thuiskwekers kunnen zelfs zonder tussenkomst van de rechter uit hun huis worden gezet. Coffeeshops in de buurt van scholen moesten sluiten, het zogenaamde afstandscriterium. Alleen al in Rotterdam moesten 27 shops op die manier dicht. In acht jaar tijd is het aantal coffeeshops in Nederland met maar liefst veertig procent gedaald.
Maar dat is nog lang niet genoeg voor dit kabinet. Minister Hirsch Ballin wil nu zelfs nog een paar stappen verder gaan. Als het aan hem ligt wordt het uitsterfbeleid voor coffeeshops opgeschroefd en worden growshops en hennepbeurzen verboden, alsmede ‘gegevens’ waarmee je wiet kan kweken. Wil dat zeggen dat straks de Highlife en de Soft Secrets ook verboden gaan worden? Wil dat zeggen dat je dadelijk, als je op internet iemand een kweektechnisch advies geeft, strafbaar bent? Gaat Hirsch Ballin nu razzia’s houden in tuincentra, om te kijken of er materialen in de schappen liggen waarmee wiet gekweekt kan worden?
Het is natuurlijk volstrekt duidelijk dat handhaving van Hirsch Ballin’s wensen volstrekt onmogelijk is voor het op steeds hoger toeren draaiende opsporingsapparaat van Nederland. Daarom wil Hirsch Ballin een met opzet zeer vaag omschreven wetsbepaling in de al bestaande Opiumwet erdoorheen jassen in de Tweede Kamer. Met die vage wetsbepaling in de hand (en een Bijbel in de andere, hopen het CDA en de Christen-Unie) kan elke politieagent, Officier van Justitie, rechter of huurbaas zijn eigen interpretatie geven aan de Opiumwet. Het wordt dus prijsschieten voor al die ambtenaren straks, en iedereen die op de een of andere manier betrokken is bij de cannabisbranche, is vogelvrij verklaard. Inclusief recreatieve blowers.
Als dit kabinet zijn zin krijgt, dan …
-wordt kweken van wiet op geen enkele wijze meer gedoogd
-wordt het roken van een jointje weer strafbaar (dus ook niet de vier plantjes op je balkon in de zomer)
-worden softdrugsgebruikers steeds ernstiger gecriminaliseerd
-wordt hennepzaad verboden
-moet je je wiet voortaan kopen bij de lokale dealer die ook coke, heroïne en pillen voor je in de aanbieding heeft
-maakt het niet meer uit of je soft- of harddrugs gebruikt, voor de wet zijn ze immers weer hetzelfde
- zal het multi-drugsgebruik in Nederland weer toenemen
- zullen er weer meer junkies en alcoholisten in het straatbeeld verschijnen
- komt er een einde aan de sociale functie van coffeeshops
- mag je zelfs niet meer fluisteren over cannabisplanten
- gaat Nederland 30 jaar terug in de tijd, terwijl andere Europese landen juist vooruit gaan met hun softdrugspolitiek
- zal onze zelfbeschikking steeds verder woren teruggedrongen
HET IS VIJF VOOR TWAALF! CANNABISTEN, WORD WAKKER!
Hirsch Ballin en zijn alziende en alwetende CDA- en CU-makkers gaan de wetsbepaling er door drukken, want ze hebben momenteel een Kamermeerderheid. Van de PvdA hoeft de cannabis-consument overigens helemaal niks meer te verwachten, die blijven liever met hun Bijbelvaste vrienden van het CDA en CU op het pluche zitten dan dat ze zich hard maken voor het (mede door de PvdA ooit opgerichte) Gedoogbeleid.
Verzet je nu het nog kan!
Wij van Highlife en Soft Secrets vonden het de hoogste tijd worden voor een tegengeluid. Zet je naam en handtekening op deze petitie, en zoek minstens nog 24 andere mensen die de petitie ondertekenen. Wij zullen alle handtekeningen verzamelen en op het geschikte moment aanbieden aan de Tweede Kamer.
Stilzitten en hopen dat de bui overwaait is geen optie meer. Te lang heeft onze branche gedacht dat het gedoogbeleid onaantastbaar was. Met de komst van een extreem-christelijk kabinet lijkt het begin van het einde nu echt in zicht te komen.
Onderteken de petitie nu!
Coffeeshops en growshops: vraag je klanten om te tekenen!
Petitie:
Geachte minister Hirsch Ballin,
Met schrik en ontsteltenis hebben wij kennis genomen van de door u beoogde aanpak van het huidige, goed functionerende gedoogbeleid. Graag zouden wij willen zien dat u, als verantwoordelijk minister en volksvertegenwoordiger, de resultaten van het door de Tweede Kamer gewenste onderzoek afwacht en uw beleid daarop afstemt.
Het stoppen van het huidige gedoogbeleid zal alleen maar als gevolg hebben dat de hele handel in cannabis diep ondergronds gaat, en dat er dus weer meer criminaliteit zal zijn, omdat de prijzen automatisch omhoog gaan. Er zal niemand stoppen met blowen omdat u het gedoogbeleid afschaft, de vraag zal dus gewoon blijven bestaan. Het aanbod ook.
Naar schatting roken 800.000 Nederlanders regelmatig een jointje. Ik ben daar één van.
Naam: Datum: Plaats:
Stuur deze ingevulde petitie (zonder postzegel) naar:
Discover Publisher BV
Petitie
Antwoordnummer 10011
5460 VB Veghel
Meer info op:
www.highlife.nl
www.softsecrets.nl
De Tweede Kamer wil diepgaand onderzoek naar de gevolgen van het Nederlandse drugsbeleid, omdat men een toename veronderstelt van problemen bij blowende jongeren en van ‘overlast’ van coffeeshops. Maar regeringspartij CDA vindt zo’n wetenschappelijk onderzoek eigenlijk niet eens nodig, want bij het CDA weten ze namelijk precies hoe het zit: ‘drugs’ zijn slecht en moeten daarom worden verboden… Kan op deze manier, waarbij wetenschappelijke rapporten van tafel worden geveegd en het debat uitsluitend word gevoerd op irrationele, emotionele en zelfs religieuze gronden, überhaupt nog wel worden gesproken over een ‘debat’?
Het christelijke kabinet is de koning gebleken van de verbodsbepalingen. Zelfs de vrijheid van meningsuiting staat in Nederland onder de druk. Als dit kabinet haar zin krijgt worden binnen niet al te lange tijd alle coffeeshops dichtgetimmerd, alle growshops verboden en alle blowers worden weer als criminelen beschouwd.
Het Nederlandse gedoogbeleid werkt prima, want de scheiding van de markten tussen hard- en softdrugs is een feit. Daardoor zijn tienduizenden blowers in Nederland niet aangewezen op criminelen om hun wiet te betrekken, maar gewoon op gereguleerde en bonafide coffeeshops.
In de ons omringende landen is er steeds meer begrip voor de Nederlandse aanpak. Landen als Duitsland, Tsjechië en Zwitserland flirten openlijk met een gedoogbeleid naar Nederlands model. In Nederland zijn dan ook minder drugsproblemen dan in landen als de VS, Frankrijk, Zweden en Italië, waar cannabisgebruik ten strengste verboden is. Het feit dat softdrugs in Nederland makkelijk verkrijgbaar zijn, heeft NIET geleid tot excessen. In Nederland zijn verhoudingsgewijs zelfs minder softdrugsgebruikers dan in de ons omringende landen. Het voeren van een anti-cannabis campagne door de huidige Nederlandse regering is dan ook geen kwestie van volksgezondheid, maar van religieus moralisme.
Onder de kabinetten Balkenende is het succesvolle gedoogbeleid steeds meer onder druk komen te staan. Straffen op het kweken van wiet zijn enorm verzwaard. Thuiskwekers kunnen zelfs zonder tussenkomst van de rechter uit hun huis worden gezet. Coffeeshops in de buurt van scholen moesten sluiten, het zogenaamde afstandscriterium. Alleen al in Rotterdam moesten 27 shops op die manier dicht. In acht jaar tijd is het aantal coffeeshops in Nederland met maar liefst veertig procent gedaald.
Maar dat is nog lang niet genoeg voor dit kabinet. Minister Hirsch Ballin wil nu zelfs nog een paar stappen verder gaan. Als het aan hem ligt wordt het uitsterfbeleid voor coffeeshops opgeschroefd en worden growshops en hennepbeurzen verboden, alsmede ‘gegevens’ waarmee je wiet kan kweken. Wil dat zeggen dat straks de Highlife en de Soft Secrets ook verboden gaan worden? Wil dat zeggen dat je dadelijk, als je op internet iemand een kweektechnisch advies geeft, strafbaar bent? Gaat Hirsch Ballin nu razzia’s houden in tuincentra, om te kijken of er materialen in de schappen liggen waarmee wiet gekweekt kan worden?
Het is natuurlijk volstrekt duidelijk dat handhaving van Hirsch Ballin’s wensen volstrekt onmogelijk is voor het op steeds hoger toeren draaiende opsporingsapparaat van Nederland. Daarom wil Hirsch Ballin een met opzet zeer vaag omschreven wetsbepaling in de al bestaande Opiumwet erdoorheen jassen in de Tweede Kamer. Met die vage wetsbepaling in de hand (en een Bijbel in de andere, hopen het CDA en de Christen-Unie) kan elke politieagent, Officier van Justitie, rechter of huurbaas zijn eigen interpretatie geven aan de Opiumwet. Het wordt dus prijsschieten voor al die ambtenaren straks, en iedereen die op de een of andere manier betrokken is bij de cannabisbranche, is vogelvrij verklaard. Inclusief recreatieve blowers.
Als dit kabinet zijn zin krijgt, dan …
-wordt kweken van wiet op geen enkele wijze meer gedoogd
-wordt het roken van een jointje weer strafbaar (dus ook niet de vier plantjes op je balkon in de zomer)
-worden softdrugsgebruikers steeds ernstiger gecriminaliseerd
-wordt hennepzaad verboden
-moet je je wiet voortaan kopen bij de lokale dealer die ook coke, heroïne en pillen voor je in de aanbieding heeft
-maakt het niet meer uit of je soft- of harddrugs gebruikt, voor de wet zijn ze immers weer hetzelfde
- zal het multi-drugsgebruik in Nederland weer toenemen
- zullen er weer meer junkies en alcoholisten in het straatbeeld verschijnen
- komt er een einde aan de sociale functie van coffeeshops
- mag je zelfs niet meer fluisteren over cannabisplanten
- gaat Nederland 30 jaar terug in de tijd, terwijl andere Europese landen juist vooruit gaan met hun softdrugspolitiek
- zal onze zelfbeschikking steeds verder woren teruggedrongen
HET IS VIJF VOOR TWAALF! CANNABISTEN, WORD WAKKER!
Hirsch Ballin en zijn alziende en alwetende CDA- en CU-makkers gaan de wetsbepaling er door drukken, want ze hebben momenteel een Kamermeerderheid. Van de PvdA hoeft de cannabis-consument overigens helemaal niks meer te verwachten, die blijven liever met hun Bijbelvaste vrienden van het CDA en CU op het pluche zitten dan dat ze zich hard maken voor het (mede door de PvdA ooit opgerichte) Gedoogbeleid.
Verzet je nu het nog kan!
Wij van Highlife en Soft Secrets vonden het de hoogste tijd worden voor een tegengeluid. Zet je naam en handtekening op deze petitie, en zoek minstens nog 24 andere mensen die de petitie ondertekenen. Wij zullen alle handtekeningen verzamelen en op het geschikte moment aanbieden aan de Tweede Kamer.
Stilzitten en hopen dat de bui overwaait is geen optie meer. Te lang heeft onze branche gedacht dat het gedoogbeleid onaantastbaar was. Met de komst van een extreem-christelijk kabinet lijkt het begin van het einde nu echt in zicht te komen.
Onderteken de petitie nu!
Coffeeshops en growshops: vraag je klanten om te tekenen!
Petitie:
Geachte minister Hirsch Ballin,
Met schrik en ontsteltenis hebben wij kennis genomen van de door u beoogde aanpak van het huidige, goed functionerende gedoogbeleid. Graag zouden wij willen zien dat u, als verantwoordelijk minister en volksvertegenwoordiger, de resultaten van het door de Tweede Kamer gewenste onderzoek afwacht en uw beleid daarop afstemt.
Het stoppen van het huidige gedoogbeleid zal alleen maar als gevolg hebben dat de hele handel in cannabis diep ondergronds gaat, en dat er dus weer meer criminaliteit zal zijn, omdat de prijzen automatisch omhoog gaan. Er zal niemand stoppen met blowen omdat u het gedoogbeleid afschaft, de vraag zal dus gewoon blijven bestaan. Het aanbod ook.
Naar schatting roken 800.000 Nederlanders regelmatig een jointje. Ik ben daar één van.
Naam: Datum: Plaats:
Stuur deze ingevulde petitie (zonder postzegel) naar:
Discover Publisher BV
Petitie
Antwoordnummer 10011
5460 VB Veghel
Meer info op:
www.highlife.nl
www.softsecrets.nl
Doekle Terptra en Maarten Meester, Benoemen en Bouwen
Even dacht ik dat Doekle een boekje over de bouwfraude opendeed. Helaas… (F.W)
Maarten Meester beweert filosoof te wezen (op de site waar het boek van Doekle Terpstra, met Maarten, als co-auteur -ghostwriter wordt aangeprezen, is Meester gewoon journalist) en schrijft samen met broer Frank een column in De Volkskrant. Ergens op het net kwam ik deze uitspraak van Maarten Meester (of is het meester Maarten?) tegen:
” Het is een misverstand dat filosofie leuk is’, zegt Maarten. ‘Filosofie is moeilijk: je moet lezen en studeren, en pas na tien jaar kun je het ergens over hebben. Wat wij nu doen, valt onder filotainment. Het mag duidelijk zijn dat ik van de filo ben en Frank van de tainment, maar ik heb geen keuze: als ik niet meedoe, trekt Frank alleen door het land. Ik ben hier dus’ hij trekt een plechtig gezicht ‘als een burgemeester in oorlogstijd. En al is er maar één van de honderd mensen in de zaal die na onze dienst besluit de werken van Kant te bestellen dan is dat natuurlijk al heel geslaagd.”
Ik moet bekennen dat de columns van het geleerde duo Meester & Meester voorzover ik ze heb gelezen, in tegenstelling tot die van wijlen Kronkel (en die deed het nota bene in z’n eentje) niet op mijn netvlies blijven hangen. Maar dat ligt natuurlijk aan mij, want nooit tien jaar gelezen en gestudeerd. Mij is’t allemaal aan komen waaien. Ook dat boekje over Hoe de Mummies uit Wieuwerd Verdwenen, een pulpromannetje dat je, zelfs als je een slow-reader bent, in een paar uur achter de kiezen hebt. Dat boekje had meester Maarten samen met z’n vrouw in elkaar geflanst, onder het pseudoniem Mimi Meester. Een filosoof light. Omdat het in de buurt speelde waar ik woon heb ik er destijds in Highlife een pagina aan besteed, en het een aardig boekje genoemd. Daarbij de nadruk leggend op het verhaal achter die mummies en en passant gemeld dat’t om een amusing werkje ging. Later bleek die hele pagina, zonder overleg met uw auteur, integraal op de site van Mimi Meester te staan. Maarten’s goede vriend –mutual friend, kwam soms ook bij mij…) een soort psychiater / botanicus wist mij een avond mee te tronen naar Mimi en man Maarten. De schrijvers waar ik wel eens over de vloer kom hebben met elkaar gemeen dat tijdens zo’n bezoek alcohol, tabak en genotsmiddelen in pil, poeder of verkruimeld, ruimschoots voorhanden zijn. Ook als ik er niet ben, trouwens. Alleen bij Tomas Ross gaat het soms fout: die maakt z’n koffie alleen al zo allemachtig sterk dat je gaat praten als een PDD.NOS lijder met ADHD. De rest weet, qua dosering, maat te houden. Mimi en Maarten serveerden brandnetelthee, kamillethee en biologische onbestemdheden. Reden waarom ik ze, enigszins chargerend, een kanariezaad consumerend echtpaar noemde, in een stuk op dit log over het feit dat mijn kopij in feite door hen was gejat. Maarten schakelde de mutual friend in die mij sommeerde om die vreselijke laster te verwijderen, omdat het vrienden van’m waren. Beste Maarten: is Kant niet die filosoof die, kort samengevat, kwam met het idee dat wij in een betere wereld zouden wonen als wij de stelling:
Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet…toepassen?
In dezelfde Volkskrant stond zaterdag een stuk van Nausicaa Marbe over Doekle en Maartens’ breedbeeldvisieboek met als kop: Doekle In Dromenland. Ze zet stevig in: ‘Zelden zoiets beroerds gelezen als Benoemen en Bouwen.’ Gaat Maarten die psych-botanist nou ook op zijn collega columniste afsturen om dat stuk te laten schrappen? Dat boekje van Doekle en Maarten heb ik niet gelezen. Het kost iets meer dan een tientje, maar ik heb Doekle op televisie tijdens een vergeten zapmoment wel eens gezien en gehoord. Daarbij kwam altijd materiaal als: de geur van van Nelle roodmerk, stoppen voor oranje, zondags ter kerke, de politie is je beste vriend, trust the government vertrouwe in mekaar bla, bla enz. ter tafel. Kortom Doekle wist niet echt met nieuw elan en fris gemoed te overtuigen. Hij vertelde trouwens weinig, gebruikte daarentegen wel veel woorden –mediatraining- en wat hij te zeggen had verstond ik als: we zouden eigenlijk terug moeten naar de jaren vijftig, de veldwachter, en alle verdeeldheid, destijds de zuilen, moeten omsmeden tot pluriforme eenheid. Zoiets. En Doekle had daarvoor een beweging in het leven geroepen. Echt bang ben ik niet uitgevallen, maar dat woord wakkert steevast mijn tremoren aan. Bewegingen, jasses. Clubs, getver. Ik citeer Groucho Marx maar weer eens (ook een filosoof Maarten) die het principe volhield om nimmer lid te willen zijn van een beweging die hem als lid wou accepteren. Groucho zag de dingen an sich, om even jouw geliefde Kant aan te halen, en Groucho zag het helder. Wat niet altijd van Kant gezegd geworden, want die zag weliswaar geen god, maar beweerde dat dat zeker niet betekende dat er geen god is…Gelukkig kregen we later Nietzsche die ons bevestigde in wat wij al dachten: god is dood.. Ik heb voor dat boek van Doekle en Maarten overigens nog geen stuiver over.
In haar column schrijft Nausicaa dat, verlosser en bouwer, Doekle een soort bevelhebber is van de beweging tegen de verWilderisering. Dat is een woordspeling. Cabaret en politiek, tegenwoordig is het bijna hetzelfde, smakeloos vulgair en deze vondst is waarschijnlijk afkomstig van broer Frank die, zoals uit bovenstaand citaat blijkt, in de tak tainmet van het duo actief is. Werkt aanstekelijk: tenenkrommend schiet me opeens te binnen. Nausicaa: “In dat naamgrapje galmt ook zijn (Doekle) lijfspreuk uit de bijbel mee: “Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk.” Mijn advies aan de auteurs: schaf een hele druk van The Doors Of Perception van Aldous Huxley aan, zet het op de leeslijst en de verwildering zal stoppen…. Nausicee schrijft dat met het citaat over dat visioen, verder niks wordt gedaan. Logisch, Doekle is geen ziener, Doekle is gewoon Doekle. Fijntjes constateert ze dat Doekle zich presenteert als een eenvoudige jongen van boerenkomaf. Dit om te voorkomen dat hij als intellectueel wordt versleten. Alsof er ook maar iemand in dit land dat ooit van Doekle had gedacht! Volgen wat namen als Spinoza, De Gaulle en Slauerhoff. Vermoedelijk afkomstig uit Maarten Meester'ss encyclopedie van de filosofie. Want Maarten is heel erg goed, als het gaat om het vinden van indrukwekkende namen. Strooit ermee als zwarte piet met pepernoten. En dan gaat ze verder over de inhoud, voorzover aanwezig, van Doekles Magnum Epos. Vitaliteit, solidariteit, en ongehinderd door feiten zonnig multicultureel uitkomen. Als je Doekle ooit gezien hebt weet je wel hoe dat gaat: schouders eronder, bruggen bouwen, dialoog, na een tijdje inburgeren is de Islam verlicht, dat soort hooppreken. Doekle blijkt het geheel eens te zijn met de, ook al niet te zeer met feiten en kennis belastte Geert Mak. De domineezoon die Jorwerd op kaart zette, maar óver het van de kaart vegen van Europa destijds, een gemakzuchtig readersdigest adaptie verzon. Mak is die man die in de Turkse versie van z’n boek het woord genocide (op de Armenen) verving door een ander woord dat niks met genocide van doen had. Zou dat komen omdat in die PvdA top…???.Laten we maar aannemen dat het koopman Geert om de centen ging, anders krijgen we het ook nog met Mak aan de stok want Jorwert is maar een kwartiertje rijden…..Mak, de man die Submission op een lijn stelde met Der Ewige Jude. Mijnheer Mak: de islam is een religie. Een keus. Geen ras.
Tot zover de het boekje zoals dat is gelezen door mevrouw Marbe, met M. Februari de beste columniste van de inmiddels meest populistische krant van’t land. (We moeten oproepen tot boycot van de spelen en doen er vandaag een special over reizen naar China bij *zaterdag jl. echt)
Ik hoef dat boekje van Doekle niet door te vlooien: ben blij dat Nausicaa het deed. Ze heeft er (citaten kon ze niet bewerken helaas toch een leesbaar stukje over gemaakt. En ik heb daaruit de conclusie getrokken dat de bewegingen Doekle en Maarten net zo vals is als de andere bewegingen die dit land teisteren. Het enige verschil met Wilders en Verdon, die zo mogelijk nog gevaarlijker dan Wilders en nog dommer dan Doekle, is dat Doekle z’n jasje waait zoals de wind, en dat Geert Wilders iemand is die tenminste een confrontatie aandurft. Helaas beheerst hij de kunst van het debatteren nauwelijks..Waarmee ik niet zeg dat ik het met Wilder eens ben, maar zoals Voltaire al schreef: Zelfs al ben ik het totaal met u oneens, ik zal uw recht om uw mening op te schrijven verdedigen tot mij laatste snik. Of tenminste woorden van die strekking. In tegenstelling tot Maarten Meester heb ik geen encyclopedie. Wel een biografie over Voltaire. Daar gaan we het een volgende keer over hebben.
En mocht mijnheer Meester (????) de mutual friend botanicus / psych vragen om dit stukje te laten schrappen. Was het niet de door u zo bewonderde Kant die schreef:
Het is voor het menselijke verstand absoluut noodzakelijk mogelijkheid en werkelijkheid der dingen uit elkaar te houden.
Tien jaar Kant gelezen, die Maarten. En blijkbaar nog niks begrepen…Tsja filosofie, tis moeilijk….En die burgemeesters in oorlogstijd. Tientallen boeken Maarten!!!!
F.W.
Maarten Meester beweert filosoof te wezen (op de site waar het boek van Doekle Terpstra, met Maarten, als co-auteur -ghostwriter wordt aangeprezen, is Meester gewoon journalist) en schrijft samen met broer Frank een column in De Volkskrant. Ergens op het net kwam ik deze uitspraak van Maarten Meester (of is het meester Maarten?) tegen:
” Het is een misverstand dat filosofie leuk is’, zegt Maarten. ‘Filosofie is moeilijk: je moet lezen en studeren, en pas na tien jaar kun je het ergens over hebben. Wat wij nu doen, valt onder filotainment. Het mag duidelijk zijn dat ik van de filo ben en Frank van de tainment, maar ik heb geen keuze: als ik niet meedoe, trekt Frank alleen door het land. Ik ben hier dus’ hij trekt een plechtig gezicht ‘als een burgemeester in oorlogstijd. En al is er maar één van de honderd mensen in de zaal die na onze dienst besluit de werken van Kant te bestellen dan is dat natuurlijk al heel geslaagd.”
Ik moet bekennen dat de columns van het geleerde duo Meester & Meester voorzover ik ze heb gelezen, in tegenstelling tot die van wijlen Kronkel (en die deed het nota bene in z’n eentje) niet op mijn netvlies blijven hangen. Maar dat ligt natuurlijk aan mij, want nooit tien jaar gelezen en gestudeerd. Mij is’t allemaal aan komen waaien. Ook dat boekje over Hoe de Mummies uit Wieuwerd Verdwenen, een pulpromannetje dat je, zelfs als je een slow-reader bent, in een paar uur achter de kiezen hebt. Dat boekje had meester Maarten samen met z’n vrouw in elkaar geflanst, onder het pseudoniem Mimi Meester. Een filosoof light. Omdat het in de buurt speelde waar ik woon heb ik er destijds in Highlife een pagina aan besteed, en het een aardig boekje genoemd. Daarbij de nadruk leggend op het verhaal achter die mummies en en passant gemeld dat’t om een amusing werkje ging. Later bleek die hele pagina, zonder overleg met uw auteur, integraal op de site van Mimi Meester te staan. Maarten’s goede vriend –mutual friend, kwam soms ook bij mij…) een soort psychiater / botanicus wist mij een avond mee te tronen naar Mimi en man Maarten. De schrijvers waar ik wel eens over de vloer kom hebben met elkaar gemeen dat tijdens zo’n bezoek alcohol, tabak en genotsmiddelen in pil, poeder of verkruimeld, ruimschoots voorhanden zijn. Ook als ik er niet ben, trouwens. Alleen bij Tomas Ross gaat het soms fout: die maakt z’n koffie alleen al zo allemachtig sterk dat je gaat praten als een PDD.NOS lijder met ADHD. De rest weet, qua dosering, maat te houden. Mimi en Maarten serveerden brandnetelthee, kamillethee en biologische onbestemdheden. Reden waarom ik ze, enigszins chargerend, een kanariezaad consumerend echtpaar noemde, in een stuk op dit log over het feit dat mijn kopij in feite door hen was gejat. Maarten schakelde de mutual friend in die mij sommeerde om die vreselijke laster te verwijderen, omdat het vrienden van’m waren. Beste Maarten: is Kant niet die filosoof die, kort samengevat, kwam met het idee dat wij in een betere wereld zouden wonen als wij de stelling:
Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet…toepassen?
In dezelfde Volkskrant stond zaterdag een stuk van Nausicaa Marbe over Doekle en Maartens’ breedbeeldvisieboek met als kop: Doekle In Dromenland. Ze zet stevig in: ‘Zelden zoiets beroerds gelezen als Benoemen en Bouwen.’ Gaat Maarten die psych-botanist nou ook op zijn collega columniste afsturen om dat stuk te laten schrappen? Dat boekje van Doekle en Maarten heb ik niet gelezen. Het kost iets meer dan een tientje, maar ik heb Doekle op televisie tijdens een vergeten zapmoment wel eens gezien en gehoord. Daarbij kwam altijd materiaal als: de geur van van Nelle roodmerk, stoppen voor oranje, zondags ter kerke, de politie is je beste vriend, trust the government vertrouwe in mekaar bla, bla enz. ter tafel. Kortom Doekle wist niet echt met nieuw elan en fris gemoed te overtuigen. Hij vertelde trouwens weinig, gebruikte daarentegen wel veel woorden –mediatraining- en wat hij te zeggen had verstond ik als: we zouden eigenlijk terug moeten naar de jaren vijftig, de veldwachter, en alle verdeeldheid, destijds de zuilen, moeten omsmeden tot pluriforme eenheid. Zoiets. En Doekle had daarvoor een beweging in het leven geroepen. Echt bang ben ik niet uitgevallen, maar dat woord wakkert steevast mijn tremoren aan. Bewegingen, jasses. Clubs, getver. Ik citeer Groucho Marx maar weer eens (ook een filosoof Maarten) die het principe volhield om nimmer lid te willen zijn van een beweging die hem als lid wou accepteren. Groucho zag de dingen an sich, om even jouw geliefde Kant aan te halen, en Groucho zag het helder. Wat niet altijd van Kant gezegd geworden, want die zag weliswaar geen god, maar beweerde dat dat zeker niet betekende dat er geen god is…Gelukkig kregen we later Nietzsche die ons bevestigde in wat wij al dachten: god is dood.. Ik heb voor dat boek van Doekle en Maarten overigens nog geen stuiver over.
In haar column schrijft Nausicaa dat, verlosser en bouwer, Doekle een soort bevelhebber is van de beweging tegen de verWilderisering. Dat is een woordspeling. Cabaret en politiek, tegenwoordig is het bijna hetzelfde, smakeloos vulgair en deze vondst is waarschijnlijk afkomstig van broer Frank die, zoals uit bovenstaand citaat blijkt, in de tak tainmet van het duo actief is. Werkt aanstekelijk: tenenkrommend schiet me opeens te binnen. Nausicaa: “In dat naamgrapje galmt ook zijn (Doekle) lijfspreuk uit de bijbel mee: “Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk.” Mijn advies aan de auteurs: schaf een hele druk van The Doors Of Perception van Aldous Huxley aan, zet het op de leeslijst en de verwildering zal stoppen…. Nausicee schrijft dat met het citaat over dat visioen, verder niks wordt gedaan. Logisch, Doekle is geen ziener, Doekle is gewoon Doekle. Fijntjes constateert ze dat Doekle zich presenteert als een eenvoudige jongen van boerenkomaf. Dit om te voorkomen dat hij als intellectueel wordt versleten. Alsof er ook maar iemand in dit land dat ooit van Doekle had gedacht! Volgen wat namen als Spinoza, De Gaulle en Slauerhoff. Vermoedelijk afkomstig uit Maarten Meester'ss encyclopedie van de filosofie. Want Maarten is heel erg goed, als het gaat om het vinden van indrukwekkende namen. Strooit ermee als zwarte piet met pepernoten. En dan gaat ze verder over de inhoud, voorzover aanwezig, van Doekles Magnum Epos. Vitaliteit, solidariteit, en ongehinderd door feiten zonnig multicultureel uitkomen. Als je Doekle ooit gezien hebt weet je wel hoe dat gaat: schouders eronder, bruggen bouwen, dialoog, na een tijdje inburgeren is de Islam verlicht, dat soort hooppreken. Doekle blijkt het geheel eens te zijn met de, ook al niet te zeer met feiten en kennis belastte Geert Mak. De domineezoon die Jorwerd op kaart zette, maar óver het van de kaart vegen van Europa destijds, een gemakzuchtig readersdigest adaptie verzon. Mak is die man die in de Turkse versie van z’n boek het woord genocide (op de Armenen) verving door een ander woord dat niks met genocide van doen had. Zou dat komen omdat in die PvdA top…???.Laten we maar aannemen dat het koopman Geert om de centen ging, anders krijgen we het ook nog met Mak aan de stok want Jorwert is maar een kwartiertje rijden…..Mak, de man die Submission op een lijn stelde met Der Ewige Jude. Mijnheer Mak: de islam is een religie. Een keus. Geen ras.
Tot zover de het boekje zoals dat is gelezen door mevrouw Marbe, met M. Februari de beste columniste van de inmiddels meest populistische krant van’t land. (We moeten oproepen tot boycot van de spelen en doen er vandaag een special over reizen naar China bij *zaterdag jl. echt)
Ik hoef dat boekje van Doekle niet door te vlooien: ben blij dat Nausicaa het deed. Ze heeft er (citaten kon ze niet bewerken helaas toch een leesbaar stukje over gemaakt. En ik heb daaruit de conclusie getrokken dat de bewegingen Doekle en Maarten net zo vals is als de andere bewegingen die dit land teisteren. Het enige verschil met Wilders en Verdon, die zo mogelijk nog gevaarlijker dan Wilders en nog dommer dan Doekle, is dat Doekle z’n jasje waait zoals de wind, en dat Geert Wilders iemand is die tenminste een confrontatie aandurft. Helaas beheerst hij de kunst van het debatteren nauwelijks..Waarmee ik niet zeg dat ik het met Wilder eens ben, maar zoals Voltaire al schreef: Zelfs al ben ik het totaal met u oneens, ik zal uw recht om uw mening op te schrijven verdedigen tot mij laatste snik. Of tenminste woorden van die strekking. In tegenstelling tot Maarten Meester heb ik geen encyclopedie. Wel een biografie over Voltaire. Daar gaan we het een volgende keer over hebben.
En mocht mijnheer Meester (????) de mutual friend botanicus / psych vragen om dit stukje te laten schrappen. Was het niet de door u zo bewonderde Kant die schreef:
Het is voor het menselijke verstand absoluut noodzakelijk mogelijkheid en werkelijkheid der dingen uit elkaar te houden.
Tien jaar Kant gelezen, die Maarten. En blijkbaar nog niks begrepen…Tsja filosofie, tis moeilijk….En die burgemeesters in oorlogstijd. Tientallen boeken Maarten!!!!
F.W.
De doodstraf de wereld uit, brandbrief van Bart Stapert aan de kamer

Geachte heer Ormel,
Graag wil ik uw aandacht vragen voor een urgente situatie: twee Nederlanders die in een Indonesische cel wachten op de voltrekking van hun doodvonnis door het vuurpeleton. De Nederlandse overheid zou meer kunnen en moeten doen om deze executies af te wenden en de onderdanen uit hun inhumane situatie te verlossen.
Nederland tegen de doodstraf, maar krachtig genoeg?
Het Nederlandse standpunt tegen de doodstraf is al jaren consistent en duidelijk. Afschaffing van de doodstraf is zelfs een van de tien hoofdpunten van het Nederlands mensenrechtenbeleid. Het belang van het onderwerp is recentelijk nog weer bevestigd in de Mensenrechtennota van Minister Verhagen. Zowel zelfstandig als in EU-verband wordt in algemene zin aangedrongen op afschaffing en wordt waar mogelijk in specifieke gevallen gedemarcheerd. Daarnaast verschaft Nederland, onder meer via het European Initiative for Democracy and Human Rights, financiële ondersteuning aan diverse ngo’s voor activiteiten tegen de doodstraf.
Des te opvallender is het dan ook dat in de gevallen van de (enige) twee landgenoten die op dit moment het slachtoffer dreigen te worden van de toepassing van de doodstraf, de Nederlandse regering zich onvoldoende inzet om de executies te voorkomen. Het gaat daarbij om mijn cliënten Ang Kiem Soei (55) en Dick Nicolaas (63), die onafhankelijk van elkaar in Indonesië ter dood zijn veroordeeld.
Ang Kiem Soei werd in 2003 veroordeeld voor vermeende betrokkenheid bij de productie van xtc-tabletten. Dick Nicolaas onderging in 2006 eenzelfde lot, eveneens voor de vermeende productie van xtc, maar in een niet gerelateerde zaak. Beiden werden veroordeeld na een rechtsgang die op vele punten ondeugdelijk was, bij Nicolaas onder meer vanwege het ontbreken van een tolk bij de politieverhoren en een vertaling van de processtukken. Geen van beide cliënten werd bijgestaan door advocaten die waren gespecialiseerd of zelfs maar enige ervaring hadden in zaken waar zoveel op het spel stond.
De situatie van Nicolaas is in de persoonlijke sfeer nog extra wrang. Hij is een erkend oorlogsslachtoffer en werd nota bene in Indonesië in een Japans interneringskamp geboren. Nu wacht hij in datzelfde land, op een eiland dat door Nederland ooit als gevangeniseiland is gebruikt, op zijn executie. Hij is 63 en bepaald niet in blakende gezondheid. Zijn twee zoons zijn in opgroeiende leeftijd en hebben zijn vaderschap dringend nodig, terwijl bij zijn vrouw recentelijk borstkanker werd geconstateerd.
Te weinig diplomatieke bescherming
De Nederlandse overheid observeerde de zittingen in beide zaken en verleende consulaire bijstand, maar verzuimde tot nu toe om datgene te doen dat daadwerkelijk de doodvonnissen had kunnen voorkomen, namelijk het inschakelen van een gespecialiseerde advocaat. Nederland verschafte die rechtsbijstand niet bij het proces in eerste aanleg, niet bij het hoger beroep, en ook niet bij de belangrijke cassatieprocedure, waar uiteindelijk de doodvonnissen werden uitgesproken en bekrachtigd. Die tekortkoming kan mogelijk nog worden goedgemaakt als Nederland wél rechtsbijstand en ondersteuning gaat financieren voor een juridisch herzieningsverzoek dat door beide terdoodveroordeelden kan worden ingediend. Het gaat daarbij niet (alleen) om de bescherming van het recht op een eerlijk proces, maar veel fundamenteler om het effectief voorkomen van de toepassing van de doodstraf.
Andere landen die zich voorstaan op hun oppositie tegen de doodstraf verlenen actieve ondersteuning wanneer eigen onderdanen worden bedreigd met executie. Australië financiert op dit moment de verdediging, Indonesische en Australische advocaten, voor de zogenaamde Bali 9, een groep ter dood veroordeelde drugskoeriers. In die zaak werd op 7 maart jl. een herzieningsverzoek voor enkele van de veroordeelden toegewezen; zij zijn nu verlost van de doodstraf. Duitsland financiert onder meer voor de ter dood veroordeelde Dieter Riechmann de rechtsbijstand in zijn hoger beroep in de Amerikaanse staat Florida. Zelfs Mexico betaalt Amerikaanse advocaten in zaken van Mexicaanse onderdanen die in de V.S. de doodstraf riskeren, inclusief een zeer kostbare aanklacht bij het Internationaal Gerechtshof voor de overtreding van consulaire rechten. Die klacht leidde tot een uitspraak die door haar interpretatie in de Verenigde Staten meerdere Mexicanen van executie heeft behoed. Nederland steekt hier schril tegen af met haar passieve en afwachtende houding.
Nederland zou voor Ang en Nicolaas zorg moeten dragen voor gekwalificeerde rechtsbijstand en andere ondersteuning bij de voorbereiding van een zorgvuldig herzieningsverzoek. Dit betekent onder andere het vertalen van de processtukken en het inschakelen van deskundigen om het bewijs in de zaken te evalueren, iets dat tot nu toe nog nooit is gebeurd. Alleen dan kan er binnen de Indonesische rechtsgang worden voorkomen dat de doodvonnissen worden voltrokken. Een gratieverzoek aan President Susilo Bambamg Yudhoyono lijkt in het huidige Indonesische politieke klimaat namelijk al bij voorbaat kansloos.
Onvoldoende voortgang WOTS-verdrag met Indonesië
Daarnaast dient Nederland ook voortvarend op te treden bij de totstandkoming van een bilateraal WOTS-verdrag. Dit zou de overdracht van Nederlandse gevangenen vanuit Indonesië, waar de gevangenisomstandigheden erbarmelijk zijn, mogelijk moeten maken. In 2006 heeft Minister Bot tijdens zijn ambtsreis naar Indonesië wel gesproken over een dergelijk verdrag, maar het is onduidelijk in welke mate sindsdien voortgang is geboekt. In ieder geval is er tot op heden nog geen verdrag gesloten. Nederland zou in dergelijke onderhandelingen gezamenlijk kunnen opereren met Frankrijk en Australië, die eveneens proberen hun onderdanen uit de Indonesische (doden)cellen te redden. Eerder sloot Nederland ook bilaterale WOTS-verdragen met Marokko, Venezuela en meest recentelijk Thailand om gedetineerde landgenoten te redden uit de inhumane omstandigheden in de gevangenissen aldaar. Er is alle reden om dit ook voor de landgenoten in Indonesië te doen.
Een oproep tot actie
Concrete actie in deze individuele gevallen kan het verschil maken tussen leven en dood. Nederland is het aan haar onderdanen en aan haar naam als voorvechter van afschaffing van de doodstraf verplicht om die actie ook te ondernemen. Ik verzoek u dan ook om de regering aan te zetten de juridische bijstand van mijn cliënten Ang en Nicolaas te financieren en vaart te zetten achter de totstandkoming van een WOTS-verdrag met Indonesië.
Vanzelfsprekend ben ik beschikbaar voor het verstrekken van nadere informatie.
Met vriendelijke groet,
Bart Stapert
C.C. Minister van Justitie
Minister van Buitenlandse Zaken
Op de foto, gemaakt in de gevangenis: Midden Dick, rechts zijn zuster Margarita, die hem steunt in alles, samen met haar vriend Rein, die zich eveneens tomeloos inzet. Geen mens is een kogel waard, en zeker Dick niet. Dick is geen drugsbaron, maar heeft zich door onoverdachte beslissingen in de nesten gewerkt. Op een gegeven moment kan dat iedereen gebeuren. In Nederland was Dick voor zijn vergrijp in het gunstigste geval met een waarschuwing naar huis gestuurd, in het slechtste geval misschien vier jaar brommen, waarvan een groot deel voorwaardelijk.
De cursiveringen in de brief van Stapert zijn door mij aangebracht.
Gesprek met Harlan Coben

Een jetlag, een blinde darm die pas is verwijderd en een fotograaf van een grote ochtendkrant die, tot ongenoegen van de perschef, bijna een uur in de weer is om een goed plaatje te schieten. Allemaal niet echt bevorderlijk voor het humeur van een schrijver die erom bekend staat in zijn boeken een forse scheut humor te verwerken. Maar Harlan Coben laat zich gewillig meetronen. Alleen zijn gezicht staat vermoeid. Als hij weer op z’n stoel zit, trekt de stemming bij en die van de persvoorlichter eveneens.
“Zo’n fotograaf snap ik wel. Het werk moet hoe dan ook gewoon doorgaan. Ik ben zelf jarenlang reisleider geweest. Amerikanen in de bus langs de Europese steden gereden. Daarom kan ik zelf ook de beste Amsterdamse locaties verzinnen.”
Het dus niet Cobens’ eerste bezoek en het zal evenmin z’n laatste zijn. “Reizen zit me in het bloed. Als reisleider waren Amsterdam en Parijs mijn favoriete steden. Inmiddels ben ik hier een keer of vier geweest als schrijver. Privé nog vaker, tel daar mijn bezoekjes als reisleider bij en je kunt me zo’n beetje beschouwen als Amsterdammer. Het intieme van de stad spreekt me aan. Afgezet tegen het mondiale en imponerende Parijs, is Amsterdam een soort miniatuur metropool. Ik neem nooit een metro of tram. Ik loop altijd door Amsterdam Maar helaas, de operatie kluistert me aan mijn hotel, maar dat heeft ook wel wat, want Amsterdam in de regen (het is een bijzonder druilerige dag) is net zo triest als elke andere stad. Misschien dat Londen nog een beetje erger is, daar regent het vaker.”
Coben is in Amerika een begrip. Inmiddels is zijn naam ook in Nederland gevestigd. Vooral liefhebbers van Michael Connelly en Andrew Klavan waarderen zijn werk. Coben vist in dezelfde vijver en heeft met beide auteurs gemeen dat hij uit het leven gegrepen dialogen maakt, sterke plots verzint en zich niet vastpint op één formule. Hij won de meest prestigieuze prijzen, de Edgar, de Anthony en de Shamus Award. Iets dat geen thrillerauteur vóór hem heeft gepresteerd. Inmiddels zijn twaalf van zijn boeken in het Nederlands vertaald. De laatste die ik las was Geen Tweede Kans, een aangename pageturner over een chirurg die wakker wordt op de intensive care, neergeschoten door een onbekende. Z´n vrouw is doodgeschoten, zijn baby ontvoerd. Een razendsnel verhaal, met de bekende ingrediënten: man die moet overleven tegen alles in, corrupte politie, drank, drugs, advocaten die een graantje willen meepikken en die dus eigenlijk niemand kan vertrouwen. Met mooie plotwendingen en aan het einde een twist die alles wat eraan vooraf ging op losse schroeven zet.
“Ik was nooit van plan om schrijver te worden”, zegt Coben nadat hij zich behaaglijk met een biertje in een stoel heeft genesteld. “Ik studeerde politicologie, een studie die je doet wanneer je zeker weet dat je niet weet wat je precies wilt. Ik heb er ook niks mee gedaan. Alleen heb ik er wel een redelijke algemene ontwikkeling aan overgehouden en dat kwam van pas toen ik reisleider werd. Waarom? Omdat ik erin rolde. Ik was zo’n student die geen doel had. Geboren in 1959, dat hoorde bij de generatie. Omdat ik wat van de wereld wilde zien en geen geld had bleek die baan de beste optie. Veel trips gedaan. Europe in five days, dat soort dingen.”
En die thrillers?
“Wacht even. Daarover moet ik iets recht zetten. Je mag me best een thrillerschrijver noemen en onder die noemer lig ik ook op de schappen. Ik pretendeer allerminst een groot literator te zijn en ik ben ook geen groot kenner van klassiekers. Te lui geweest om me daarin te verdiepen. Maar de noemer thriller is te kort door de bocht. Zelf zou ik me eerder als een componist van familiedrama’s willen omschrijven. Die vlag dekt de lading beter. Ik schrijf geen legal thrillers, geen policiers, en geen detectives.”
Wat is de achtergrond van dat familiemotief?
“Heb ik nooit zo over nagedacht. Rond mijn twintigste wist ik eigenlijk al dat ik wilde schrijven. Alleen had ik geen idee waarover. Tussen mijn twintigste en dertigste heb ik twee boeken gemaakt. Die liggen nog steeds ergens in een la. Vraag me niet waarover, want ik ben het echt vergeten. Ik heb de draad weer opgepakt in de jaren negentig. Toen ik die reizen deed. Als ik over familie schrijf, schrijf ik niet over mijn eigen familie. Als ik over een junk schrijf, heb ik het ook niet over mezelf en een moord heb ik evenmin op mijn geweten. Ik ben net zo min politieman geweest of advocaat. Ik bedoel maar te zeggen dat je geen ervaringsdeskundige hoeft te zijn om ervaringen op papier te zetten. Wat ik in Geen Tweede Kans over chirurgie schreef, heb ik echt niet op een operatiekamer gezien, maar allemaal bijeen gesprokkeld uit medische handboeken.Wat ik wel meemaakte op zo’n tafel is pas tien dagen geleden gebeurd en daar herinner ik me helemaal niks van. Ik merk alleen dat elke beweging zeer doet en dan hebben we het alleen maar over een blinde darm.”
In uw boeken gaat het vaak over obsessies
“Iedereen lijdt aan obsessies. Meestal hebben de lijders eraan dat zelf niet in de gaten. Maar als reisleider heb ik goed leren observeren. Een prachtig beroep. Zo’n reisgezelschap is een groep, een soort familie. En elke groep is een autonoom geheel. Tenminste in het begin. Maar op een gegeven ogenblik gebeurt er altijd wel iets, soms een kleinigheid, soms een ernstig incident, waardoor de groep zich niet meer coherent gedraagt. Dat kan gaan om een conflict zoals wie welke fooi betaalt. Of er breekt onmin uit tussen een paar mensen die het oneens worden over een wijziging in een programma. Ontregeling dus. En daar waar ontregeling plaatsvindt, komt het individu tevoorschijn. De groep splijt zich, er vormen zich sub-groepen en men keert zich tegen elkaar. Of tegen de reisleider, zo heb ik vaak mogen meemaken. En nu gebruik ik een cliché: beschaving is een heel dun laagje. Om de gekste dingen laten ogenschijnlijk keurige mensen hun ware gezicht zien. En dat is zelden prettig. Tenminste voor een reisleider niet. Maar voor een schrijver is zoiets natuurlijk geweldig. Ik hield wel van ontregeling en begon te noteren wanneer en hoe dat fenomeen tot stand kwam. Mijn conclusie is dat het bijna altijd ging om het afschuiven van de eigen verantwoordelijkheid. Erg interessant. Let maar eens op: in een groep ben jij niet verantwoordelijk, maar de groep. En de groep zoekt de verantwoordelijkheid op zijn beurt weer buiten zichzelf. Je ziet dat in het groot. Zoals het volk dat de schuld bij zijn regering legt. Waarbij ik wil aantekenen dat het in het geval van Bush terecht is (hier grijnst Coben). En in het klein gebeurt zoiets bij een familie waar de orde wordt verstoord door een sterfgeval, of een ander incident dat de verhoudingen op scherp stelt. Dat is het fenomeen dat ik in mijn boeken onder de loep neem. Weliswaar uitvergroot, maar niet geheel onrealistisch.”
Is Harlan Coben een cynicus?
“Waarom zou ik? Ik ben een gesjeesde student die miljoenen boeken verkoopt. Ik hoef niet onder druk te werken en mijn enige kwaal is inmiddels operatief verholpen. Ik heb de hele wereld gezien en ik krijg er nog geld voor ook. De wereld is cynisch. Harlan Coben probeert met zijn boeken te entertainen. De lezers even weghalen uit deze merkwaardige omgeving. In feite zijn mijn boeken een beetje gerelateerd aan Crowds and Power van Elias Canetti. Maar ze lezen wel een stuk makkelijker weg. Toch nog iets gehad aan politicologie, maar als reisleider heb ik het echte werk onder knie gekregen.”
F.W.
De boeken van Harlan Coben verschijnen bij De Boekerij. Op de foto Harlan Coben en Marc van Biezen. Van Marc van Biezen verschijnt binnenkort -terecht- de opvolger van Afwezigheidsasistente bij Foreign Media Books, helemaal nieuw dus: Ervaringsdeskundige. Binnenkort ook: interview met Minette Walters....Niet te missen. Tip: Schaduwzijde!!!!
Puch, dé gadget van het eerste uur…..
We schrijven 1969. De schoolvakantie was lang en ik had berekend dat ik met het werken bij een bollenboer net genoeg (345 harde guldens) kon verdienen om de opgevoerde Puch aan te schaffen die een klasgenoot weg deed wegens rijbewijs. Want je kon beter over geen bromfiets beschikken, dan over zo’n conventioneel exemplaar dat alleen gemaakt was om je van A naar B te brengen. We spreken dan over types als Sparta, Batavus, RAP, Berini, RAP en andere inmiddels vergeten brommers, die in het allerergste geval waren voorzien van beenbeschermers en een doorzichtig plastic windscherm. De brommer die je vader gebruikte: handschakeling en tegen de wind in niet sneller dan dertig. Voor de wind hield het op bij veertig, de wettelijke grens. Vaders en moeders (moeder zat vaak achterop) hielden zich in de hoogtijdagen der brommers keurig aan de wet. Het was nog voor de tijd van de PvdA-slogan: elke arbeider z’n eigen autootje. De brommer was het voertuig van de arbeidende massa.
Anders lag dat bij de bezitters van de Kreidler, type buikschuiver en de Zündapp. Vooral Kreidler was geliefd bij jongens die vielen op brillantine in het haar, soulmuziek, Elvis Presley en rock and roll. Sleutelen deden ze liever dan rijden. Doeners, geen denkers. Voor een kleine honderd per uur draaiden ze de hand niet om. Daarmee indruk makend op maten en meiden. Zeker geen verfijnde intellectuelen, die Kreidler broeders. Je moest altijd een beetje voor ze op je hoede wezen. Niet voor niks is de Nederlandse tak van de Hells Angels ontsproten aan een club Kreidler-sleutelaars. Brave huisvaders signaleerde je er zelden op. Wel op de Zündapp. Over dat laatste merk waren vriend en vijand het eens: als je wat degelijks wilde en niet voor lul wou rijden, dan was de neutraal / progressieve Zündapp je ding.
Maar dan de Puch. Zondermeer de eerste gadget in de geschiedenis die je kon pimpen, al bestonden die termen in de sixties nog niet... Anno 2008 is iedereen in gadgets en pimpt zelfs de simpelste ziel zich een ongeluk. Al is het maar een skin van een mobiel of de earphone van je I-Pod. Tegenwoordig is’t bijna een dagtaak om alle eenheidsworst in een persoonlijk tintje te kleuren…Met een Puch onderscheidde je je van de grauwe burgerij. Dacht je… Met een gepimpte Puch deed je hetzelfde, maar dan binnen de Puch gemeenschap. Pimp Puch Persoonlijk. Het verschil zat’m in details want ook de Puch was natuurlijk een slim marketing-concept. (dat woord was er destijds ook al…)
Een Puch rijder was nimmer vetkuif. Zie hem voor je met lange haren, Pink Floyd aanhanger (The Piper at the Gates of Dawn, Syd Barrett)Kerouac adept, tolerant jegens de medemens mits die dezelfde overtuigingen aanhing, experimenterend met een stickie hasj en vooral luisterend naar alternatieve muziek van Amerikaanse komaf. De Puch adept had een soort gespeelde nonchalance, hij deed onverschillig, maar betrachtte daar een uiterste nauwkeurigheid in. Denk aan het kapsel van Jeroen Pauw: het lijkt warrig, maar over elk haartje is nagedacht. Meiden mochten achterop, maar een Puch met buddy-seat was natuurlijk not done. Meiden záten achterop, omdat het statusverhogend wekte: naar beide kanten. Al was het afzien op de harde bagagedrager. Een jagersjas, groen met achter een split hoorde bij de outfit. Net als een pukkel om de schoolboeken te bergen. Uit de dump, geen neppers…
Een echte Puch werd meteen gestript. Allereerst moest het stuur het ontgelden. Minimaal een stuk hoger dan de versie die de fabriek afleverde. Echte fanaten lieten een stuur ontwerpen. Maar in de meeste gevallen kon er een gekromd, hoog en vooral heel erg anti ergonomisch exemplaar via het Puch toelevering circuit worden bemachtigd. Vaak was dat de plaatselijke fietsendealer.Tandwielen, sproeiers en nog wat onderdelen aan de carburateur waren voldoende om de grens van 40 km per uur te verhogen tot minstens 60. Handschakeling was voor watjes: drie versnellingen, met de voet. Dat was de serieuze Puch. Alleen beschilderen was uit den boze. Overspuiten was eveneens taboe: alleen bij hoge uitzondering zoals ernstige lakschade wegens averij, of bij aanschaf van een nieuw frame toegestaan. Fabrieksglimmend.
Mijn exemplaar mocht ik in juni 1969 mee naar huis nemen. Helemaal top. Behalve dat ik het hoge stuur verving door een gekromd hoefijzervormig exemplaar, hoefde er niks aan te gebeuren. Nou ja, het ‘potje,’ de wat sullige uitlaat die die naam niet mocht hebben, verving ik door een lange chroomstalen straalbuis. Scheelde ook aanmerkelijk in vermogen. Kortom: mijn Puch was er eentje om eer mee in te leggen. Met gemak haalde hij meer dan 80 echte kilometers. Bij tegenwind kroop de naald nog tegen de 70. Mooie verhouding van voor- en achtertandwiel, uitgeboorde cilinderkop en iets vaags met de koppakkingen.
Na drie weken onbezorgde easy riding stopte er een politiewagen met zwaailicht en werd mijn kroonjuweel naar de berm gedirigeerd. Zonder enig heen en weer gelul -in die tijd sprak je de prinsemarij niet tegen- werd het mobiel beslag genomen, en binnen tien minuten was ik Puch eigenaar af.. Van een agent kreeg ik een beetje geld om een buskaartje te kopen. Ik heb het hem later ook nog terug betaald. Je had dienders met een hart, toen. Drie weken later kreeg ik ’m terug. In onderdelen. De tandwielen waren verdwenen, het motorblok ontmanteld en de uitlaat lag ergens de schroothoop. “Bijna 80 in de stad,”mocht ik afkopen met 150 harde guldens aan boete.
Met het verkopen van wat obscure elpees en onderhandelen met de fietsenboer, werd de oude glorie deels hersteld. De eerste rit op de, vrijwel binnen elke wettelijke norm, maar helaas minder persoonsgerichte Puch was meteen de laatste. Met een snelheid van een kleine 35 km. per uur strak ik, zonder achterom te kijken, een stille landweg over, omdat aan de overkant een mij bekende Tomosrijder met panne aan zijn –surrogaat Puch stond. Want Tsjechisch en handschakeling, en goedkoper, zo’n Tomos. Maar Puch en Tomos: het schiep een band.
Een klap, daarna een absoluut niks, vervolgens verbaasd ontwaken op de intensive care. Waar een chirurg met een echte Black en Decker een gat door m’n onderbeen boorde, waardoor een staaf werd geduwd waarna het geheel aan een katrol met gewichten werd gekoppeld. Volgde een operatie, zodat het gebroken bovenbeen voor eeuwig intact zou blijven. Er werd een titanium pen in gezet. Zit er nog steeds. Veel plezier aan beleefd. S-5 aan die pen te danken, omdat ik tijdens mijn keuring voor het soldatenbestaan weigerde een briefje te tekenen dat defensie dat ding mocht verwijderen. Stapelgek verklaarden die dokters, iemand die met een pen in z’n lijf het leven door zou gaan …Ruim zes weken in bed gelegen, maanden met krukken gelopen. Spooky Tooth, Led Zeppelin, Hair en Aloha / Hitweek maakten het immobiele bestaan een beetje opwindend. Alhoewel, een Philips met kristalelement en monogeluid via de radio met lampen en het groene oog…Hifi, daar las je soms over. Wat het was wist bijna niemand. Maar bedrevenheid in hinkelen was ook wat waard. Vaak was ik zelf ‘s nachts later dan mijn krukken, die door vrienden met een automobiel ergens in de voortuin werden gedeponeerd.
De Puch kreeg ik in een hoek van 90 graden terug. De officier van justitie deed er een briefje bij dat ik niet zou worden vervolgd voor roekeloos rijden: hij vond dat gebroken been een straf die passend genoeg was (lijfstraffen????). Van de automobilist die mij en Puch in de kreukels reed, heb ik nimmer iets gehoord, behalve geruchten dat hij graag een borrel lustte en de gang er goed in had. Volgens de getuigende Tomosrijder, gaf de heer De Hoop, vol gas toen ik nog tegen de grond moest duikelen. Mij is door die officier nooit wat gevraagd. Mister De Hoop was gevlogen voor de politie poolshoogte kwam nemen. Die arriveerde op de onheilsplek toen ik al lang en breed met draden en gewichten, been omhoog, in de takels lag…
Tussen mij en Puch is het nooit meer iets geworden. Nog wel even een Tomos gehad, maar omdat ik geen sleutelaar was, bleef het behelpen. Hij kostte 50 gulden, er zat een slagje in het frame en de olie druppelde uit het carter. Roken deed het geval volop, lawaai maken eveneens. Snelheid maken helaas niet…
Met de komst van de verplichte helm was het afgelopen met de alternatieve Puch. Zelfs met de burgerlijke buikschuivers. Zeg maar met de brommer in het algemeen. De Kreidlerjongens lieten zich niet van de wijs brengen: zij stapten over op een Harley. Die is pas pimpbaar! We lezen nog dagelijks over ze. De Angels, die weten wel wat aanpassen aan het individu is. Puchs zie je nu nog wel eens bij verzamelaars. Techneuten die vroeger nooit het Puch gevoel hebben gehad, niet van Pink Floyd hielden en geen idee hebben wat een pukkel was. Zo’n Puch hoort een herinnering te blijven. Net als de jagersjas en The Piper at the Gates of Dawn….Die plaat is verdwenen, Syd Barrett stierf net als de Puch een stille dood en uit mijn hoofd: de laatste song van dat eerste Pink-Floyd album. Syd Barrett zingt: I’ve got a bike and I ride it, if you like it…Waarna de plaat in de groove bleef hangen
F.W.
Anders lag dat bij de bezitters van de Kreidler, type buikschuiver en de Zündapp. Vooral Kreidler was geliefd bij jongens die vielen op brillantine in het haar, soulmuziek, Elvis Presley en rock and roll. Sleutelen deden ze liever dan rijden. Doeners, geen denkers. Voor een kleine honderd per uur draaiden ze de hand niet om. Daarmee indruk makend op maten en meiden. Zeker geen verfijnde intellectuelen, die Kreidler broeders. Je moest altijd een beetje voor ze op je hoede wezen. Niet voor niks is de Nederlandse tak van de Hells Angels ontsproten aan een club Kreidler-sleutelaars. Brave huisvaders signaleerde je er zelden op. Wel op de Zündapp. Over dat laatste merk waren vriend en vijand het eens: als je wat degelijks wilde en niet voor lul wou rijden, dan was de neutraal / progressieve Zündapp je ding.
Maar dan de Puch. Zondermeer de eerste gadget in de geschiedenis die je kon pimpen, al bestonden die termen in de sixties nog niet... Anno 2008 is iedereen in gadgets en pimpt zelfs de simpelste ziel zich een ongeluk. Al is het maar een skin van een mobiel of de earphone van je I-Pod. Tegenwoordig is’t bijna een dagtaak om alle eenheidsworst in een persoonlijk tintje te kleuren…Met een Puch onderscheidde je je van de grauwe burgerij. Dacht je… Met een gepimpte Puch deed je hetzelfde, maar dan binnen de Puch gemeenschap. Pimp Puch Persoonlijk. Het verschil zat’m in details want ook de Puch was natuurlijk een slim marketing-concept. (dat woord was er destijds ook al…)
Een Puch rijder was nimmer vetkuif. Zie hem voor je met lange haren, Pink Floyd aanhanger (The Piper at the Gates of Dawn, Syd Barrett)Kerouac adept, tolerant jegens de medemens mits die dezelfde overtuigingen aanhing, experimenterend met een stickie hasj en vooral luisterend naar alternatieve muziek van Amerikaanse komaf. De Puch adept had een soort gespeelde nonchalance, hij deed onverschillig, maar betrachtte daar een uiterste nauwkeurigheid in. Denk aan het kapsel van Jeroen Pauw: het lijkt warrig, maar over elk haartje is nagedacht. Meiden mochten achterop, maar een Puch met buddy-seat was natuurlijk not done. Meiden záten achterop, omdat het statusverhogend wekte: naar beide kanten. Al was het afzien op de harde bagagedrager. Een jagersjas, groen met achter een split hoorde bij de outfit. Net als een pukkel om de schoolboeken te bergen. Uit de dump, geen neppers…
Een echte Puch werd meteen gestript. Allereerst moest het stuur het ontgelden. Minimaal een stuk hoger dan de versie die de fabriek afleverde. Echte fanaten lieten een stuur ontwerpen. Maar in de meeste gevallen kon er een gekromd, hoog en vooral heel erg anti ergonomisch exemplaar via het Puch toelevering circuit worden bemachtigd. Vaak was dat de plaatselijke fietsendealer.Tandwielen, sproeiers en nog wat onderdelen aan de carburateur waren voldoende om de grens van 40 km per uur te verhogen tot minstens 60. Handschakeling was voor watjes: drie versnellingen, met de voet. Dat was de serieuze Puch. Alleen beschilderen was uit den boze. Overspuiten was eveneens taboe: alleen bij hoge uitzondering zoals ernstige lakschade wegens averij, of bij aanschaf van een nieuw frame toegestaan. Fabrieksglimmend.
Mijn exemplaar mocht ik in juni 1969 mee naar huis nemen. Helemaal top. Behalve dat ik het hoge stuur verving door een gekromd hoefijzervormig exemplaar, hoefde er niks aan te gebeuren. Nou ja, het ‘potje,’ de wat sullige uitlaat die die naam niet mocht hebben, verving ik door een lange chroomstalen straalbuis. Scheelde ook aanmerkelijk in vermogen. Kortom: mijn Puch was er eentje om eer mee in te leggen. Met gemak haalde hij meer dan 80 echte kilometers. Bij tegenwind kroop de naald nog tegen de 70. Mooie verhouding van voor- en achtertandwiel, uitgeboorde cilinderkop en iets vaags met de koppakkingen.
Na drie weken onbezorgde easy riding stopte er een politiewagen met zwaailicht en werd mijn kroonjuweel naar de berm gedirigeerd. Zonder enig heen en weer gelul -in die tijd sprak je de prinsemarij niet tegen- werd het mobiel beslag genomen, en binnen tien minuten was ik Puch eigenaar af.. Van een agent kreeg ik een beetje geld om een buskaartje te kopen. Ik heb het hem later ook nog terug betaald. Je had dienders met een hart, toen. Drie weken later kreeg ik ’m terug. In onderdelen. De tandwielen waren verdwenen, het motorblok ontmanteld en de uitlaat lag ergens de schroothoop. “Bijna 80 in de stad,”mocht ik afkopen met 150 harde guldens aan boete.
Met het verkopen van wat obscure elpees en onderhandelen met de fietsenboer, werd de oude glorie deels hersteld. De eerste rit op de, vrijwel binnen elke wettelijke norm, maar helaas minder persoonsgerichte Puch was meteen de laatste. Met een snelheid van een kleine 35 km. per uur strak ik, zonder achterom te kijken, een stille landweg over, omdat aan de overkant een mij bekende Tomosrijder met panne aan zijn –surrogaat Puch stond. Want Tsjechisch en handschakeling, en goedkoper, zo’n Tomos. Maar Puch en Tomos: het schiep een band.
Een klap, daarna een absoluut niks, vervolgens verbaasd ontwaken op de intensive care. Waar een chirurg met een echte Black en Decker een gat door m’n onderbeen boorde, waardoor een staaf werd geduwd waarna het geheel aan een katrol met gewichten werd gekoppeld. Volgde een operatie, zodat het gebroken bovenbeen voor eeuwig intact zou blijven. Er werd een titanium pen in gezet. Zit er nog steeds. Veel plezier aan beleefd. S-5 aan die pen te danken, omdat ik tijdens mijn keuring voor het soldatenbestaan weigerde een briefje te tekenen dat defensie dat ding mocht verwijderen. Stapelgek verklaarden die dokters, iemand die met een pen in z’n lijf het leven door zou gaan …Ruim zes weken in bed gelegen, maanden met krukken gelopen. Spooky Tooth, Led Zeppelin, Hair en Aloha / Hitweek maakten het immobiele bestaan een beetje opwindend. Alhoewel, een Philips met kristalelement en monogeluid via de radio met lampen en het groene oog…Hifi, daar las je soms over. Wat het was wist bijna niemand. Maar bedrevenheid in hinkelen was ook wat waard. Vaak was ik zelf ‘s nachts later dan mijn krukken, die door vrienden met een automobiel ergens in de voortuin werden gedeponeerd.
De Puch kreeg ik in een hoek van 90 graden terug. De officier van justitie deed er een briefje bij dat ik niet zou worden vervolgd voor roekeloos rijden: hij vond dat gebroken been een straf die passend genoeg was (lijfstraffen????). Van de automobilist die mij en Puch in de kreukels reed, heb ik nimmer iets gehoord, behalve geruchten dat hij graag een borrel lustte en de gang er goed in had. Volgens de getuigende Tomosrijder, gaf de heer De Hoop, vol gas toen ik nog tegen de grond moest duikelen. Mij is door die officier nooit wat gevraagd. Mister De Hoop was gevlogen voor de politie poolshoogte kwam nemen. Die arriveerde op de onheilsplek toen ik al lang en breed met draden en gewichten, been omhoog, in de takels lag…
Tussen mij en Puch is het nooit meer iets geworden. Nog wel even een Tomos gehad, maar omdat ik geen sleutelaar was, bleef het behelpen. Hij kostte 50 gulden, er zat een slagje in het frame en de olie druppelde uit het carter. Roken deed het geval volop, lawaai maken eveneens. Snelheid maken helaas niet…
Met de komst van de verplichte helm was het afgelopen met de alternatieve Puch. Zelfs met de burgerlijke buikschuivers. Zeg maar met de brommer in het algemeen. De Kreidlerjongens lieten zich niet van de wijs brengen: zij stapten over op een Harley. Die is pas pimpbaar! We lezen nog dagelijks over ze. De Angels, die weten wel wat aanpassen aan het individu is. Puchs zie je nu nog wel eens bij verzamelaars. Techneuten die vroeger nooit het Puch gevoel hebben gehad, niet van Pink Floyd hielden en geen idee hebben wat een pukkel was. Zo’n Puch hoort een herinnering te blijven. Net als de jagersjas en The Piper at the Gates of Dawn….Die plaat is verdwenen, Syd Barrett stierf net als de Puch een stille dood en uit mijn hoofd: de laatste song van dat eerste Pink-Floyd album. Syd Barrett zingt: I’ve got a bike and I ride it, if you like it…Waarna de plaat in de groove bleef hangen
F.W.
Gangsta Paradise

Gistermiddag werd het eerste exemplaar van Steve Brown in Gangsta Paradise, het nieuwe boek met onthullingen uit de mondiale onderwereld gepresnteerd. Het eerste exemplaar werd uitgereikt aan mr. Gerard Spong. We komen er nog uitebreid op terug, maar willen alvast wel vertellen dat Brown in dit boek z'n vleugels verder heeft uitgeslagen. Hij vertelt met vaart en humor over belevenissen over over de zo'n beetje de hele aardbol plaats vonden. Verslagen uit de onderbuiken van Lagos, Afghanistan, Oost-Europa worden afgewisseld met onthullende inkijkjes in het nauwe blikveld waar Nederlandse onder- en bovenwereld elkaar ontmoeten. Fascinerend materiaal...Bonus: een nawoord over -hoe kan het anders- Peter R.de Vries, die overigens op deze presentatie schitterde door afwezigheid. Steve Brown is geen helderziende, maar wel een goed waarnemer: hij kent de handel en wandel van Nederlands' bekendste, steeds meer in opspraak rakende 'misdaadverslaggever' trouwens als geen ander. De voorspelling die Brown eerder ver voor de uitzending, aan uw en enkele andere verslaggevers deed, over de aanpak die Joran van der Sloot te wachten stond, en waarvan de strekking luidde: hij gaat die labiele jongen volstoppen met drank en drugs om te scoren, bleek inderdaad de pijnlijke waarheid....
Op de foto hiernaast leest mr. Spong aandachtig het eerste exemplaar. Foto boven: Brown in gesprek met de pers. Zie ook: http://stevenbrown.web-log.nl/stevenbrown/2008/02/steve_brown_in_.html
En mis ook de info op
www.elmar.nl niet
Het boek is verschenen bij uitgeverij Elmar.
Adams rib, of hoe de ego's van Peter, Jeroen en Paul ontstonden...
Wat is het probleem Eva?
God, ik weet dat u me heeft ontworpen en ook deze schitterende tuin en deze prachtige dieren, vooral die grappige slang, maar weet u, ik ben niet echt gelukkig.
Wat mankeert er aan dat geluk Eva?
Lieve God, ik verveel me zo, voel me ongelooflijk alleen en goedbeschouwd lust ik eigenlijk niet eens appels.
Nou , ik weet er wat op: ik ga een man voor je maken. En ook een televisie.
Wat is een man dan God? En een televisie, wat is dat?
Een man Eva, is een gebrekkig, laag ontwikkeld wezen, met heel veel slechte eigenschappen. En een televisie is een medium waarop hij die eigenschappen aan andere wezens laat zien.
De man zal liegen, overspel plegen en bovenal zal hij heel erg ijdel zijn. Het zal hem aan gevoel voor humor ontbreken en hij zal zelfs dode dingen gebruiken om de kijkcijfers op te krikken. Hij zal niet al te slim wezen, dus heeft hij jouw advies nodig om zijn manier van denken zo nu en dan een beetje bij te sturen. Hij zal een over weinig emotioneel inlevingsvermogen beschikken en ook daarin zul je hem terzijde moeten staan. Bovendien ziet hij er niet echt super uit, vooral niet in opgewonden staat, maar omdat jij degene bent, die niet alleen wil zijn, zal ik hem zo in elkaar zetten dat hij je lichamelijke lusten kan bevredigen. Ik denk dat je je met hem niet meer zult vervelen!
Nou God, dat is nogal wat. Maar u kennende: zit daar soms iets achter? Een addertje onder het gras? Slangen
Je hebt me door Eva. Voor wat hoort wat, zo heb ik de wereld nou eenmaal in mekaar gefoezeld.. Als ik meer dan die zes dagen had gehad had het er misschien anders uit gezien. Beschouw het maar als een spoedklus!
En wat is dat addertje onder het gras dan, almachtige vader?
Zoals ik al zei: hij zal trots zijn, arrogant, ijdel, kortom hij zal over een bijzonder groot EGO beschikken….Daarom moet jij hem laten geloven –want hij is goedgelovig- dat hij als eerste en beste is gemaakt en de hoogste kijkcijfers trekt…En dat zal ons geheimpje blijven. Je weet wel, van vrouw tot vrouw….
Thanks to the Ministry of Silly Thoughts
God, ik weet dat u me heeft ontworpen en ook deze schitterende tuin en deze prachtige dieren, vooral die grappige slang, maar weet u, ik ben niet echt gelukkig.
Wat mankeert er aan dat geluk Eva?
Lieve God, ik verveel me zo, voel me ongelooflijk alleen en goedbeschouwd lust ik eigenlijk niet eens appels.
Nou , ik weet er wat op: ik ga een man voor je maken. En ook een televisie.
Wat is een man dan God? En een televisie, wat is dat?
Een man Eva, is een gebrekkig, laag ontwikkeld wezen, met heel veel slechte eigenschappen. En een televisie is een medium waarop hij die eigenschappen aan andere wezens laat zien.
De man zal liegen, overspel plegen en bovenal zal hij heel erg ijdel zijn. Het zal hem aan gevoel voor humor ontbreken en hij zal zelfs dode dingen gebruiken om de kijkcijfers op te krikken. Hij zal niet al te slim wezen, dus heeft hij jouw advies nodig om zijn manier van denken zo nu en dan een beetje bij te sturen. Hij zal een over weinig emotioneel inlevingsvermogen beschikken en ook daarin zul je hem terzijde moeten staan. Bovendien ziet hij er niet echt super uit, vooral niet in opgewonden staat, maar omdat jij degene bent, die niet alleen wil zijn, zal ik hem zo in elkaar zetten dat hij je lichamelijke lusten kan bevredigen. Ik denk dat je je met hem niet meer zult vervelen!
Nou God, dat is nogal wat. Maar u kennende: zit daar soms iets achter? Een addertje onder het gras? Slangen
Je hebt me door Eva. Voor wat hoort wat, zo heb ik de wereld nou eenmaal in mekaar gefoezeld.. Als ik meer dan die zes dagen had gehad had het er misschien anders uit gezien. Beschouw het maar als een spoedklus!
En wat is dat addertje onder het gras dan, almachtige vader?
Zoals ik al zei: hij zal trots zijn, arrogant, ijdel, kortom hij zal over een bijzonder groot EGO beschikken….Daarom moet jij hem laten geloven –want hij is goedgelovig- dat hij als eerste en beste is gemaakt en de hoogste kijkcijfers trekt…En dat zal ons geheimpje blijven. Je weet wel, van vrouw tot vrouw….
Thanks to the Ministry of Silly Thoughts
Mormonen, fundamentalisme en moord
.
Under the Banner of Heaven
Jon Krakauer
“One is often told that it’s a very wrong idea to attack religion, because religion makes men virtuous. So I am told; I have not noticed it…You find as you look around the world that every single bit in humane feeling, every improvement in the criminal law, every step toward diminution of war, every step toward better treatment of the colored races, or every mitigation of slavery, every moral progress that there has been in the world, has been consistently opposed by the organized churches of the world.
My own view on religion is that of Lucretius. I regard it as a disease born of fear and as a source of untold misery to the human race. I cannot, however, deny that it has made some contributions to civilization. It helped in early days to fix the calendar, and it caused Egyptian priests to chronicle eclipses with such care that in time they became able to predict them. These two services I am prepared to acknowledge, but I do not know of any others.”
Deze woorden en een paar opmerkingen over het taboe op het spreken over seksualiteit leverden de filosoof Bertrand Russell aan het eind van de jaren twintig bijna een gevangenisstraf op en kostten hem een professoraat. Kritiek op godsdienst is een heikel punt. En godsdiensten hebben sinds het eind van jaren twintig niet aan kracht verloren: integendeel. Het Christendom mag zich in grote lijnen enigszins hebben aangepast aan het moderne denken: in wezen is het conservatief en repressief. Neem bijvoorbeeld het feit dat in veel Amerikaanse staten de evolutietheorie van Darwin –op last van de overheid!- niet onderwezen mag worden. Om maar niet te spreken over de islam, de godsdienst waarin elke gedachte die niet strookt met de letterlijke tekst van de Koran, desnoods te vuur en te zwaard wordt bestreden. Gelukkig houdt niet elke gelovige zich aan de letter van het Woord. Was dat wel het geval dan zou het er nog droeviger voorstaan met de wereld en de inquisitie een normaal onderdeel van het dagelijks bestaan...
Godsdiensten worden geïnterpreteerd door hun aanhangers en niet zelden verlaten met het verglijden van de tijd de oorspronkelijke leerstellingen. Maar soms mondt dat uit in strengere dogma’s, sen zie je dat volgelingen zich in eenhardere richting ontwikkelen dan het moedergeloof. En dan heb je weer een ‘Artikel zoveel’. Kerkscheuringen zijn van alle tijden. Het Christendom heeft zich aanvankelijk als een sekte rond de goeroe Jezus, afgescheiden van het Jodendom. De eerste Christenen waren volgelingen van een prediker met een afwijkend verhaal, verkondigd door een man met charisma. Hij trok het land door, omringd door twaalf discipelen en presenteerde zich als ‘de zoon van God.’ Dat wilde er niet in bij de joden. Zij wachten nog steeds op de messias, noemen Jezus een charlatan en ziehier: de controverse tussen joden en christenen. Wie weet was Jezus de eerste malloot die dacht hij Jezus was….
Jon Krakauer groeide op binnen een mormoonse gemeenschap. Hij keerde het geloof de rug toe, trok de wijde wereld in en schreef een paar schitterende boeken. Into Tin Air is zijn onthutsende verslag van een beklimming van de Vreest waarbij een tiental klimmers, onder wie zijn vriend , de Nieuw-Zeelander Bob Hall om het leven kwam. Krakauer zelf kon het na vertellen en dat boek is een standaardwerk over de risico’s van het moderne klimmen geworden. Ook schreef hij Indo the Wild. De markant invoelbare analyse van een survival in het ruigste deel van Alsaka die op een drama uitliep. Zijn werk ontstijgt de doorsnee reisverslagen, door een soort van diep spirituele –geen godsdienstige!- inslag. Voor Krakauer is het doorbreken van grenzen een filosofische bezigheid, ontdaan van heroïek. In Under the Banner of heaven gaat Krakauer terug naar zijn roots. De mormoonse gemeenschap. Het boek is een onthutsende documentatie over een fundamentalistische tak van deze sekte in Utah en Arizona, de beide staten in Amerika waarin de leer van stichter en selfmade profeet Joseph Smith het wijdst verbreid en diepst geworteld is.
Zoals de bijbels figuur Mozes aan de wieg van het jodendom stond –god leverde hem vanaf een berg twee stenen tafels waarop de tien geboden stonden gegraveerd, terwijl het volk onder invloed van alcohol en opzwepende muziek rond het gouden kalf danste- zo beweerde deze Smith dat hij via een visioen in het bezit kwam van een aantal gouden platen waarop God hem het boek van Mormon openbaarde. Zijn volgelingen hebben het bewijsmateriaal nooit onder ogen gehad, maar Smith had in tegenstelling tot Mozes, de beschikking over een drukpers. Hij stuurde grote oplages van zijn visie op God’s woord de wereld in en vooral in Utah en Arizona viel dat in vruchtbare aarde. De gevestigde kerken zagen een concurrent.
“The book of Mormon has been placed in our hands. A viler imposition was never practiced. It is an evidence of fraud, blasphemy, and credulity, shocking, both to Christians and moralists.”
Aldus een citaat uit een Amerikaanse krant uit de negentiende eeuw.
Smith’s leer legde Het Woord het uit als een typisch Amerikaans verschijnsel. Zo was de hof van Eden, de woonplaats van de eerste mensen, Adam en Eva, niet gelokaliseerd in het Midden-Oosten, maar in Jackson County, Missouri. Daar wilde Smith ook een nieuw Jeruzalem stichten, maar dat kwam niet van de grond omdat er te nog te weinig fondsen en volgers waren. Bovendien zagen autoriteiten de groeiende sekte als een bedreiging voor hun eigen macht. Die tegenwerking maakte de mormonen alleen maar krachtiger: ook claimden ‘het uitverkoren volk’ te zijn. Smith, gesterkt door zijn macht, gebruikte dezelfde taal die Bush onlangs sprak; “Wie niet met ons is, is tegen ons.’ Missouri, hevig verdeeld in een pro en contra Smith denkers, stond even op de rand van een burgeroorlog.
De aanhang van Smith bleef groeien en zelfs na zijn dood –merkwaardig, want een sekte verdwijnt vaak met zijn leider- bleven de mormonen de snelst groeiende sekte in de V.S. Vooral op het platteland. De structuur is, zoals bij elke sekte, streng hiërarchisch. de man is de baas, de vrouw is dienstbaar en kranten en boeken, anders dan van mormoonse snit, zijn verboden. Drank en drugs zijn eveneens taboe. Maar Krakauer toont aan dat die vernis maar dun gelaagd is. Hedonisme speelt wel degelijk een grote rol binnen de mormoonse gemeenschap. Vermoedelijk als ontsnapping aan de saaie routine, maar misschien ook door het feit dat mormonen, hoewel uitverkoren, niets menselijks vreemd is. Incest en polygamie zijn opvallend vaak terugkerende thema’s als je de geschiedenis over de sekte tegen het licht houdt.. Krakauer beschrijft in zijn boek een aantal akelige gevallen van vrouwen die gedwongen, op jonge leeftijd wedren uitgehuwelijkt, vervolgens probeerden te ontsnappen en daarom hun respectievelijke mannen en broeders werden vermoord. Volgens de regels van religieus geweld werd hun de keel afgesneden. Zelfs een baby ontkwam niet aan de slachtpartij, want de broeders achtten het niet onaannemelijk dat het kwaad van de moeder op de pasgeborene was overgegaan… Oude mannen, die samenleven met tientallen jonge vrouwen zijn geen uitzondering in fundamentalistische mormoonse gemeenschappen. Bizar voorbeeld is een mormoon van 93 die een dertienjarige vrouw erbij krijgt. Omdat dit alles onder de noemer vrijheid van godsdienst valt is het voor de buitenwereld moeilijk om een voet tussen de deur te krijgen. Het boek van Krakauer is nauwelijks opgemerkt. Zo gewoon zijn die praktijken. Hij toont aan dan fundamentalisme allerminst een islamitisch fenomeen is…Natuurlijk steunt niet elke mormoon deze duistere praktijken, maar om nou te zeggen dat de rekkelijken veel tegengas biedt is bezijden de waarheid. Horen zien en zwijgen. Zorgwekkend is wel dat rare club nog steeds groeit is, inclusief de fundamentalistische tak.
“Mormonism is one of the most boldly innovating developments in the history of religions. Its aggressive theocratic claims, political aspirations, and use of force.”
By the way: ze hebben ook uw naam en adrs in hun bestand!!!
Nederlandse vertaling: Prometheus
F.W.

Under the Banner of Heaven
Jon Krakauer
“One is often told that it’s a very wrong idea to attack religion, because religion makes men virtuous. So I am told; I have not noticed it…You find as you look around the world that every single bit in humane feeling, every improvement in the criminal law, every step toward diminution of war, every step toward better treatment of the colored races, or every mitigation of slavery, every moral progress that there has been in the world, has been consistently opposed by the organized churches of the world.
My own view on religion is that of Lucretius. I regard it as a disease born of fear and as a source of untold misery to the human race. I cannot, however, deny that it has made some contributions to civilization. It helped in early days to fix the calendar, and it caused Egyptian priests to chronicle eclipses with such care that in time they became able to predict them. These two services I am prepared to acknowledge, but I do not know of any others.”
Deze woorden en een paar opmerkingen over het taboe op het spreken over seksualiteit leverden de filosoof Bertrand Russell aan het eind van de jaren twintig bijna een gevangenisstraf op en kostten hem een professoraat. Kritiek op godsdienst is een heikel punt. En godsdiensten hebben sinds het eind van jaren twintig niet aan kracht verloren: integendeel. Het Christendom mag zich in grote lijnen enigszins hebben aangepast aan het moderne denken: in wezen is het conservatief en repressief. Neem bijvoorbeeld het feit dat in veel Amerikaanse staten de evolutietheorie van Darwin –op last van de overheid!- niet onderwezen mag worden. Om maar niet te spreken over de islam, de godsdienst waarin elke gedachte die niet strookt met de letterlijke tekst van de Koran, desnoods te vuur en te zwaard wordt bestreden. Gelukkig houdt niet elke gelovige zich aan de letter van het Woord. Was dat wel het geval dan zou het er nog droeviger voorstaan met de wereld en de inquisitie een normaal onderdeel van het dagelijks bestaan...
Godsdiensten worden geïnterpreteerd door hun aanhangers en niet zelden verlaten met het verglijden van de tijd de oorspronkelijke leerstellingen. Maar soms mondt dat uit in strengere dogma’s, sen zie je dat volgelingen zich in eenhardere richting ontwikkelen dan het moedergeloof. En dan heb je weer een ‘Artikel zoveel’. Kerkscheuringen zijn van alle tijden. Het Christendom heeft zich aanvankelijk als een sekte rond de goeroe Jezus, afgescheiden van het Jodendom. De eerste Christenen waren volgelingen van een prediker met een afwijkend verhaal, verkondigd door een man met charisma. Hij trok het land door, omringd door twaalf discipelen en presenteerde zich als ‘de zoon van God.’ Dat wilde er niet in bij de joden. Zij wachten nog steeds op de messias, noemen Jezus een charlatan en ziehier: de controverse tussen joden en christenen. Wie weet was Jezus de eerste malloot die dacht hij Jezus was….
Jon Krakauer groeide op binnen een mormoonse gemeenschap. Hij keerde het geloof de rug toe, trok de wijde wereld in en schreef een paar schitterende boeken. Into Tin Air is zijn onthutsende verslag van een beklimming van de Vreest waarbij een tiental klimmers, onder wie zijn vriend , de Nieuw-Zeelander Bob Hall om het leven kwam. Krakauer zelf kon het na vertellen en dat boek is een standaardwerk over de risico’s van het moderne klimmen geworden. Ook schreef hij Indo the Wild. De markant invoelbare analyse van een survival in het ruigste deel van Alsaka die op een drama uitliep. Zijn werk ontstijgt de doorsnee reisverslagen, door een soort van diep spirituele –geen godsdienstige!- inslag. Voor Krakauer is het doorbreken van grenzen een filosofische bezigheid, ontdaan van heroïek. In Under the Banner of heaven gaat Krakauer terug naar zijn roots. De mormoonse gemeenschap. Het boek is een onthutsende documentatie over een fundamentalistische tak van deze sekte in Utah en Arizona, de beide staten in Amerika waarin de leer van stichter en selfmade profeet Joseph Smith het wijdst verbreid en diepst geworteld is.
Zoals de bijbels figuur Mozes aan de wieg van het jodendom stond –god leverde hem vanaf een berg twee stenen tafels waarop de tien geboden stonden gegraveerd, terwijl het volk onder invloed van alcohol en opzwepende muziek rond het gouden kalf danste- zo beweerde deze Smith dat hij via een visioen in het bezit kwam van een aantal gouden platen waarop God hem het boek van Mormon openbaarde. Zijn volgelingen hebben het bewijsmateriaal nooit onder ogen gehad, maar Smith had in tegenstelling tot Mozes, de beschikking over een drukpers. Hij stuurde grote oplages van zijn visie op God’s woord de wereld in en vooral in Utah en Arizona viel dat in vruchtbare aarde. De gevestigde kerken zagen een concurrent.
“The book of Mormon has been placed in our hands. A viler imposition was never practiced. It is an evidence of fraud, blasphemy, and credulity, shocking, both to Christians and moralists.”
Aldus een citaat uit een Amerikaanse krant uit de negentiende eeuw.
Smith’s leer legde Het Woord het uit als een typisch Amerikaans verschijnsel. Zo was de hof van Eden, de woonplaats van de eerste mensen, Adam en Eva, niet gelokaliseerd in het Midden-Oosten, maar in Jackson County, Missouri. Daar wilde Smith ook een nieuw Jeruzalem stichten, maar dat kwam niet van de grond omdat er te nog te weinig fondsen en volgers waren. Bovendien zagen autoriteiten de groeiende sekte als een bedreiging voor hun eigen macht. Die tegenwerking maakte de mormonen alleen maar krachtiger: ook claimden ‘het uitverkoren volk’ te zijn. Smith, gesterkt door zijn macht, gebruikte dezelfde taal die Bush onlangs sprak; “Wie niet met ons is, is tegen ons.’ Missouri, hevig verdeeld in een pro en contra Smith denkers, stond even op de rand van een burgeroorlog.
De aanhang van Smith bleef groeien en zelfs na zijn dood –merkwaardig, want een sekte verdwijnt vaak met zijn leider- bleven de mormonen de snelst groeiende sekte in de V.S. Vooral op het platteland. De structuur is, zoals bij elke sekte, streng hiërarchisch. de man is de baas, de vrouw is dienstbaar en kranten en boeken, anders dan van mormoonse snit, zijn verboden. Drank en drugs zijn eveneens taboe. Maar Krakauer toont aan dat die vernis maar dun gelaagd is. Hedonisme speelt wel degelijk een grote rol binnen de mormoonse gemeenschap. Vermoedelijk als ontsnapping aan de saaie routine, maar misschien ook door het feit dat mormonen, hoewel uitverkoren, niets menselijks vreemd is. Incest en polygamie zijn opvallend vaak terugkerende thema’s als je de geschiedenis over de sekte tegen het licht houdt.. Krakauer beschrijft in zijn boek een aantal akelige gevallen van vrouwen die gedwongen, op jonge leeftijd wedren uitgehuwelijkt, vervolgens probeerden te ontsnappen en daarom hun respectievelijke mannen en broeders werden vermoord. Volgens de regels van religieus geweld werd hun de keel afgesneden. Zelfs een baby ontkwam niet aan de slachtpartij, want de broeders achtten het niet onaannemelijk dat het kwaad van de moeder op de pasgeborene was overgegaan… Oude mannen, die samenleven met tientallen jonge vrouwen zijn geen uitzondering in fundamentalistische mormoonse gemeenschappen. Bizar voorbeeld is een mormoon van 93 die een dertienjarige vrouw erbij krijgt. Omdat dit alles onder de noemer vrijheid van godsdienst valt is het voor de buitenwereld moeilijk om een voet tussen de deur te krijgen. Het boek van Krakauer is nauwelijks opgemerkt. Zo gewoon zijn die praktijken. Hij toont aan dan fundamentalisme allerminst een islamitisch fenomeen is…Natuurlijk steunt niet elke mormoon deze duistere praktijken, maar om nou te zeggen dat de rekkelijken veel tegengas biedt is bezijden de waarheid. Horen zien en zwijgen. Zorgwekkend is wel dat rare club nog steeds groeit is, inclusief de fundamentalistische tak.
“Mormonism is one of the most boldly innovating developments in the history of religions. Its aggressive theocratic claims, political aspirations, and use of force.”
By the way: ze hebben ook uw naam en adrs in hun bestand!!!

Nederlandse vertaling: Prometheus
F.W.
U-boten en wrakduikers

Toen Rudolf Hess op 10 mei 1941 zijn mysterieuze solotocht naar Engeland ondernam, werd hij meteen door de Nazi’s en de Engelsen voor gek verklaard. Een snelle en vooral vreemde conclusie want tot die dag was Hess de tweede man onder Hitler Het is onwaarschijnlijk dat Hitler (die in die dagen misschien wel een beetje gek was, maar beslist niet helemaal) een idioot als opvolger zou kiezen. Hess brak bij de landing aan zijn parachute zijn enkel, werd opgepakt en door de Britten van de buitenwereld afgesloten. Of later in de Spandau gevangenis de echte Hess gevangen zat, of een dubbelganger is een raadsel dat nog steeds niet is opgelost. Wel wist Hess waarschijnlijk méér dan wie ook, die in de kringen rond Hitler verkeerde. Reden voor de Britten om zoveel mogelijk informatie uit hem te trekken. Of daar marteling bij kwam kwam kijken, is niet officieel naar buiten gekomen, wel dat Hess meerdere malen klaagde dat hij was gedrogeerd. Vermoedelijk was zijn voedsel zo nu en dan vermengd met natrium penthotal , in grote dosering een narcosemiddel, in lagere doseringen wekt het hallucinaties op.Het wordt nu nog wel gebruikt als ‘waarheidsserum.’
Hess kwam naar eigen zeggen om te bemiddelen tussen de nazi’s en de Engelsen om escaleren van de oorlog tussen beide landen voorkomen (Hitler zou de Sovjets aanvallen en was in die tijd strateeg genoeg, dacht men…. om te beseffen dat een oorlog op twee fronten een onhaalbare kaart was.) Uit vastgelegde gesprekken blijkt dat Hess wel degelijk een punt had toen hij beweerde dat Duitsland een cordon van U-boten rond Engeland zou leggen, waardoor het land, net als in de eerste wereldoorlog, afgesneden zou zijn van olie en voedsel die van overzee moest komen.. Hess nam aan dat de Britse bevolking dat niet zou pikken, evenals een groot deel van de Britse adel, die banger was voor Rusland dan voor de Duitsers. Bij een van die, waarschijnlijk door een Britse elite georganiseerde bijeenkomsten was ook Prins Bernhard aanwezig. Ergens in Schotland waar ook een deel van de Britse koninklijke familie verbleef. In brede kring wordt aangenomen dat het vliegtuig waarin Hess vertrok, is gesaboteerd waardoor het tegen een Schotse heuvel crashte. Propagandistische motieven dreven de slimme Churchill ertoe om de mythe Hess te laten ‘voortleven.’ In ieder geval werd na Hess’ aankomst de strijd tegen de Duitse onderzeeërs intensiever. In 1939 bevonden zich minstens 49 U-boten in de Britse wateren. Formeel waren Engeland en Duitsland op dat moment nog niet fullblown in oorlog, maar schermutselingen namen toe..
De directe belangstelling van Hitler richtte zich op het uitbreiden van “Lebensraum” in het oosten. In snel tempo had hij grote delen van de Balkan en Tsjechië geannexeerd . De ‘geallieerden’ keken sputterend toe.. Engeland had wel garanties aan Polen gegeven. Engeland ging overstag toen de Duitsters 1939 provocaties uitvoerden bij een Poolse grenspost, de schuld daarvan toeschreven aan de Polen. Vervolgens wist Hitler met de snelle Blitzkrieg het land in handen te krijgen. Churchill moest wel reageren Hitler verwachtte zelfs een soort van oorlogsverklaring, met in het achterhoofd de gedachte dat de geallieerden, zoals steeds daarvoor, niet zouden overgaan tot een totale oorlog. Plannen voor een invasie in Engeland waren in die dagen daarom nog niet concreet. Inderdaad hing ging er een waarschuwing uit en stelde Engeland een laatste ultimatum. Hitler had beloofd zich aan de Haagse conventie te houden, wat inhield dat het oorlogsrecht zou gelden en hij geen vijandelijkheden tegenover niet-militaire doelen zou beramen. Wel behield hij zich het recht voor militair transport aan te vallen, dat viel immers binnen de regels..
De Athenia, een groot passagierschip, was in die noodlottige dagen onderweg van Engeland naar Amerika. Het had meer dan veertienhonderd passagiers aan boord. Dat de situatie in Europa uiterst gespannen was, ontging vele opvarenden, hoewel ze om een eventuele oorlog te ontlopen onderweg waren, voor hun gevoel ver van het toekomstige strijdtoneel.
Op minder dan 100 mijl afstand bevond zich een U-boot onder het bevel van Fritz Lemp, een commandant met veel ervaring en eentje die werd geacht de voorschriften te kennen en zich daaraan te houden. Maar het liep anders. Hij ontving (de enigma machine bestond nog niet in operationele vorm) het volgende bericht van het Duitse opperbevel. “Vijandelijkheden met Engeland terstond aanvangen. Handelsoorlog strikt overeenkomstig operationele orders. Frankrijk acht zich vanaf 17.00 uur in oorlog met Duitsland (dat Lemp concludeerde dat Engeland zou volgen, ligt natuurlijk voor de hand F.W.). Uw acties, ook bij optreden tegen handelsschepen zijn slechts verdedigend.” De, mede onder druk van de Britten gemaakte bepalingen, waaraan Hitler zich had geconformeerd luidden onder meer: “Het is onwettig een schip tot zinken te brengen alvorens de passagiers, de bemanning en de scheepspapieren op een veilige plaats te hebben gebracht. Te dien einde worden scheepssloepen niet als een veilige plaats aangemerkt, tenzij de veiligheid van de passagiers en bemanning onder de heersende weersomstandigheden en zeegang gewaarborgd is door de nabijheid van land of de aanwezigheid van een ander handelsvaartuig dat in staat is hen aan boord te nemen.” Hitler nam dit voorschrift serieus om een oorlog met de westelijke mogendheden te voorkomen. Want hij zag wel degelijk in dat er een kans bestond dat de Amerikanen de westelijke mogendheden zouden steunen en voelde in die periode dus niet echt veel voor een totale oorlog met Engeland, ook al was Duitsland maritiem ver op de Britten vooruit. Voor het oog had Churchill de touwtjes stevig in handen, maar binnenskamers was de oppositie tegen hem groter dan naar buiten werd voorgesteld. Engeland was de loopgraven van WO 1 nog niet vergeten. Van de holocaust had nog niemand gehoord, ofschoon Mein Kampf bange vermoedens rechtvaardigde.
.
De commandant van de U-boot zag een missie voor zich weggelegd en had geen tijd om in de handboeken het oorlogsrecht na te pluizen. Hij ondernam actie, weliswaar buiten de officiële kaders om, maar toch actie. Omdat de Athenia een zigzag koers aanhield ligt het voor de hand dat Lemp er echt van overtuigd was een vijandelijk schip in het vizier te hebben. Dat blijkt ook uit het feit dat beide schepen geen radiocontact hadden. Lemp zou zich dan, in zijn ogen, als vijand hebben verraden. Of was hij van kwade wil en koerste hij bewust op het bomvolle passagierschip af? In ieder geval was Lemp, tegen alle nationale en internationale voorschriften in van plan om zijn prooi te torpederen. Hij vuurde enkele torpedo’s af en zag de Athenia snel zinken. Om de passagiers maakte Lemp zich geen zorgen: na zijn heldendaad dook hij snel onder, het getorpedeerde schip reddeloos achterlatend. Op wonderbaarlijke wijze werden er nog ruim 1300 passagiers gered door een paar torpedojagers en een Amerikaans vrachtschip. Deze eerste rechtstreeks tegen burgers gerichte oorlogsdaad van Nazi Duitsland kostte aan 118 mensen het leven. Naar verluidt was Hitler witheet toen hij hoorde wat zijn commandant had gedaan en drong het door dat de totale oorlog tussen Frankrijk, Engeland en Duitsland een feit was. En dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn voor de Amerikanen in het spel zouden worden betrokken. Daarbij komt nog dat de Kriegsmarine niet Hitler’s favoriete legerdeel was. Vooral de SS en de marine hadden een slechte verhouding. De marine had een traditie van eerlijk zeemanschap: de SS introduceerde grof geweld en ook al waren zij echte vechtjassen, de SS-mentaliteit was de marine een doorn in het oog. Maar het nut van onderzeeboten werd door Hitler serieus genomen. Vooral in het begin van de oorlog torpedeerden ze talloze schepen. Dat veranderde pas toen de radar werd ontwikkeld en de geallieerden in konvooien gingen varen. Maar tot ver in de oorlog bleven het de sluipmoordenaars van de oceanen.
Het leven op een onderzeeboot was zwaar. Nu zijn het bijna submarine steden, in die tijd waren het benauwende stinkende sardineblikken waarin de bemanning moest leven op karige rantsoenen van ingeblikt voedsel, nauwelijks beschut tegen de kou vanwege de klamme waterdruppels die voortdurend van de huidplaten druppelden. Daarbij kwam nog dat men meestal in het donker, of toch op zijn minst in de schemering, moest werken. Met elkaar praten was vaak verboden en schoeisel dragen was evenmin aan de orde omdat elk geluid de positie van de boot kon verraden. De bemanning werd getest op zijn stressbestendigheid en niet op nazistische sympathie. Op de U-boten werd het puikje van de zalm gerekruteerd. Toch hebben deze Duitse sluipmoordenaars immense verliezen geleden. Je aanmelden als bemanningslid stond zo ongeveer gelijk aan het tekenen van je eigen doodvonnis. U-boten voeren in alle belangrijke wateren en wisten als enigen ook door te dringen in de territoriale gebieden vlak voor vijandelijke kusten. Maar de geallieerde bestrijding werd steeds beter, terwijl Duitse verbeteringen uitbleven door gebrek aan mankracht, slechte coördinatie en de onwil van Hitler om de marine dezelfde status als het reguliere leger te geven. In feite was oorlogsvoering voor Hitler gebaseerd op zijn ervaringen tijdens WO1 toen hij als koerier tussen de loopgraven dienst deed en waar man tot man gevechten de basis vormden van het strijdtoneel. Toen het te laat was, raakte Hitler pas geïnteresseerd in moderne wapens. Zo had hij, als hij beter naar zijn generaals had geluisterd, al in een vroeger stadium over straaljagers kunnen beschikken en zelfs De Bom kunnen inzetten. Maar de Duitse wetenschappers werden door hem niet serieus genomen of waren –velen joods, zoals Einstein- gevlucht naar het buitenland. Maar tussen 1939 en 1945 wist de Duitse industrie toch meer dan 1100 onderzeeërs te produceren, waarvan de meeste operationeel waren. In 1940 wisten ze 66 geallieerde schepen tot zinken te brengen, en bij die acties verloren de Duitsers maar één boot. De kentering kwam snel: er werden later meer dan 750 U-boten tot zinken gebracht. De jager was gereduceerd tot prooi. Roosevelt, Truman en Churchill namen hun adviseurs wel serieus en konden, in tegenstelling tot de monomane Hitler, taken delegeren. Volgens Hitler kon de relativiteitstheorie geen stand houden, omdat het volgens hem een ‘joodse theorie’ was. Wetenschap en objectiviteit: de wereld mag blij zijn dat Hitler weliswaar slim was, maar geen echte intellectueel die objectief waarnam, zodat hij nooit de stap naar een snel ontwerp van kernwapens heeft gezet.
In 1991 werd vlak voor de kust van New Jersey een nazi-duikboot ontdekt die nergens in de officiële log- en handboeken stond geregistreerd. Twee Amerikaanse wrakduikers John Chatterton en Richie Kohler daagden zichzelf uit om dit raadsel op te lossen. Wrakduiken op grote diepte is samen met spelonkduiken de gevaarlijkste van de toch al zo risicovolle duiksporten. Duikers raken in scheepswrakken makkelijk hun oriëntatie kwijt, ze kunnen worden bedolven door verrotte materialen die door een kleine beweging massaal tot stof vergaan, hun tijdsbesef kan ze voor de gek houden en elke vorm van paniek, zelf lichte, kan leiden tot een onherroepelijke verkeerde beslissing die meestal de dood als gevolg heeft. Er zijn dan ook niet veel mensen die dit werk graag doen, en nog minder die er hun hobby van maken. Een vreemd wereldje, met vreemde gewoontes. Om een voorstelling te schetsen volgt hier een ingekorte, maar treffende beschrijving uit het boek van Robert Kurson.
“In een wrak hebben tijdens het zinken de plafonds, wanden en vloeren waarschijnlijk hun darmen uitegekost. Eens beschaafde ruimten bevatten nu een spaghetti van bedrading, kabels, verbogen stangen, beddenspiralen, divanveren, scherpe stukken gebroken uitrusting, stoelpoten, tafelkleden. leidingen en andere bedreigende objecten die ooit de onzichtbare zaken van het schip regelden. Dat alles zweeft los dor de ruimte waarin de duiker zich beweegt.... Bij elke beweging kan het zicht zelfs de uitgang onvindbaar maken, ook al is de duiker geen halve meter van de deur verwijderd.” Als er dan ook nog een stikstofroes bij komt (iedere duiker overkomt dat ooit) en de slang met luchttoevoer vast komt te zitten aan een obstakel staat de duiker oog in oog met zijn schepper. In wrakken zijn lijken geborgen met ogen en mond wijd open van doodsangst. Meestal is de oorzaak niet het gevaar zelf, maar de paniek die rationeel handelen onmogelijk maakt. Een voorbeeld is Joe Drozd die in 1988 een duik deed naar het beruchte wrak van de Andrea Doria. Nauwgezet als hij was nam hij voor de zekerheid een derde fles perslucht mee. Drozd en zijn twee partners gingen via een opening in de romp een inktzwarte duisternis binnen. Kort nadat hij het wrak op een diepte van zestig meter binnen was gegaan raakte een ventiel op de rug van Drozd verstrikt in een lijn die een andere duiker als markering had achtergelaten. Onder ideale omstandigheden zou Drozd zijn partner hebben gevraagd om hem los te maken. Maar op 60 meter diepte bestaan geen ideale omstandigheden. Drozd probeerde zich, met behulp van zijn mes zelf los te snijden. Dat resulteerde erin dat zijn drysuit onder druk kwam te staan, lucht verloor en Drozd begon te dalen. Met dat dalen begon de gevreesde duikersroes waardoor het rationele handelen steeds verder onder druk kwam te staan. Toch wist hij zich te bevrijden en zijn partners zwommen naar hem toe omdat ze zagen dat hij problemen had. In zijn roes hijgde hij abusievelijk de kleine reserve fles leeg in plaats van rustig van zijn primaire flessen gebruik te maken. Toen die lucht was verbruikt sloeg de totale paniek toe en verkeerde hij blijkbaar in de waan dat hij helemaal niet meer over lucht beschikte. Zijn partners zagen hem wilde bewegingen maken en keken verbijsterd toe dat hij de goede ademautomaat, die hem had kunnen redden, van zich af gooide. Het laatste wat ze van hem zagen was dat hij langzaam wegzonk met intacte apparatuur op zijn rug. Zijn lichaam is nooit terug gevonden.”
Via het wereldje kreeg John Chatterton een berichtje dat voor de kust van New Jersey een obstakel lag dat best eens een U-boot zou kunnen zijn. Het vreemde was dat in de handboeken en logs niks was te vinden over een Duitse duikboot die zo dicht bij de Amerikaanse kust vernietigd was. De Amerikanen hielden wel rekening met U-boten en hadden grote stalen netten voor de havenmonden in het water om ze te weren, maar zelden werd er eentje gespot en gevechten vonden er in die najaren nauwelijks plaats onder de Amerikaanse kust. De fanatieke Chatterton besloot de locatie geheim te houden en met wat vrienden, allemaal hardcore wrakduikers een oriënterende afdaling te maken. Ondanks het feit dat er volgens de officiële documenten geen U-boot kon liggen. Chatterton ging af op zijn intuïtie en die had hem zelden in de steek gelaten. Er lag een wrak, onmiskenbaar dat van een U-boot, maar welke, en hoe was hij daar op de zeebodem beland? Chatterton vermoedde dat het om een U-505 ging. In een museum vond hij een intact exemplaar en de perfectionist nam, tot verbazing van de suppoosten die hem soms wegstuurden omdat hij te lang naar een onderdeel staarde, elk detail in zich op, elke hoek, elke buis en elke nis werd in kaart gebracht. Zo maakte Chatterton in zijn geest een kaart die onder water dienst deed.
Voor de tweede duik had zich een groter team ingeschreven. Chatterton had de leiding. Hij dook als eerste, zwom met een zicht van zeven meter, een paar keer langs het wrak om alle beschadigingen en uiterlijke kentekens in zich op te nemen. Een minder ervaren duiker zou misschien enthousiast naar binnen zijn gegaan, maar Chatterton liet zich niet verleiden. Hij werkte nu onder water aan zijn mentale geografie.Toen zijn tijd om was steeg hij langzaam op naar de wateroppervlakte. Langzaam, omdat te snel stijgen vanaf een diepte van 70 meter caissonziekte veroorzaakt. Koolzuur in het bloed begint dan, net als koolzuur in een zojuist opengemaakte fles cola te borrelen. Caissonziekte veroorzaakt helse pijnen en meestal overleeft degene die het overkomt het niet. Daarom zorgen duikers ervoor dat ze onderweg, via lijnen extra perslucht kunnen innemen zodat ze langzaam omhoog kunnen. Terwijl Chatterton aan zijn decompressie begon daalden twee andere duikers, waaronder de niet bijzonder vaardige, maar wel erg enthousiaste Steve Feldman, die in het dagelijks leven werkzaam was bij CBS, werk deed dat hij saai vond en daarom zijn thrill zocht in het wrakduiken. Net als zijn vriend Robert Sibinski, die meer ervaring had. In dat wereldje wordt niet veel gevraagd. In feite mag iedereen die betaalt mee. Desnoods zorgt de kapitein voor een outfit, want hij moet ervan leven. Beide mannen speurden tussen de wrakstukken op de bodem op zoek naar materiaal dat identificatie mogelijk kon maken. Zoals buizen of apparatuur met een serienummer, naamplaatjes of kenmerkende onderdelen die typisch voor de U-505 waren. Sibinski vond een buis, waarop hij een serienummer meende te zien. De mannen zouden 14 minuten onder water blijven: dan rustig de decompressietocht naar boven maken. Sibinski zag tijdens de dertiende minuut dat Feldman nog steeds fanatiek op zoek was naar materiaal. Toen hij ongeduldig nog eens in Feldman’s richting keek zag hij dat er geen luchtbellen uit Feldman’s automaat borrelden. Sibinski zwom naar hen toe, zijn eigen leven op het spel zettend. Feldman had de luchtautomaat naast zijn masker hangen en staarde wezenloos voor zich uit. Bij Sibinski begon het oorsuizen, één van de eerste verschijnselen van de stikstofroes. De pogingen om Feldman’s automaat weer in zijn mond te krijgen zorgden alleen maar dat ook Sibinski’s hoeveelheid zuurstof snel slonk. Wanhopig probeerde hij Feldman mee naar boven te slepen. De kans dat een duiker op grotere hoogte weer rationeel gaat handelen is niet ondenkbaar en aan die laatste strohalm klampte Sibinski zich vast. Hij kón het gewoon niet opbrengen om zijn vriend met intacte apparatuur te laten verdrinken. Langs het ankertouw zeulde hij Feldman een tiental meters mee omhoog, maar het was onbegonnen werk. De stroom werd sterker en Sibinski had nu al zijn kracht en denkvermogen (aangetast door stikstof) nodig om er zelf levend uit te komen. Het laatste wat Sibinski onder water deed was een lijn bevestigen tussen Feldman en het ankertouw. Zodat zijn, inmiddels dode buddy een fatsoenlijke begrafenis zou krijgen in plaats van een anoniem zeemansgraf. Maar in zijn roes had hij Feldman helemaal niet goed vast gemaakt. Maanden later werd zijn lijk gevonden. Maar Feldman’s plek werd snel opgevuld want er waren liefhebbers genoeg die mee wilden doen om het geheim van de U-505 te ontrafelen. Richie Kohler, even fanatiek als Chatterton en een icoon in het wrakduiken was de man die het nu met Chatterton wilde klaren. Ze hadden zich altijd concurrenten gevoeld en de eerste dagen verliep hun communicatie allerminst vriendelijk. Maar op grond van wederzijds respect ontstond er snel een band tussen deze twee waaghalzen van de oceaanbodem. Ze ondernamen verscheidene duiken met verschillende teams, wisten veel naar boven te halen, maar de echte identiteit van het wrak bleef vooralsnog geheim. Bovendien werd Chris Rouse, een onervaren teamlid het volgende slachtoffer van caissonziekte. Het zag er naar uit dat de operatie helemaal moest worden afgeblazen. Rouse kwam veel te snel boven, na te lang beneden te zijn geweest. Op het dek leefde hij nog en was hij helder, maar na enkele minuten manifesteerde zich een helse pijn (Rouse vroeg in alle oprechtheid of ze hem dood wilden schieten..) en overleed. Intussen gingen Kohler en Chatterton door met zoeken in de archieven en met duiken. Na veel speurwerk en aan de hand van brokstukken kwamen ze er achter dat het waarschijnlijk om de U-168 ging, een boot die volgens de officiële documenten bij Gibraltar tot zinken was gebracht. Maar die conclusie bleek te voorbarig. Chatterton bleef twijfelen en dook door. Net zolang tot hij wél een plaatje met een nummer als identificatie vond. En dat wees uit dat het om de U-869 ging, een boot die bekend stond als ‘Hitler’s lost sub’. Wat die boot daar nou bij de Amerikaanse kust deed is in nog steeds onduidelijk. Hoe hij aan zijn einde is gekomen staat vast met een grote mate van waarschijnlijkheid. De boot heeft een torpedo afgeschoten, reden onbekend, die gevoelig was voor geluid. Naar alle waarschijnlijkheid heeft die torpedo de boot die hem afvuurde als doel gezocht, met als gevolg dat de bemanning zichzelf abusievelijk naar de bodem schoot. Het hele verhaal over Hitler’s lost sub is te lezen in ‘Schaduwduikers’ van Robert Kurson dat pas verscheen bij uitgeverij Luitingh. Het geeft een spannend en intiem verslag van zowel de speurtocht op de bodem van de zee als de speurtocht in de archieven. Voor de achtergrond van de U-boot-oorlog is gebruik gemaakt van ‘De slag om de Atlantische Oceaan’ van Costello en Hughes, uitgegeven door De Boer Maritiem en informatie over Hess is onder meer te vinden in de factionthriller ‘De dubbelganger’ van Tomas Ross (uitgeverij Cargo). Kohler en Chatterton hebben de Duiste familieleden de locatie van hun nabestaanden kunnen vertellen. Het is hun in dank afgenomen.
F.W.
Zeven miljoen kijkers, een record in EMO-TV
"Toen Natalee Holloway in mei 2005 tijdens een vakantie op Aruba spoorloos verdween was het vooral voor de (Amerikaanse) pers duidelijk: Joran van der Sloot was de dader want hij was degene die haar het laatst had gezien. Zijn zaak werd er niet sterker op toen bleek dat hij onhandig had gelogen over wat er de laatste uren op het strand (Natalee wilde haaien(!) kijken) was gebeurd. Daarbij komt het feit dat dr. Phil interviews met betrokkenen door middel van listig knip- en plakwerk zodanig manipuleerde dat het leek of van der Sloot bekende in plaats van ontkende. De lezing van van der Sloot brengt in ieder geval een flinke nuancering in het bestaande beeld aan. Ten eerste toont hij aan dat Holloway minder onschuldig was dan haar ouders de pers laten geloven. Ze gebruikte soms een combinatie van coke en alcohol. Waarschijnlijk was dat ook het geval toen ze Joran ontmoette.Bovendien: hoe kan iemand die in een impuls iemand vermoord, een lijk binnen enkele uren zo wegwerken dat het nooit wordt gevonden? Zoiets is al moeilijk al je het zorgvuldig beraamd. In zijn boek weet van der Sloot aannemelijk te maken dat, op z’n zachtst gezegd, aan zijn schuld moet worden getwijfeld. Er is geen lichaam, en geen spoortje bewijs gevonden. Het meest waarschijnlijke scenario: Holloway is onder invloed in zee gelopen, met de stroom meegevoerd en verdwenen. Van der Sloot geeft voorbeelden dat zoiets vaker is gebeurd op Aruba. Saillant detail: met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid toont hij aan dat het team van Peter R. de Vries grensoverschrijdend bezig is als het gaat om te scoren. Hij schrijft de inbraak in zijn appartement en het leeghalen van zijn PC toe aan de Vries. Die overigens ook helemaal niks vond en toch ‘schuldig’ bleef roepen. Een intrigerend boek over een mogelijke weg naar weer een dwaling van jewelste,over tunnelvisie of een intrigerend boek over een sublieme leugenaar. Dat laatste lijkt onwaarschijnlijk want Joran’s verhaal blijft consistent en zijn argumenten zijn moeilijk te weerleggen…"
Bovenstaand stukje schreef ik toen het boek van der Sloot net uit was. En wat zagen wij bij tijdens de grote onthulling –ZAAK OPGELOST- van Peter R. Dus toch een sublieme leugenaar, en een programmamaker, die de notoire leugenaar van der Sloot met slim knip en plakwerk verklaringen liet afleggen maar geen spoortje bewijs ‘boven water’wist te halen. Een man die van der Sloot ervan betichtte geld aan de misdaad te verdienen, het geheel afsloot met een stuk misselijk makende emo-tv in de vorm van het overbrengen van de ‘oplossing’ aan een betraande mevrouw Holloway . De opbrengst: miljoenen aan reclame, eeuwige roem en de Amerikaanse doorbraak van een reporter, die zelf regelmatig dineerde met wijlen de heer Bruinsma, alias de dominee en daarover niet publiceerde, een man die een instabiele zielenpoot vol laat stoppen met wiet, en zo een gedrogeerde sukkel hooguit vijf minuten pratend in beeld bracht. Objectief als altijd werden bijvoeglijke naamwoorden gebruikt als keiharde leugens, uiterst onbetrouwbaar enz. Bestaan er ook gewone leugens? Had de reporter trouwens die schoenen van Joran zelf niet even kunnen opzoeken in de dat riool op Aruba? Peter R. de Vries, gepromoveerd van koning van de misdaadverslaggeving tot keizer van de EMO.-televisie. Voor Peter R. is de zaak in ieder geval financieel opgelost. Op de aangeboden taart stond niet “Opgelost” maar “Gefeliciteerd, 7 miljoen kijkers.” En dat was precies waar het om ging…..
Bovenstaand stukje schreef ik toen het boek van der Sloot net uit was. En wat zagen wij bij tijdens de grote onthulling –ZAAK OPGELOST- van Peter R. Dus toch een sublieme leugenaar, en een programmamaker, die de notoire leugenaar van der Sloot met slim knip en plakwerk verklaringen liet afleggen maar geen spoortje bewijs ‘boven water’wist te halen. Een man die van der Sloot ervan betichtte geld aan de misdaad te verdienen, het geheel afsloot met een stuk misselijk makende emo-tv in de vorm van het overbrengen van de ‘oplossing’ aan een betraande mevrouw Holloway . De opbrengst: miljoenen aan reclame, eeuwige roem en de Amerikaanse doorbraak van een reporter, die zelf regelmatig dineerde met wijlen de heer Bruinsma, alias de dominee en daarover niet publiceerde, een man die een instabiele zielenpoot vol laat stoppen met wiet, en zo een gedrogeerde sukkel hooguit vijf minuten pratend in beeld bracht. Objectief als altijd werden bijvoeglijke naamwoorden gebruikt als keiharde leugens, uiterst onbetrouwbaar enz. Bestaan er ook gewone leugens? Had de reporter trouwens die schoenen van Joran zelf niet even kunnen opzoeken in de dat riool op Aruba? Peter R. de Vries, gepromoveerd van koning van de misdaadverslaggeving tot keizer van de EMO.-televisie. Voor Peter R. is de zaak in ieder geval financieel opgelost. Op de aangeboden taart stond niet “Opgelost” maar “Gefeliciteerd, 7 miljoen kijkers.” En dat was precies waar het om ging…..
Bobby Fischer was not a pawn in the game…
Jaren was ik lid van een schaakclub en zelden heb ik een groep vreemdere vogels bij elkaar gezien dan daar. De zaal stond meestal blauw van de rook en in de uren wanneer de partijen aan analyse werden onderworpen was de alcohol niet aan te slepen. De beste speler droeg altijd een jas, ongeacht de warmte, een sjaal en een pet. Hij begon aan de jenever nog voor dat de eerste zet gedaan was en soms duurde zijn partij vier uren, het equivalent van twaalf borrels. Het heeft twee ouderwetse analoge schaakklokken gekost, want naarmate de zetten sterker werden, beukte de man harder op de klok….
Bobby Fischer was ook een bijzonder mens. De Nederlandse schrijver en schaker Tim Krabbé die Fischer ooit ontmoette, kan erover meepraten en schreef het volgende:
“Some time ago, under the title 'Clash of the Titans', the BBC broadcast a documentary about Fischer - Spassky, Reykjavik 1972. It brought back many memories, because I was there. For instance of A. who, last I heard, runs a hotel on Cyprus, but who was then a 16-year old Icelandic schoolgirl. Together, we went to the great feast in the exposition hall at the outskirts of Reykjavik where the match had been played, and where now Bobby Fischer's coronation as King of Chess would be celebrated.
In the movie, I saw that night again; the long tables where thousand or two thousand guests were seated for the banquet; the bizarre spectacle of Fischer and Spassky who, in the middle of everything, took out a pocket chess set and started analyzing one of their games. Later there was dancing, and Bobby danced too. And when, still later, I had lost sight of A. for a moment, and suddenly saw her again, she was sitting with him, at his table. She saw me too, and with a disregard, befitting her age, of all barriers that come in the way of friendship, she beckoned me: Come and join us!
Quickly, I judged the situation. At both ends of Fischer's table there were security guards. Three or four long tables separated us. I threw myself on the floor and started crawling. It was one of the few times in my life that I was aware of the symbolism of what I was doing while I was doing it. Fischer is the chessplayer of the millennium, so much was clear by then. A king. And here I was, crawling through the dust to reach his throne. A. said: 'This is Bobby and this is Tim, he plays chess too.' We shook each other's hands and I congratulated him, but what I remember of the conversation that followed is mainly that it could hardly be called one. I'm not a great small-talker.
Sometimes, I think of that missed opportunity. Bobby wore a purple corduroy suit that night. He was quite particular about clothes, he thought the chessworld ought to be be classy. I should have asked him where he had bought it, who his tailor was. We would have talked about that suit for hours and, gradually, about other things too. He would have asked me to come to his place and see his other suits, we would have become friends, and I would have shielded him from the terrible fact that neither he nor any of the thousands in that hall could have possibly known that evening: that his chess career was already over.”
De Nederlandse schaker Hans Ree vroeg hem ooit hoe hij het zou aanpakken als God zelf zijn tegenstander zou zijn. Fischer antwoordde met de legendarische opmerking:
“Wanneer ik met zwart zou spelen zou ik geen enkele kans tegen Hem hebben, maar wit zou ik gewoon de Spaanse variant (een beproefde solide opening (F.W.) proberen. Die is zo in balans. Hij zou me niks maken. Maar zou hij Siciliaans spelen (een wat meer triggy opening (F.W.) dan haal ik de variant met loper naar C4 uit de kast. Op die manier zit er tenminste remise in.”
Bobby Fischer werd geboren op 9 maart 1943, zoon van Russisch joodse immigranten. Hij werd opgevoed door zijn moeder. Zijn zuster kocht een schaakspel voor de introverte Bobby toen hij zes was. Zonder schaaklectuur maakt hij zich het spel eigen. In een interview zei hij daarover:
“Vaak speelde ik met mezelf. Eerst de best denkbare zet met wit, vervolgens de best denkbare zet met zwart. Zo speelden wij. Meestal won ik….”
Toen Fischer dertien werd, won hij het derde Rosenwald-toernooi in New York. In een partij die de annalen in zou gaan als ‘partij van de eeuw’ versloeg hij de sterkste Amerikaanse speler, David Byrne. (Nee die is niet van The Talking Heads) Als kampioen van de VS verloor hij geen enkele partij (!!) en in de periode 1963-1964 wist hij tijdens het kampioenschap alle 11 partijen te winnen. Dat had nog geen schaker gepresteerd en Bobby’s naam als wonderkind was gevestigd. In die periode speelde hij talloze simultaan partijen. Daar begon Bobby’s ellende. Hij speelde voor een krats, terwijl de organisatoren er bakken geld aan verdienden. In Fischer’s visie waren het joden (!) die daaraan schuldig waren. In zijn latere jaren liep de frustratie zo hoog op dat Fischer een virulent antisemiet werd, maar zijn hekel aan de Amerikanen was minstens even groot. Fischer werd paranoïde genoemd, maar wat de Amerikanen betreft had hij wel een punt: toen de archieven open gingen, bleek dat hij gedurende zijn hele actieve schaakcarrière nauwlettend is gevolgd door de Amerikaanse en Russische geheime diensten. Iets wat Fischer altijd beweerde, maar wat eigenlijk altijd een beetje lachend werd afgedaan als onzin. Misschien was Fischer toch een beetje minder gek dan iedereen altijd dacht…Zelfs in hotelkamers waar Fischer (hij was uiteindelijk ook maar een mens..) zijn amoureuze ontmoetingen had, was bij tijd en wijle afluisterapparatuur aangebracht.
Het meest beroemd werd hij natuurlijk in 1972 toen hij in Reykjavik de match won tegen Boris Spasski, de toenmalige wereldkampioen, en daarmee de hegemonie van de Russen in de schaakwereld doorbrak. De partijen (Fischer begon met een 2-0 achterstand) hielden de hele wereld destijds aan buis en radio gekluisterd. In feite werd de koude oorlog (die toen z’n beetje op een hoogtepunt verkeerde) daar in IJsland op het schaakbord beslist. Daarna is het nooit meer goed gekomen met Fischer. Hij kreeg problemen met de Amerikaanse belastingdienst, met verschillende schaakbonden en erkende de geldigheid van toernooien vaak niet. Hij bleef zichzelf beschouwen als de enige echte kampioen. Steeds meer trok Bobby zich uit het openbare leven terug, en hij werd gezien als een zonderlinge gek. Hij woonde in Japan –het verhaal gaat dat hij daar ook een kind heeft verwekt- speelde een omstreden revanche-match in 1995 in Servië tegen Spasski die hij won, maar waarmee hij de woede van de Amerikanen wekte, omdat de hij de boycot vanwege de Balkancrisis doorbrak met dat optreden. Via de radio liet Fischer zijn stem nogal eens horen, en meestal waren dat tirades tegen de Amerikanen en Amerikaanse joden in het bijzonder. De laatste jaren was Fischer geen schim meer van de man die hij ooit was. Met een woeste baard, een onverzorgd uiterlijk en, op z’n zachtst gezegd, een merkwaardige denkwereld, leek hij eerder een kluizenaar op drift dan een schaakgenie. Maar hij heeft met zijn intuïtieve en loepzuivere spel het schaken voorgoed veranderd. Op 17 januari stierf de eeuwige rebel Bobby Fischer. In Reykjavik, de stad waar hij wél welkom was. De wereld draaide gewoon door, maar de schaakwereld stond heel even stil. En nou maar hopen dat god in die Spaanse variant trapt….
F.W.
Met dank aan Tim Krabbé.
Bobby Fischer was ook een bijzonder mens. De Nederlandse schrijver en schaker Tim Krabbé die Fischer ooit ontmoette, kan erover meepraten en schreef het volgende:
“Some time ago, under the title 'Clash of the Titans', the BBC broadcast a documentary about Fischer - Spassky, Reykjavik 1972. It brought back many memories, because I was there. For instance of A. who, last I heard, runs a hotel on Cyprus, but who was then a 16-year old Icelandic schoolgirl. Together, we went to the great feast in the exposition hall at the outskirts of Reykjavik where the match had been played, and where now Bobby Fischer's coronation as King of Chess would be celebrated.
In the movie, I saw that night again; the long tables where thousand or two thousand guests were seated for the banquet; the bizarre spectacle of Fischer and Spassky who, in the middle of everything, took out a pocket chess set and started analyzing one of their games. Later there was dancing, and Bobby danced too. And when, still later, I had lost sight of A. for a moment, and suddenly saw her again, she was sitting with him, at his table. She saw me too, and with a disregard, befitting her age, of all barriers that come in the way of friendship, she beckoned me: Come and join us!
Quickly, I judged the situation. At both ends of Fischer's table there were security guards. Three or four long tables separated us. I threw myself on the floor and started crawling. It was one of the few times in my life that I was aware of the symbolism of what I was doing while I was doing it. Fischer is the chessplayer of the millennium, so much was clear by then. A king. And here I was, crawling through the dust to reach his throne. A. said: 'This is Bobby and this is Tim, he plays chess too.' We shook each other's hands and I congratulated him, but what I remember of the conversation that followed is mainly that it could hardly be called one. I'm not a great small-talker.
Sometimes, I think of that missed opportunity. Bobby wore a purple corduroy suit that night. He was quite particular about clothes, he thought the chessworld ought to be be classy. I should have asked him where he had bought it, who his tailor was. We would have talked about that suit for hours and, gradually, about other things too. He would have asked me to come to his place and see his other suits, we would have become friends, and I would have shielded him from the terrible fact that neither he nor any of the thousands in that hall could have possibly known that evening: that his chess career was already over.”
De Nederlandse schaker Hans Ree vroeg hem ooit hoe hij het zou aanpakken als God zelf zijn tegenstander zou zijn. Fischer antwoordde met de legendarische opmerking:
“Wanneer ik met zwart zou spelen zou ik geen enkele kans tegen Hem hebben, maar wit zou ik gewoon de Spaanse variant (een beproefde solide opening (F.W.) proberen. Die is zo in balans. Hij zou me niks maken. Maar zou hij Siciliaans spelen (een wat meer triggy opening (F.W.) dan haal ik de variant met loper naar C4 uit de kast. Op die manier zit er tenminste remise in.”
Bobby Fischer werd geboren op 9 maart 1943, zoon van Russisch joodse immigranten. Hij werd opgevoed door zijn moeder. Zijn zuster kocht een schaakspel voor de introverte Bobby toen hij zes was. Zonder schaaklectuur maakt hij zich het spel eigen. In een interview zei hij daarover:
“Vaak speelde ik met mezelf. Eerst de best denkbare zet met wit, vervolgens de best denkbare zet met zwart. Zo speelden wij. Meestal won ik….”
Toen Fischer dertien werd, won hij het derde Rosenwald-toernooi in New York. In een partij die de annalen in zou gaan als ‘partij van de eeuw’ versloeg hij de sterkste Amerikaanse speler, David Byrne. (Nee die is niet van The Talking Heads) Als kampioen van de VS verloor hij geen enkele partij (!!) en in de periode 1963-1964 wist hij tijdens het kampioenschap alle 11 partijen te winnen. Dat had nog geen schaker gepresteerd en Bobby’s naam als wonderkind was gevestigd. In die periode speelde hij talloze simultaan partijen. Daar begon Bobby’s ellende. Hij speelde voor een krats, terwijl de organisatoren er bakken geld aan verdienden. In Fischer’s visie waren het joden (!) die daaraan schuldig waren. In zijn latere jaren liep de frustratie zo hoog op dat Fischer een virulent antisemiet werd, maar zijn hekel aan de Amerikanen was minstens even groot. Fischer werd paranoïde genoemd, maar wat de Amerikanen betreft had hij wel een punt: toen de archieven open gingen, bleek dat hij gedurende zijn hele actieve schaakcarrière nauwlettend is gevolgd door de Amerikaanse en Russische geheime diensten. Iets wat Fischer altijd beweerde, maar wat eigenlijk altijd een beetje lachend werd afgedaan als onzin. Misschien was Fischer toch een beetje minder gek dan iedereen altijd dacht…Zelfs in hotelkamers waar Fischer (hij was uiteindelijk ook maar een mens..) zijn amoureuze ontmoetingen had, was bij tijd en wijle afluisterapparatuur aangebracht.
Het meest beroemd werd hij natuurlijk in 1972 toen hij in Reykjavik de match won tegen Boris Spasski, de toenmalige wereldkampioen, en daarmee de hegemonie van de Russen in de schaakwereld doorbrak. De partijen (Fischer begon met een 2-0 achterstand) hielden de hele wereld destijds aan buis en radio gekluisterd. In feite werd de koude oorlog (die toen z’n beetje op een hoogtepunt verkeerde) daar in IJsland op het schaakbord beslist. Daarna is het nooit meer goed gekomen met Fischer. Hij kreeg problemen met de Amerikaanse belastingdienst, met verschillende schaakbonden en erkende de geldigheid van toernooien vaak niet. Hij bleef zichzelf beschouwen als de enige echte kampioen. Steeds meer trok Bobby zich uit het openbare leven terug, en hij werd gezien als een zonderlinge gek. Hij woonde in Japan –het verhaal gaat dat hij daar ook een kind heeft verwekt- speelde een omstreden revanche-match in 1995 in Servië tegen Spasski die hij won, maar waarmee hij de woede van de Amerikanen wekte, omdat de hij de boycot vanwege de Balkancrisis doorbrak met dat optreden. Via de radio liet Fischer zijn stem nogal eens horen, en meestal waren dat tirades tegen de Amerikanen en Amerikaanse joden in het bijzonder. De laatste jaren was Fischer geen schim meer van de man die hij ooit was. Met een woeste baard, een onverzorgd uiterlijk en, op z’n zachtst gezegd, een merkwaardige denkwereld, leek hij eerder een kluizenaar op drift dan een schaakgenie. Maar hij heeft met zijn intuïtieve en loepzuivere spel het schaken voorgoed veranderd. Op 17 januari stierf de eeuwige rebel Bobby Fischer. In Reykjavik, de stad waar hij wél welkom was. De wereld draaide gewoon door, maar de schaakwereld stond heel even stil. En nou maar hopen dat god in die Spaanse variant trapt….
F.W.
Met dank aan Tim Krabbé.
Edgar Allan Poe
Vandaag bezorgd: alle verhalen van Edgar Allan Poe. Wordt een druk weekend, meer dan 1100 pagina's. Volgende week meer.'Tales of Mystery and Imagination' van Edgar Allan Poe. Ook in het negentiende-eeuwse Engels of in een aftandse vertaling sorteren ze het nodige effect. Maar wie ze leest in het moderne, glanzende Nederlands van Paul Syrier realiseert zich pas wat voor schitterend edelgesteente daaronder het stof vandaan komt...
Met illustraties van Harry Clarke
www.klassieken.nl/boekboek/show/id=31737
Wie is Math van der Gulik?
"Vrijwel mijn gehele werkzame leven werk ik al met kinderen die problemen hebben met hun sociale, communicatieve en emotionele vaardigheden." Lang voordat er sprake was van de huidige diagnostiek betreffende ontwikkelingsstoonissen, zoals PDD-NOS en ADHD, begeleidde ik deze kinderen en hun ouders. Inmiddels zo’n vijfentwintig jaar, het merendeel daarvan verbonden aan instellingen," aldus ene Math van der Gulik in Leeuwarden. Hij biedt zijn diensten aan als: Personal coach/mental coach voor PDD-NOS, ADHD en andere ontwikkelingsstoornissen. Je mag verwchten dat een expert met zo'n staat van dienst ergens heeft gepubliceerd. Of op het net ergens wat reacties van tevreden klanten te mogen lezen. Niks, er is helemaal niks te vinden over de coach. Telefonisch en via de mail heb ik hem gevraagd naar zjn cv, kwalificaties en expertise. Math weigerde te antwoorden. Boos, terwijl hem nog geen vraag was gesteld. Hebt u ervaring met Math? Wij horen het graag.
En je bent, als je eenmaal met Math in zee gaat niet zomaar van'm af. De sectie financiering is, in tegenstelling tot de andere info, breed uitgemeten:
"Maandelijks stuur ik een nota over de gemaakte uren en eventuele reiskosten. Er zijn verder geen contractuele verplichtingen.
Wel is het uitgangspunt een traject minimaal 3 maanden te laten duren omdat het tijd vraagt voor de eerste resultaten zichtbaar kunnen worden. Bovendien kunnen snelle veranderingen in dit soort omstandigheden veel onrust bij zowel ouders als kinderen veroorzaken."
Zie voor meer over deze coach en zijn kompaan: www.witheet.com (de site waar alles wat krom is wordt rechtgezet!)
Ayahuasca, doe het niet of doe het goed!!!
Filosofisch avontuur in het Amazonegebied. Een kritiek van de psychedelische rede.
Govert Derix
Uitgave: Arbeiderspers
In Nederland volkomen onbekend, behalve bij de leden van de Santo Daime ‘kerk’, is het Zuid- Amerikaanse brouwsel Ayahuasca. In Brazilië wordt het al eeuwenlang gebruikt bij ceremonies van de inheemse bevolking. Net als peyote heeft het daar een legale status. Ayahuasca is een psychedelische drank waarvan de werking een beetje te vergelijken is met LSD en psylocybine, maar de ervaring is volgens deskundigen in het gebruik –waaronder regenwoudactievoerder en zanger Sting, intenser en leerzamer. Gover Derix filosoof, ondernemer en schrijver van “The Vision Web, op reis naar ‘s werelds spannendste ondernemingsvorm” dat in 2000 door De Volkskrant tot een van de beste boeken van dat jaar gerekend werd, kwam via zijn Braziliaanse vrouw in contact met de daar springlevende Ayahuasca cultuur. Het gaat om een bittere thee, getrokken van planten die stoffen als DMT en harmaline bevatten en die net als peyote en mescaline een psychedelische ervaring genereren. Verslagen over deze substantie (waarvan DMT een van de belangrijkste ingrediënten is) zijn fascinerend omdat ze vaak verder gaan dan ‘gewoon’ trippen. Een DMT-ervaring wordt door velen gezien als een reële stap buiten ruimte en tijd. Een verblijf in een hogere dimensie. In tegenstelling tot de ‘gewone’ psychedelica die juist een blik werpen op ‘the inner world’. Gerben Hellinga en Terence McKenna vertelden daarover, zonder het van elkaar te weten. dat ze echt contact hadden gemaakt met entiteiten die echt zijn, maar niet met een normaal bewustzijn worden waargenomen. Ook moraal, scheiding van goed en kwaad, is een onderwerp dat logisch denkende mensen uitleggen als aangeleerd. Je wordt er niet mee geboren. Is mijn idee. Maar misschien komt dat omdat ik niets heb met religie en als scepticus denk dat alle denken is gebaseerd op omgeving en ervaring. Belevingen met ayahuasca plaatsen opmerkelijk vaak vraagtekens bij die stelling en veel ervaringsdeskundigen beweren na hun trip dat de mens van nature goed is. Dit en andere psychonautische gedachten komen uitgebreid ter sprake in deze merkwaardige psychedelische uiteenzetting.Volgens Derix –die voordien nooit ‘drugs’ had gebruikt- werkt de combinatie als hij binnen een semi-religieuze setting wordt gehouden louterend, geeft inzichten in het ego en laat mensen vaak een verandering ten goede ondergaan. Waarmee hij de stellingen van Hellinga en McKenna onderschrijft. Vooral verslaafden aan alcohol en tabak blijken na een Ayahuasca ritueel minder of zelfs geen behoefte meer aan hun kwalijke gewoonte te hebben. Timothy Leary zag trouwens in de jaren zestig hetzelfde gebeuren toen hij experimenteerde met LSD. Hij nam daarnaast waar dat ‘de ervaring’ een soort religieus kosmische ervaring was, zonder de dogma’s en ballast van een opgelegd geloof. Derix vertelt over zijn eigen ervaringen -het heeft hem onder meer minder materialistisch gemaakt- en heeft veel andere, vooral Braziliaanse, gebruikers geïnterviewd. Opvallend is dat hun verbuiten de halen allemaal positief van toon zijn. Ayahuasca doe je niet ‘zomaar’ even. Het is geen party-drug. Vaak moeten gebruikers na het drinken van de thee overgeven en zonder shamanistische begeleiding kun je de weg goed kwijt raken. Enkele Nederlandse leden van de Sante Daime ‘kerk’ in Nederland vertelden dezelfde verhalen. Groteske visioenen, versplinterd ego en het gevoel van ‘hergeboorte’.Over de ervaring zelf kan Derix weinig anders zeggen dan dat het net zoiets is als ‘uitleggen aan een dove wat muziek is, of een blinde het verschil tussen rood en blauw duiden.’ Een opmerkelijk boek, nog opmerkelijker is dat het bij de behoudende Arbeiderspers is verschenen. Die het van een schitterend omslag heeft voorzien. Geen boek voor een grote doelgroep, wel een boek voor mensen die een experiment niet uit de weg gaan en van nature genegen zijn hun zicht op de wereld te verruimen. Wie inzicht in de psychedelische ervaring wil verwerven, doet er beter aan om “The Doors of Perception” van Aldous Huxley te lezen. of “True Hallucinations” van Terence McKenna. Dit boek is eigenlijk voornamelijk toegankelijk voor ‘ervaringsdeskundigen’. Op het internet staat informatie over de Nederlandse tak van de Sante Daime ‘kerk’ mocht je er over denken om eens een sessie mee te maken. Het is overigens niet een kerk in de traditionele zin van het woord, dus de kans dat je er als bekeerling vandaan komt is klein. Maar het is wel een instantie die goed begeleiding geeft in de wondere wereld van psychedelica. Iets voor ‘Once in a Lifetime.” Zelf heb ik nog niet gedaan. LSD was indrukwekkend, maar de trip van vorig jaar moet nog op z'n plek vallen. Het was een moeilijke. Misschien deze zomer???
F.W.
Govert Derix
Uitgave: Arbeiderspers
In Nederland volkomen onbekend, behalve bij de leden van de Santo Daime ‘kerk’, is het Zuid- Amerikaanse brouwsel Ayahuasca. In Brazilië wordt het al eeuwenlang gebruikt bij ceremonies van de inheemse bevolking. Net als peyote heeft het daar een legale status. Ayahuasca is een psychedelische drank waarvan de werking een beetje te vergelijken is met LSD en psylocybine, maar de ervaring is volgens deskundigen in het gebruik –waaronder regenwoudactievoerder en zanger Sting, intenser en leerzamer. Gover Derix filosoof, ondernemer en schrijver van “The Vision Web, op reis naar ‘s werelds spannendste ondernemingsvorm” dat in 2000 door De Volkskrant tot een van de beste boeken van dat jaar gerekend werd, kwam via zijn Braziliaanse vrouw in contact met de daar springlevende Ayahuasca cultuur. Het gaat om een bittere thee, getrokken van planten die stoffen als DMT en harmaline bevatten en die net als peyote en mescaline een psychedelische ervaring genereren. Verslagen over deze substantie (waarvan DMT een van de belangrijkste ingrediënten is) zijn fascinerend omdat ze vaak verder gaan dan ‘gewoon’ trippen. Een DMT-ervaring wordt door velen gezien als een reële stap buiten ruimte en tijd. Een verblijf in een hogere dimensie. In tegenstelling tot de ‘gewone’ psychedelica die juist een blik werpen op ‘the inner world’. Gerben Hellinga en Terence McKenna vertelden daarover, zonder het van elkaar te weten. dat ze echt contact hadden gemaakt met entiteiten die echt zijn, maar niet met een normaal bewustzijn worden waargenomen. Ook moraal, scheiding van goed en kwaad, is een onderwerp dat logisch denkende mensen uitleggen als aangeleerd. Je wordt er niet mee geboren. Is mijn idee. Maar misschien komt dat omdat ik niets heb met religie en als scepticus denk dat alle denken is gebaseerd op omgeving en ervaring. Belevingen met ayahuasca plaatsen opmerkelijk vaak vraagtekens bij die stelling en veel ervaringsdeskundigen beweren na hun trip dat de mens van nature goed is. Dit en andere psychonautische gedachten komen uitgebreid ter sprake in deze merkwaardige psychedelische uiteenzetting.Volgens Derix –die voordien nooit ‘drugs’ had gebruikt- werkt de combinatie als hij binnen een semi-religieuze setting wordt gehouden louterend, geeft inzichten in het ego en laat mensen vaak een verandering ten goede ondergaan. Waarmee hij de stellingen van Hellinga en McKenna onderschrijft. Vooral verslaafden aan alcohol en tabak blijken na een Ayahuasca ritueel minder of zelfs geen behoefte meer aan hun kwalijke gewoonte te hebben. Timothy Leary zag trouwens in de jaren zestig hetzelfde gebeuren toen hij experimenteerde met LSD. Hij nam daarnaast waar dat ‘de ervaring’ een soort religieus kosmische ervaring was, zonder de dogma’s en ballast van een opgelegd geloof. Derix vertelt over zijn eigen ervaringen -het heeft hem onder meer minder materialistisch gemaakt- en heeft veel andere, vooral Braziliaanse, gebruikers geïnterviewd. Opvallend is dat hun verbuiten de halen allemaal positief van toon zijn. Ayahuasca doe je niet ‘zomaar’ even. Het is geen party-drug. Vaak moeten gebruikers na het drinken van de thee overgeven en zonder shamanistische begeleiding kun je de weg goed kwijt raken. Enkele Nederlandse leden van de Sante Daime ‘kerk’ in Nederland vertelden dezelfde verhalen. Groteske visioenen, versplinterd ego en het gevoel van ‘hergeboorte’.Over de ervaring zelf kan Derix weinig anders zeggen dan dat het net zoiets is als ‘uitleggen aan een dove wat muziek is, of een blinde het verschil tussen rood en blauw duiden.’ Een opmerkelijk boek, nog opmerkelijker is dat het bij de behoudende Arbeiderspers is verschenen. Die het van een schitterend omslag heeft voorzien. Geen boek voor een grote doelgroep, wel een boek voor mensen die een experiment niet uit de weg gaan en van nature genegen zijn hun zicht op de wereld te verruimen. Wie inzicht in de psychedelische ervaring wil verwerven, doet er beter aan om “The Doors of Perception” van Aldous Huxley te lezen. of “True Hallucinations” van Terence McKenna. Dit boek is eigenlijk voornamelijk toegankelijk voor ‘ervaringsdeskundigen’. Op het internet staat informatie over de Nederlandse tak van de Sante Daime ‘kerk’ mocht je er over denken om eens een sessie mee te maken. Het is overigens niet een kerk in de traditionele zin van het woord, dus de kans dat je er als bekeerling vandaan komt is klein. Maar het is wel een instantie die goed begeleiding geeft in de wondere wereld van psychedelica. Iets voor ‘Once in a Lifetime.” Zelf heb ik nog niet gedaan. LSD was indrukwekkend, maar de trip van vorig jaar moet nog op z'n plek vallen. Het was een moeilijke. Misschien deze zomer???
F.W.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Over mij
- vanalleswatennogwat
- Niks te melden, Groucho fout gespeld, geen clublid, atheist. Slechte ervaringen: met foute dienders en foute vrienden, soms een combinatie. Goede ervaringen: met vrouwen en vrienden, en daar vallen geen zelfbenoemde vrienden onder. Met skydiven, zeilen en LSD.
Albert Hoffman 28 april overleden
102 werd Albert Hoffman, de man die de wereld LSD gaf. Helaas is zijn sleutel van The door of Perception anno 2008 nog steeds omstreden. Hofmann heeft tot de laatste dag gepleit om zijn Problem Child serieus te nemen. Maar LSD werd om politieke redenen tot een gevaarlijke drug bestempeld. Met dat gevaar blijkt het mee te vallen: lethale dosering is anno 2008 nog steeds niet gevonden en Albert Hoffman, die regelmatig zijn geesteskind zelf nam is er 102 meegeworden.
Er is een condoleance-register:
http://www.alberthofmann.org/
Thanks for the trips dr Hoffman...
Er is een condoleance-register:
http://www.alberthofmann.org/
Thanks for the trips dr Hoffman...
Meer info over de toenemende invloed van christelijk neo-conservatieve politiek
Friesland bakent de grenzen af
De provincie vindt dat het tijd wordt om de fryske identiteit te benadrukken. Ideetje????
Ooit was Friesland beroemd om haar koeien.
Tegenwoordig is Friesland berucht: hoe ze daar met koeien en ander vee omgaan.....
Ooit was Friesland beroemd om haar koeien.
Tegenwoordig is Friesland berucht: hoe ze daar met koeien en ander vee omgaan.....
http://allaboutppd.blogspot.com/
De meeste patiënten zullen gedurende de rest van hun leven erg veel last houden van hun stoornis. Een voortschrijdende leeftijd (vanaf circa 50 jaar) zorgt ook nog eens voor nog minder geestelijke flexibiliteit, waardoor de symptomen verder kunnen verergeren. De prognose is dus gewoonlijk slecht. Klik voor de aardigheid eens op de blauwe link. Volgens de auteur een grapje. Maar hij trekt wel mooi de vleugels en pootjes van vliegen uit hun lichaam...Mooi verhaal verder op dat allaboutppd. Je zult er maar last van hebben!
Nachtmerrie, deze opdracht in dit masterpiece
Wat ben ik hier blij mee...En in zijn droom verliep alles feilloos en perfect zoals hij vooraf gepland had. Hij doodde meedogenloos en gevoelloos zijn verachtelijke vriend, die ook zijn vijand was.
Rober Plant & Alison Krauss
In de voetsporen van The All American Music van Gram Parsons het album Raising Sand van Led Zeppelins Robert Plant en bluegrass coryfee Alison Krauss. Folk is still in progress....Uitschieters: "Through the morning through the Night," van Gene Clark em "Polly," eveneens een nummer van Clark.
http://www.youtube.com/watch?v=g5KF4dKq-6I
Gene Clark info and downloads:
http://www.geneclark.com/
http://www.youtube.com/watch?v=g5KF4dKq-6I
Gene Clark info and downloads:
http://www.geneclark.com/
Mother should I trust the government?
Ik niet. En jij toch evenmin? Maar bij twijfel vind je't antwoord op http://www.witheet.com/ de site die een oogje in het zeil houdt! Laat je geen oor aannaaien door ambtenaren, dienders, politici, kwakzalvers, deskundologen, dominees, priesters, imams en ander gespuis!!!!
En heb je het niet op Bush, McDonalds, en twijfel je aan het nut van PRIVATISERING?
http://www.gregpalast.com/
By the way: wil de vaste lezer van dit log voorzichtig wezen gaat als het gaat om laster en suggesties te plaatsen die hem, als huisvriend, ter ore zijn gekomen door de slangentong van mevrouw R.H.. mijnheer R.R. en "'kunstenaar"Lerak L? Als de volledige namen van z'n bronnen, alsmede wat pijnlijke bijzonderheden die daarmee samenhangen, door mij worden onthuld, kan het wezen dat binnen de family R . de pleuris uitbreekt. Lijkt me niet leuk voor Lerak L. en R.R. Maar wie de bal kaatst.....kan een tornado in een glas water verwachten...This is not a hoax...
En heb je het niet op Bush, McDonalds, en twijfel je aan het nut van PRIVATISERING?
http://www.gregpalast.com/
By the way: wil de vaste lezer van dit log voorzichtig wezen gaat als het gaat om laster en suggesties te plaatsen die hem, als huisvriend, ter ore zijn gekomen door de slangentong van mevrouw R.H.. mijnheer R.R. en "'kunstenaar"Lerak L? Als de volledige namen van z'n bronnen, alsmede wat pijnlijke bijzonderheden die daarmee samenhangen, door mij worden onthuld, kan het wezen dat binnen de family R . de pleuris uitbreekt. Lijkt me niet leuk voor Lerak L. en R.R. Maar wie de bal kaatst.....kan een tornado in een glas water verwachten...This is not a hoax...
Scott Lynch (foto: F.W)
The king of modern Fanatsy did it again. Rode Zee onder een Rode Hemel, net uit bij de Boekerij. Zie voor het interview met Scott in het archief van dit log!!!
Lahringen a Turner Impression
Dutch Masterpiece, watch the clouds...
Good links for good Music!
Treasures of the Folk Den:
http://www.ibiblio.org/jimmy/folkden-wp/
J.S. Bach:
http://www.jsbach.org/
Glenn Gould:
http://www.glenngould.ca/conference/2007/
Schubert:
http://www.classical.net/music/comp.lst/schubert.html
The Strawbs:
http://www.strawbsweb.co.uk/
Gene Clark:
http://www.geneclark.com/
Gram Parsons:
http://www.gramparsons.com/
Steve Vai:
http://www.vai.com/
http://www.ibiblio.org/jimmy/folkden-wp/
J.S. Bach:
http://www.jsbach.org/
Glenn Gould:
http://www.glenngould.ca/conference/2007/
Schubert:
http://www.classical.net/music/comp.lst/schubert.html
The Strawbs:
http://www.strawbsweb.co.uk/
Gene Clark:
http://www.geneclark.com/
Gram Parsons:
http://www.gramparsons.com/
Steve Vai:
http://www.vai.com/
Paragnosten
5 tot 15 % van het aantal verdwijningen, meestal als gevolg van misdrijven, zou volgens een artikel in de Leeuwarder Courant op paragnostische wijze alsnog worden opgelost. Bron: 15 jaar onderzoek door een paragnost. Die heeft er vast een onafhankelijk onderzoek van gemaakt... Al in de jaren twintig van de vorige eeuw deed Julian Huxley, broer van Aldous onderzoek naar Britse paragnosten. Hij wist ze allemaal te ontmaskeren. Publiceerde zijn resultaten, en het gevolg was dat er geen klant minder gebruik maakte van hun diensten, integendeel. Veel mensen zijn goedgelovig, journalisten helaas niet uitgezonderd. Zelf heb ik o.m. commissaris Jan Blaauw, profilers Robert Ressler, John Douglas, Paul Britton, de Amerikaanse True Crime schrijfster en biografe van Ted Bundy, Anne Rule gevraagd of er ooit in de historie een misdrijf via bovennatuurlijke weg is opgelost. Het antwoord, unaniem: nog nooit. Robert Ressler merkte fijntjes op dat de waarheid vaak te gruwelijk is om te geloven. en logica voor veel mensen te onaangenaam. "De realiteit zien is angstaanjagend, sprookjes niet," aldus Ressler, die als credo heeft: "Wie in de afgrond lijkt, moet zich realiseren dat de afgrond terug kijkt." Het citaat is van Nietzsche.
http://www.robertkressler.com/
http://www.robertkressler.com/
H.P. Lovecraft
H.P. Lovecraft (1890-1937) wordt, hoewel nagenoeg onbekend tijdens zijn leven, thans beschouwd als een van de grootste fantastische vertellers uit de Amerikaanse literatuur. Sommige literatuurcritici achten hem zelfs hoger dan de grote E.A. Poe. In dit eerste deel van het verzameld proza van Lovecraft zijn in chronologische volgorde zijn eerste 29 verhalen opgenomen. In deze verhalen zien we dat de schrijver zoekt naar een eigen stijl, maar nog sterk beïnvloed wordt door Poe en de Engelse Lord Dunsany, voor wie hij grote bewondering had. Lovecraft, een excentrieke, wereldvreemde reactionair, droomde veel en hield in een notitieboekje een overzicht bij van al deze dromen, die zijn voornaamste inspiratiebron waren. Omdat die dromen zeer verschillend van aard waren, zijn de eruit voortgekomen verhalen dat eveneens, wat de lectuur ervan zeer afwisselend en boeiend maakt. Voor Lovecraft was het complot van een verhaal niet het belangrijkste, maar wel de opgeroepen sfeer. Daarin slaagde hij wonderwel, ook in deze vroege teksten, waarover Michel Houellebecq in zijn prachtige essay over Lovecraft schreef: `Daar zien we zijn artistieke middelen een voor een ontstaan, als muziekinstrumenten die zich om beurten aan een vluchtige solo wagen alvorens zich gezamenlijk over te geven aan de razernij van een krankzinnige opera.’ De bundel bevat de vroege verhalen van Lovecraft. Laten we hopen dat de rest ook snel wordt uitgegeven. Gelukkig dat er nog een uitgever als Voltaire bestaat!
http://www.uitgeverij-voltaire.nl/
http://www.uitgeverij-voltaire.nl/
Fragment uit De Droom (uitgave: Flevodruk)
“En volgende week begint het proces. De therapeut staat dan eindelijk terecht voor het plegen van meervoudige moord op kwetsbare vrouwen. Die hij geestelijk zo manipuleerde en misbruikte dat ze allemaal uit pure wanhoop en op zijn aandringen zelfmoord hadden gepleegd.”
De auteur biedt coaching en solliciteerde bij opvang mishandelde vrouwen....Boek bestellen?
zie: http://www.boudicca.de/magdrugs-nl.htm
De auteur biedt coaching en solliciteerde bij opvang mishandelde vrouwen....Boek bestellen?
zie: http://www.boudicca.de/magdrugs-nl.htm
Ik kan de codes niet geven en per ongeluk een boek gejat....
Even wat rechtzetten:
* Heb contact gehad met de Meesters. Zij hebben nooit ook maar enige invloed gehad op de inhoud van hun website. De site was van Vaccalucci. Zij hebben jou verzoeken verschillende keren naar hun uitgever gestuurd, maar die heeft er niets mee gedaan. Toen Vaccalucci ophield te bestaan was ook die website dood. (Zou je een negatieve recensie willen weghalen? De Meesters zijn nl. vrienden van mij....)
* De code van jou website kan ik je niet geven omdat ik zelfs de codes van mijn eigen websites niet meer heb. (Vreemd, die wordt steeds aangepast) Na een crash zijn ze verdwenen en de zoon van Rimmert IQUE wees gewaaschuwd!!! moet ze opnieuw aanmaken, of zoiets. (zo gaat dat, en vice versa....)
* Kellerman: dat moet een vervelend misverstand zijn geweest. Mijn herinnering is dat Ymco het pakketje bracht, jij het openmaakte, iets zei in de trant van: die lees ik allang niet meer, en ik vroeg of ik het dan mocht hebben. Jouw herinnering is anders. Dat spijt me verschrikkelijk. (boek achterover gedrukt en betrapt...)
Niet elke diender kan zo doorzichtig liegen...
* Heb contact gehad met de Meesters. Zij hebben nooit ook maar enige invloed gehad op de inhoud van hun website. De site was van Vaccalucci. Zij hebben jou verzoeken verschillende keren naar hun uitgever gestuurd, maar die heeft er niets mee gedaan. Toen Vaccalucci ophield te bestaan was ook die website dood. (Zou je een negatieve recensie willen weghalen? De Meesters zijn nl. vrienden van mij....)
* De code van jou website kan ik je niet geven omdat ik zelfs de codes van mijn eigen websites niet meer heb. (Vreemd, die wordt steeds aangepast) Na een crash zijn ze verdwenen en de zoon van Rimmert IQUE wees gewaaschuwd!!! moet ze opnieuw aanmaken, of zoiets. (zo gaat dat, en vice versa....)
* Kellerman: dat moet een vervelend misverstand zijn geweest. Mijn herinnering is dat Ymco het pakketje bracht, jij het openmaakte, iets zei in de trant van: die lees ik allang niet meer, en ik vroeg of ik het dan mocht hebben. Jouw herinnering is anders. Dat spijt me verschrikkelijk. (boek achterover gedrukt en betrapt...)
Niet elke diender kan zo doorzichtig liegen...
Mooi verhaal van nieuwbakken psycho
Some quotes from the boys
"You know, there's a right and wrong way to do everything."
Woman: "About how much money do you boys average a street ?"
Ollie: "I would say about fifty cents a street."Woman: "There's a dollar. Move down a couple of streets."
Stan: "Well, I don't know anything about cutting wood."
Ollie: "Well, you ought to. You once told me your father was in the lumber business."
Stan: "Well, I know he was but it was only in a small way."
Ollie: "What do you mean small way ?"Stan: "Well, he ... he used to sell toothpicks."
Ollie: "Shut up and get this mess cleaned up. Do you know that my wife will be home at noon ?"
Stan: "Say, what do you think I am, Cinderella ? If I had any sense I'd walk out on you."
Ollie: "Well it's a good thing you haven't any sense."
Stan: "It certainly is."
"We're not looking for him, we're just trying to find him."
Woman: "About how much money do you boys average a street ?"
Ollie: "I would say about fifty cents a street."Woman: "There's a dollar. Move down a couple of streets."
Stan: "Well, I don't know anything about cutting wood."
Ollie: "Well, you ought to. You once told me your father was in the lumber business."
Stan: "Well, I know he was but it was only in a small way."
Ollie: "What do you mean small way ?"Stan: "Well, he ... he used to sell toothpicks."
Ollie: "Shut up and get this mess cleaned up. Do you know that my wife will be home at noon ?"
Stan: "Say, what do you think I am, Cinderella ? If I had any sense I'd walk out on you."
Ollie: "Well it's a good thing you haven't any sense."
Stan: "It certainly is."
"We're not looking for him, we're just trying to find him."
Gouden Strop
Roel Janssen Gouden Strop voor "De Tiende Vrouw" Wat een treurnis. Zelden zo'n saai boekje gelezen als dit boek van de man die de-eveneens dodelijk brave- Nederlandse John Grisham wordt genoemd. Het zal de nieuwe Balkenende braafheid wel wezen, dat er is gekozen voor een een amusing verhaaltje -negeer de suggestie maar dat het om de zaak Bruinsma gaat- waarin alle cliche's die de clichematigheid van de thriller bevestigen, uit de kast zijn gehaald. En geen spoortje humor, wat't boek onbedoeld humoristisch maakt.. Blij dat ik dit jaar geen jurylid was. En nou zal ik het nooit weer worden ook. Maar die prijs had Peter de Zwaan natuurlijk moeten hebben. Maar helaas: Peter schrijft niet voor de NRC en hij schrijft -lees de passage over twee lullen, vastgelijmd op een plankje, in De Voeder er maar op na- erg onbraaf. Peter, zorg dat je'm volgend jaar ook niet wint. Die Gouden Strop is inmiddels een belediging.
Klein en Groot
Bauer en De Poel (uitgave: Aspekt)
Stil water en een column van Marelle
Door Feije Wieringa (Penthouse / Highlife)
Haar debuut Nephila’s Netwerk heb ik niet gelezen dus Stil Water was mijn kennismaking met werk van Marelle Boersma. Laat ik met de deur in huis vallen: het viel niet mee. Het verhaal is weinig origineel. Na een duik in de Oosterschelde lopen duikers, badgasten en bruinvissen een merkwaardige vorm van huiduitslag op. En dat niet alleen: veel bruinvissen spoelen dood aan en de huiduitslag blijkt onderdeel van een syndroom waardoor ook de hersenen worden aangetast. De schrijfster komt wat langzaam over de brug met wat de lezer al lang vermoedt: het water in de Oosterschelde is giftig. Je denkt dat in zo’n geval van hogerhand het sein onveilig gegeven wordt, of nog eerder, groot alarm geslagen. Maar net als in de film Jaws zijn de mensen die over zulke dingen gaan nou net degenen die weigeren om direct verbanden te leggen tussen de symptomen en de toestand van het water. Een thrillertruc die jaren geleden nog net kon, maar die anno 2006 bij mij allerminst het gevoel oproept dat de schrijfster zichzelf voor een uitdaging heeft geplaatst. De hoofdpersonen boeien niet. Ze zijn vooral clichématig. Uit alles blijkt dat Marelle Boersma zeker geen psychologie heeft gestudeerd. De topmanager van het Zeeuwse waterbeheer is, mag je hopen, niet naar ’t leven getekend, maar een karikatuur van een slechterik. Corrupt, weet niet het verschil tussen een knotwilg en een populier, kan niet van zijn vrouwelijke ondergeschikten afblijven en is niet eens in staat om het chantagegeld af te leveren op de goede plek. Gelukkig gaat het er gemoedelijk aan toe en mag hij nog een keer proberen. Als Marelle een persiflage had geschreven was ’t al op de rand geweest, maar het is haar ernst en dat geeft het boek vooral een knullig karakter. Misschien ben ik na vijftien jaar Penthouse een beetje gedegenereerd als het om erotiek gaat, maar de erotisch bedoelde beelden wekken bij mij eerder lachlust op dan fysieke driften. De lesbische relatie die ze in het verhaal heeft verwerkt is volstrekt irrelevant. ’t Had net zo goed hetero kunnen zijn. Blijkbaar is seks in Zeeland saai. Laten we voor de Zeeuwen hopen dat het hier om slechte research gaat: je kunt tenslotte niet overal verstand van hebben. Van toxicologie heeft Marelle meer verstand. Maar dat blijkt pas tegen het einde van het boek wanneer een niet alledaagse algensoort de oorzaak van de ellende blijkt te zijn. Daarmee geef ik de plot niet weg, want er is nog een kleine twist ingebouwd waardoor je toch even op ’t verkeerde been wordt gezet. Zo’n onverwachte wending–nou ja, onverwacht?- gebruikt Baantjer ook, maar die is al 83 en geen wetenschapper, doch eenvoudig politieman. De duikscènes hadden nog wat spanning kunnen genereren. Helaas kabbelen die net zo lauw voort als de rest van het verhaal. Geen claustrofobie, geen ademnood, geen paniek. Toeval of niet: de avond voor Stil Water las ik Duivelswerk een nieuwe thriller van Mo Hayder. Ook een boek over vergiftigd water en kadavers. Subliem geschreven, psychologisch geloofwaardig uitgewerkt en niet gemaakt om de lezer te behagen, maar om hem met angst, met een thrill te overdonderen. Misschien komt dit over als het vergelijken van appels met peren. Vind ik niet: op beide boeken staat duidelijk THRILLER. De passage aan het eind van ‘t boek: “Rona trok Line tegen zich aan waardoor Lines hoofd tegen haar borsten terechtkwam. Ze liet een hand over Lines lichaam glijden. Wat hadden vrouwen toch een heerlijk rond lichaam dacht ze....” Dat is niet thrilling, dat is romantiek. Een heel ander genre. Het positieve van Stil Water is dat je rustig kunt slapen als je ’t uit hebt. Maar wie een slapeloze nacht verwacht kan beter dat boek van Mo Hayder lezen. Stil Water is goed bedoeld. Maar het tijdperk van het brave spannende boek is voorbij. Dat zouden ze in Zeeland ook moeten weten. Zeker als je een universiteit van binnen hebt gezien.
(over)Schrijver en EX-agent Fred de Vries lachte zich dood om deze recensie. Het heeft hem geroerd, achteraf, want de kleefkikker benaderde de talentvolle schrijfster ongeveer zo -die Wieringa meent natuurlijk niet wat hij opschrijft, ik ben een vriend van'm en zodoende weet ik dat- en wil jij nou een column schrijven op mijn site over zielsziekten? -Daar verzamelt hij schrijvers. Het geeft niet wat ze schrijven. En zo werd naieve Marelle gestrikt om Fred's collectie uit te breiden. Marelle heeft niet alleen verstand van sex in Zeeland. Ze is onder supervisie van een gewezen smeris, die god weet waarom, opeens handelaar in een knipselmap met open deuren is geworden, opeens ingevoerd in de wondere wereld van autisme. Een beetje thrillerschrijfster weet toch dat crime zich niet alleen in boeken afspeelt? En dat niet iedereen in uniform zuiver is op de graat! Integendeel zou'k zeggen...Nou Marelle, misschien inspireert het je ooit en komt dat meesterwerk er toch nog!
Housewife in action
Words and Music
Housewifes Lament
Sommige dingen veranderen nooit....
http://www.ibiblio.org/jimmy/folkden/php/search/
I learned “Housewife’s Lament” at the Old Town School of Folk Music in Chicago around 1958. It’s kind of a bitter portrayal of the lot of women in the not-so-distant past. There is a verse at the end where the poor housewife dies and gets covered with dirt, which is supposed to be funny, but I thought there was enough hardship in this song without adding insult to injury, so I left it out.
Lyrics:
[G] One day I was walking,I heard [Am] a complaining,I saw a [D] poor womanThe [C] picture of [G] gloom.She gazed in the mudOn her [Am] doorstep (’twas raining),And [D] this was her songAs she [C] wielded her [G] broom:
Chorus:
[G] O life is a trial,[D] And love is a trouble,[G] Beauty will fade[D] And riches will flee,[G] Wages will dwindleAnd [Am] taxes will doubleAnd [D] nothing is as IWould [C] wish it to [G] be.”
In March it is mud,It’s slush in December,The midsummer breezesAre loaded with dust.In fall the leaves litter,In muddy NovemberThe wallpaper rotsAnd the candlesticks rust.
Chorus:
It’s sweeping at sixAnd i’s dusting at seven, ( I know I sang 11 but it should be 7 It’s victuals at eightAnd it’s dishes at nine.It’s potting and panningFrom ten to eleven.We scarce break our fastTill we plan how to dine.
Chorus:
Last night in my dreamsI was stationed forever,On a far distant rockIn the midst of the sea.My one task of lifeWas a ceaseless endeavor,To brush off the wavesAs they swept over me.
A psychedelic journey by Samuel Taylor Coleridge
In Xanadu did Kubla KhanA stately pleasure-dome decree :Where Alph, the sacred river, ranThrough caverns measureless to man
Down to a sunless sea.
So twice five miles of fertile groundWith walls and towers were girdled round :And there were gardens bright with sinuous rills,Where blossomed many an incense-bearing tree ;And here were forests ancient as the hills,Enfolding sunny spots of greenery.
But oh ! that deep romantic chasm which slantedDown the green hill athwart a cedarn cover !A savage place ! as holy and enchantedAs e'er beneath a waning moon was hauntedBy woman wailing for her demon-lover !And from this chasm, with ceaseless turmoil seething,As if this earth in fast thick pants were breathing,A mighty fountain momently was forced :Amid whose swift half-intermitted burstHuge fragments vaulted like rebounding hail,Or chaffy grain beneath the thresher's flail :And 'mid these dancing rocks at once and everIt flung up momently the sacred river.Five miles meandering with a mazy motionThrough wood and dale the sacred river ran,Then reached the caverns measureless to man,And sank in tumult to a lifeless ocean :And 'mid this tumult Kubla heard from farAncestral voices prophesying war !
The shadow of the dome of pleasureFloated midway on the waves ;Where was heard the mingled measureFrom the fountain and the caves.
It was a miracle of rare device,A sunny pleasure-dome with caves of ice !
A damsel with a dulcimerIn a vision once I saw :It was an Abyssinian maid,And on her dulcimer she played,Singing of Mount Abora.Could I revive within meHer symphony and song,To such a deep delight 'twould win me,
That with music loud and long,I would build that dome in air,That sunny dome ! those caves of ice !And all who heard should see them there,And all should cry, Beware ! Beware !His flashing eyes, his floating hair !Weave a circle round him thrice,And close your eyes with holy dread,For he on honey-dew hath fed,And drunk the milk of Paradise.
Autumn of 1797 or (more likely) spring of 1798, published 1816, 1828, 1829, 1834
(proofed against E. H. Coleridge's 1927 edition of STC's poems and a ca. 1898 edition of STC's Poetical Works, ``reprinted from the early editions'')
To rest of poems
Down to a sunless sea.
So twice five miles of fertile groundWith walls and towers were girdled round :And there were gardens bright with sinuous rills,Where blossomed many an incense-bearing tree ;And here were forests ancient as the hills,Enfolding sunny spots of greenery.
But oh ! that deep romantic chasm which slantedDown the green hill athwart a cedarn cover !A savage place ! as holy and enchantedAs e'er beneath a waning moon was hauntedBy woman wailing for her demon-lover !And from this chasm, with ceaseless turmoil seething,As if this earth in fast thick pants were breathing,A mighty fountain momently was forced :Amid whose swift half-intermitted burstHuge fragments vaulted like rebounding hail,Or chaffy grain beneath the thresher's flail :And 'mid these dancing rocks at once and everIt flung up momently the sacred river.Five miles meandering with a mazy motionThrough wood and dale the sacred river ran,Then reached the caverns measureless to man,And sank in tumult to a lifeless ocean :And 'mid this tumult Kubla heard from farAncestral voices prophesying war !
The shadow of the dome of pleasureFloated midway on the waves ;Where was heard the mingled measureFrom the fountain and the caves.
It was a miracle of rare device,A sunny pleasure-dome with caves of ice !
A damsel with a dulcimerIn a vision once I saw :It was an Abyssinian maid,And on her dulcimer she played,Singing of Mount Abora.Could I revive within meHer symphony and song,To such a deep delight 'twould win me,
That with music loud and long,I would build that dome in air,That sunny dome ! those caves of ice !And all who heard should see them there,And all should cry, Beware ! Beware !His flashing eyes, his floating hair !Weave a circle round him thrice,And close your eyes with holy dread,For he on honey-dew hath fed,And drunk the milk of Paradise.
Autumn of 1797 or (more likely) spring of 1798, published 1816, 1828, 1829, 1834
(proofed against E. H. Coleridge's 1927 edition of STC's poems and a ca. 1898 edition of STC's Poetical Works, ``reprinted from the early editions'')
To rest of poems
Hortensia's en rituelen
http://www.boudicca.de/magdrugs-nl.htm
http://www.boudicca.de/lsr-nl.htm
22. Ook zal hij een jong kind op het altaar doden, en het bloed zal het altaar bedekken met parfum, zoals van 23. Dan zal de Meester verschijnen zoals Hij zou verschijnen --- in Zijn glorie.24. Hij zal zichzelf uitstrekken op het altaar, en het ontwaken in het leven, en in de dood
Dit is allemaal te vinden op bovenstaande sites. Laat u uw kind behandelen door lieden met deze hobby's?
Links voor Lezers
William Faulkner
http://www.olemiss.edu/depts/english/faulkner/index.html
Malcolm Lowry
http://www.soulfx.com/volcano/
Aldous Huxley
http://somaweb.org/
Robert Heinlein
http://www.heinleinsociety.org/
Charles Bukowski
http://bukowski.net/
J.G. Ballard
http://www.jgballard.com/index.php
Hoe de pers (soms) werkt
Een Imam moest naar een persconferentie in New York. De man maakte de oversteek per boot omdat hij niet durfde vliegen. Toen hij, eenmaal aangekomen, de loopplank afliep, kwam er een journalist naar hem toe, die hem, een microfoon onder de neus duwend vroeg: Monseigneur, wat vindt u van de hoeren in New York? Verbouwereerd reageerde de man: zijn er hoeren in New York? De volgende dag stond in de krant: Het eerste wat de Imam vroeg was 'Zijn er hoeren in New York?"
Met dank aan PeeWee. Humoristisch raadsman.
Stalker
A moment of Glory
Soms is een blik mooier dan wat dan ook. Kwam vanmiddag een stalker tegen. Hij wist dat ik het wist (dattie stalker was...) Ik keek'm in z'n smoel. Z'n blik draaide weg. Zoiets genereert een beter gevoel dan een veroordeling!!!!
In Groucho We Trust
Keep in mind!!!
Fake
Dit is een bootleg, waar McGuinn geen barst mee van doen had. Ik had'm cadeau gekregen van een ex-vriend, maar die deed me er geen plezier mee en bovendien bleek hij het goede heertje uit te hangen met de smaakvolle muziek van zijn echtgenote. Eigenlijk heb je zoiets niet in huis: maar het echtpaar is erop gesteld. Ik niet...Niet op't fakeplaatje en niet op't echtpaar....
Glenn Gould
Dit past op 1 GB mp-3
Bach: Das wohltemperierte klavier: Glenn Gould
Murder Ballads: Nick Cave and the Bad Seeds
Peace On You: Roger McGuinn
Other Peaple's Lives: Ray Davies
Compilatie: David Byrne and Talking Heads
Beethoven: Grosse Fuge and two other Sring Quartets
Bach: The Art of Fugue: The Candian Brass
The Gilded Palace of Sin: The Flying Burrito Brothers
Jazz from Hell: Frank Zappa
Sex and Religion: Steve Vay
Mass in C: W.A. Mozart
Bach: Grand Motets: Herreweghe
Dexter solved a Loyd problem, while Ramon is sleeping and dreaming
Tim Krabbé
Recensie op crimezone
Toevallig worden ze beiden op dezelfde dag bezorgd: Een goede dag voor de ezel, van Tim Krabbé, en de biografie van Simon Vestdijk, geschreven door Wim Hazeu. Verschil: zo’n 700 pagina’s. Vestdijk heeft meer dan vijftig boeken op zijn naam, Krabbé vooralsnog een stuk of tien, maar wat niet is kan komen. Tenslotte debuteerde Vestdijk pas toen hij dik in de dertig was en hield hij het schrijven vol tot het eind van zijn leven. Vestdijk was een stevige roker, dronk behoorlijk en schreef zich van depressie naar depressie. Krabbé is in alle opzichten Vestdijk’s tegenpool. Vestdijk kon vermoedelijk niet eens fietsen. Krabbé heeft jarenlang gefietst in de hogere regionen en haalde daar De Renner uit, één van de weinige boeken over sport waarvan de auteur de research helemaal zelf heeft doorvoeld. Vestdijk bedacht zijn materiaal. Krabbé beleefde het. Vestdijk leefde voornamelijk binnen de grenzen van zijn eigen universum, de huiskamer. Krabbé niet. Wielrennen, schaken, schrijven, Krabbé combineert het allemaal. Vestdijk kon zich binnen dat immense oeuvre nog wel eens een uitglijder veroorloven. Van die vijftig boeken heeft ongeveer de helft de tand van de tijd doorstaan. Krabbé heeft het nooit gezocht in kwantiteit. Geen grote romans, geen literaire experimenten. Maar wat hij heeft geschreven staat nog steeds als een huis. Het gouden ei is inmiddels uitgegroeid tot een klassieker. Twee keer verfilmd, maar in beide gevallen blijft het boek beter dan de film. Krabbé is niet in een hokje te stoppen. Schijnbaar eenvoudig, en met geen woord te veel wekt hij zijn personage’s tot leven. Om ze vervolgens in situaties te brengen die doen denken aan omstandigheden die ontsproten zijn aan de bizarre geest van Edgar Allan Poe. Alleen heeft Krabbé de lak van de gothische romantiek niet nodig om de horror uit het dagelijks leven te schilderen. Een goede dag voor de ezel, is een logische parel in de ketting van de Krabbé s juweeltjes. Alleen al de eerste zin: “Gelukkig zijn was het makkelijkste wat er was.” Kan zo bijgezet worden in de serie “beste eerste zinnen.” Net als: “De portier is een invalide,” uit Nooit meer slapen, van W.F. Hermans, een opening om in te lijsten. Wat er ook gebeurt, het kan alleen maar slechter worden. Er ontvouwt zich een subtiel drama, de formule waarop Krabbé het patent lijkt te hebben. Een toevallige samenloop van omstandigheden en een toevallig gehoorde, beledigende opmerking in een streekbus, vormen de aanzet tot een keten van gebeurtenissen die tijdens het lezen achteloos voorbij lijkt te komen, maar aan het slot samenvallen tot een macabere ontknoping. Toeval speelt een grote rol in dit boek. Vaak een truc om een plot sluitend te maken, maar in Een goede dag voor de ezel, een logisch gegeven. Toeval speelt ook een grote rol in het leven, al denkt menigeen dat het lot niet door toeval, maar door wilskracht wordt bepaald. Op het verkeerde moment, op de verkeerde plek zijn, is vaker een noodlottige gebeurtenis, dan een uitgekiende moord. Krabbé maakt weer eens duidelijk dat goed en kwaad balletje vormen dat alle kanten op rollen. Dat het vaak de verkeerde is valt de schrijver niet aan te rekenen. Een boek dat pas op z’n plek valt wanneer je er een paar dagen over hebt nagedacht. Bedrieglijk eenvoudig. Krabbé weet uit een minimum aan woorden een maximaal effect te halen. Weinig schrijvers die hem dat nadoen. Glashelder…
Huxley
An intellectual is a person who has discovered something more interesting than sex
A country which proposes to make use of modern war as an instrument of policy must possess a highly centralized, all-powerful executive, hence the absurdity of talking about the defense of democracy by force of arms. A democracy which makes or effectively prepares for modern scientific war must necessarily cease to be democrat
Maybe this world is another planet's hell.
Speed provides the one genuinely modern pleasure
Ye shall know the truth, and the truth shall make you mad
The proper study of mankind is books.
Aldous Huxley
A Cosmic Joke
Voor de meeste mensen is Einstein gewoon een naam, een foto met een man, type nerd, weelderige grijze haardos, die op een merkwaardige foto, spottend zijn tong uitsteekt. En de formule: E=MC kwadraat. Daarmee houdt het zo’n beetje op. Einstein was in tegenstelling tot uitvinders als Edison, Wright broertjes en Ford niet een man die zich kon beroepen op een uitvinding die in de praktijk van het dagelijks leven een rol speelt.
Hij ontdekte iets wat er altijd al was, maar niet herkend werd. Vlak na de donkere middeleeuwen gooide Copernicus de knuppel in het (theologische) hoenderhok door te stellen dat het niet de zon was die om de aarde draaide, maar andersom. Zo werd de centrale plaats van een door God geschapen aarde als middelpunt van het heelal weggevaagd. Het constateren van dit feit kwam hard aan, vooral bij de gelovigen die ervan uitgingen dat de schepping, zoals die in het boek Genesis staat (voor de oplettende lezer is dat een vreemd boek: het bevat twee scheppingsversies) slechts zeven dagen werk was, in plaats van miljarden jaren evolutie. Een paar honderd jaar later bevestigde de Britse natuurkundige Newton (volgens de mythe omdat er een appel uit een boom op zijn hoofd viel) die stelling door vast te stellen dat het heelal bestond uit lichamen die allemaal een vaste baan beschreven, met de zwaartekracht als bindende factor. Daarna kwam Einstein, die aantoonde dat de logica van Newton weliswaar heel goed bruikbaar was in de ‘gewone’ wereld maar dat Newton’s wetten niet bruikbaar waren in de kosmos, en op het niveau van de kleinste deeltjes. Voor het dagelijks leven was er niks aan de hand, een pond koffie bleef een pond koffie. Einstein toonde de correlatie aan tussen massa en gravitatie. Daarom weten we nu dat er meer koffie in een pond gaat als je het op de maan weegt. Bovendien vroeg hij zich af wat er zou gebeuren als je met de snelheid van het licht in een scheerspiegel zou kijken. Dat soort gedachten kon hij niet in de praktijk toetsen, dus bleef er niks anders over dan een wiskundig model te maken van ruimte, tijd en (zwaarte(kracht). Het kwam erop neer dat de lichtsnelheid constant was met ongeveer 300.000 km per seconde. En dat tijd, gemeten door een klok, langzamer ging naarmate een lichaam zich sneller beweegt. En dat beweging niet is vast te stellen, omdat er altijd een punt moet zijn ten opzichte waarvan je je beweging vaststelt. Zo gaat dat: de aarde draait om de zon, de zon draait weer mee in een sterrenstelsel en dat beweegt weer rond een ander stelsel enz. Kortom: Einstein zette de natuurkundige wereld op zijn kop door te stellen dat alles relatief is en het heelal geen ijkpunt kent. Het is maar vanaf welk punt je de zaak bekijkt. Hij toonde aan dat de lichtsnelheid absoluut is. Om die te kunnen overschrijden is een oneindige hoeveelheid massa / energie nodig. Reizen sneller dan het licht zou daarom het einde betekenen van het heelal zoals we dat nu kennen. Jean Claude Caririére heeft over deze materie een toegankelijk, langs wetenschap en filosofie scherend, boek gemaakt. (Bezige Bij) Hij laat een denkbeeldige Einstein aan het woord, die door een jonge studente aan de tand wordt gevoeld. Door haar ogen krijg je een kijkje in Einstein’s Brain. Het boek stopt op het punt van de kwantumfysica. Logisch, want Einstein heeft zich daar niet in kunnen vinden om de reden dat de kwantumtheorie uitgaat van een onzekerheidsprincipe en de observator van een kwantumonderzoek altijd zo’n onderzoek stuurt, omdat hij een onderdeel in de meting is. “God dobbelt niet” beweerde Einstein stellig. Daarover is het laatste woord niet gesproken, maar intussen is de theorie van de oude Albert wél stevig overeind gebleven. Maar absoluut, nee....Ooit vroeg een journaliste aan Einstein: “Mijnheer, zou u de theorie in een paar zinnen kunnen uitleggen?” “Dat kan ik wel,” antwoordde Einstein, “maar de vraag is of u het in een paar zinnen begrijpt.” In Einstein, vertel eens,” is dat uitleggen de schrijver aardig gelukt.
Albert Joking
De Oerknal
De Oerknal
Uitgave: De Arbeiderspers
Simon Singh
2005 was het Mozart jaar en dat zullen we weten. Alle publieke omroepen proberen elkaar te overtreffen in de Mozart manie. Van kleuteropera tot taartjes, van classic FM tot de concertzender. Het is allemaal Mozart. Misschien is het vloeken in de kerk, maar ik ben van mening dat Mozart weliswaar een paar briljante pianoconcerten in elkaar heeft gezet, maar het probleem is dat dat materiaal nauwelijks verkrijgbaar is. En helaas is elke noot vastgelegd, zelfs opera’s die’t wonderkind op zijn tiende bedacht. Knap voor een knaapje, maar niet te genieten als je geen musiciloog bent. Tip: koop nooit een goedkope cd met werk van Mozart. Alfred Brendel weet zijn pianowerk de diepte te geven die het verdient. De rest is meestal rommel. En nu ik toch associeer: Mozart liefde was de opera. Hij was dus een soort Lloyd Webber voor de Oostenrijkse society. Mozart wordt het grootste genie allertijden genoemd. Te veel eer. Ik durf te beweren dat oude Bach een veel groter componist was dan die bepruikte muziekfabriek.
2005 was ook Einstein jaar. Het hele jaar niets van gemerkt. Einstein doet het slecht op koekblikken en Weens gebak. Einstein speelde overigens graag viool, Deed dat slecht, maar pretendeerde er ook niks mee . Zowel Einstein en Bach gingen uit van theoretische modellen. Daarom kun je Bach’s fuga’s in een sampler stoppen en het blijft Bach. De noten, daar gaat het om. Slechtere componisten hechten aan interpretatie van noten. Bach moet je niet interpreteren en al helemaal opvullen met romantische klanken.
“De belangrijkste ontdekking ooit,” schrijft Simon Singh ergens in zijn boek. De meningen daarover zijn verdeeld. De evolutietheorie van Darwin is waarschijnlijk meer omstreden. Vooral op basis van religieuze argumenten. In bijbel en koran staat nadrukkelijk geschreven dat dieren en mensen van volstrekt verschillende aard zijn en dat de mens het recht heeft het dier te onderwerpen. Pijnlijk voor de gelovigen om dan te horen dat zijn voorouders niet Adam en Eva zijn, maar waarschijnlijk een aap met een genetische afwijking. Met die onderwerping zit het wel goed, maar daarvoor hoef je geen christen te zijn. De ontdekking van Edwin Hubble dat we leven in een heelal dat uitdijt wekte in 1923 veel belangstelling in de wetenschappelijke wereld. Einstein’s relativiteitstheorie was een gedachtesprong die veel filosofische vragen opriep, maar moeilijk is te weerleggen. Uit Hubble’s constatering dat bijna alle sterrenstelsels zich met steeds grotere snelheid van elkaar af bewegen kan zelfs een leek afleiden dat die stelsels daarvoor dichter bij elkaar waren. Zo’n vijftien milard jaar geleden moeten ze zo dicht op elkaar zijn geweest dat het hele heelal een soort oneindige dichtheid had. Misschien een miljardste van een speldenknop, maar zelfs dat is onwaarschijnlijk. Einstein’s theorie was niet in tegenstelling met het idee dat tijd en ruimte een beginstadium hebben, maar Einstein had geen oplossing voor welke wetten er bestonden op het moment dat dit heelal ontstond. Singh weet het evenmin, maar heeft een lekker toegankelijk boek geschreven over de aanloop naar de feiten zoals we nu kennen. Het begint eigenlijk in de tijd van de “verlichting” een tijd die niet geheel toevallig zo wordt genoemd. Het theologische model werd na de middeleeuwen langzaam vervangen door wetenschap. Logica versus geloof, een combinatie die onverenigbaar is. Hoe meer je weet, hoe minder je gelooft. Hoe meer je weet hoe groter de twijfel want in de wetenschap is het, in tegenstelling tot de religie, bijna altijd zo dat een theorie door een andere –betere- theorie te vervangen. Niets is zeker en zelfs dat niet. Een aardige paradox. Paradoxaal is ook dat de zoektocht naar het oneindige grote automatisch leidt tot een zoektocht naar het oneindige kleine. De wereld heeft het lang gedaan met Newton’s wetten over banen en zwaartekracht. Hij had het bijna goed, maar helaas voor Newton werd zijn theorie door Einstein aan flarden geschoten. Op zijn beurt is Einstein’s theorie eveneens onvolledig. Als het gaat om de allerkleinste deeltjes kloppen Einstein’s beweringen evenmin als die van Newton. Nog tijdens Einstein’s leven kwamen Planck en Bohr met de kwantumtheorie. Die theorie vond Einstein zo krankzinnig dat hij het afdeed met de stelling dat God niet dobbelt. De kwantumtheorie is zo absurd omdat onzekerheid, iets wat gelovigen en wetenschappers moeilijk aanvaarden, een rol speelt. En omdat er niets objectief kan worden waargenomen. Want elke waarneming is deel van wat wordt waargenomen en beinvloedt het resultaat. Als iemand naar een deeltje kijkt kan hij de snelheid zien of de plek. Maar beide tegelijk is onmogelijk. Kortom: “It’s all in the eye of the beholder.” Moeilijk terrein waaraan je niks hebt in het dagelijks leven. De kwantummechanica sluit niet uit dat alles een illusie is. Leuk om over te filosoferen. Maar in zekere zin ook angstaanjagend. Voorlopig kunnen we het doen met Simon Sings’ beschrijving van wat er allemaal nodig was om dogma’s te weerleggen en feiten te verklaren. Het lijkt erop dat we deel zijn van iets onvoorstelbaars. Wat was er voor de Big Bang? Die vraag zou Singh graag hebben beantwoord. Stephen Hawking ook. Wat was er voor er ruimte en tijd was? Kan er iets uit niets ontstaan? Het enige dat zeker is dat de oerknal geluidloos was. Oerflits is een betere formulering. Geluid zich plant verplaatst zich door materie zoals lucht. En lucht bestaat niet buiten de dampkring. De ontploffingen in Star Wars zijn spectaculair, maar voor het effect hebben d schrijvers de feiten ruim benut. Het grote probleem: is er werkelijkheid als niemand kijkt? Who knows? En hoeveel tijd is geen tijd? Een lekkere aflevering van Star Trek gaat er wel in als je dit dikke boek van Singh achter de kiezen hebt. Daarin gebeuren tenminste gewone dingen. En passant: onlangs heeft Stephen Hawking zijn menig over zwarte gaten herzien. Zwarte gaten zijn het effect van grote sterren die ineenstorten door hun eigen zwaartekracht. In een zwart gat bestaat tijd noch ruimte. Hawking heeft ontdekt dat er wel informatie uit zo’n gat sijpelt en dat betekent dat de hele kosmologie op losse schroeven staat. Therotisch zou de kwantummechanica wel eens het ei van Clolumbus kunnen zijn. Dat zou een grotere omwenteling zijn dan elke andere theorie. Maar laat het nou net die theorie zijn, die zich niet aan oorzaak en gevolg houdt. De theoretische fysica leert ons steeds meer over het heelal. Descartes opmerking “Ik denk, dus ik besta,” is geen voldongen feit meer. De Big Bang is nauwelijks te begrijpen. Maar de kwantumfyisica lost meer vragen op dan elke andere theorie. Alleen begrijpt geen sterveling hoe de kwantumfysica werkt. En nog even over Einstein: E=MC Kwadraat. Dat betekent dat de lichtsnelheid nooit kan worden overschreden, omdat C, de snelheid van het licht energie nodig heeft. Maar in het heelal is geen kracht te vinden die zoveel energie levert. Gebeurt dat wel dan bestaat er geen heelal meer. Maar: de kwantummechenica sluit niet uit dat deeltjes met een grotere dan de lichtsnelheid bestaan... Singh heeft er een onderhoudend boek over gemaakt. Toegankelijk en helder. Soms wat oppervlakkig. Maar het is een grote verdienste dat een schrijver deze filosofische vragen helder probeert uit te leggen aan publiek dat wel eens verder wil kijken dat de pulp van Discovery.
Bitter Bierce!!!!!
A person who doubts himself is like a man who would enlist in the ranks of his enemies and bear arms agains himself. He makes his failure certain by himself being the first person to be convinced of it. Ambrose Bierce A total abstainer is one who abstains from everything but abstention, and especially from inactivity in the affairs of others. Ambrose Bierce Ability is commonly found to consist mainly in a high degree of solemnity. Ambrose Bierce Absence blots people out. We really have no absent friends. Ambrose Bierce Abstainer: a weak person who yields to the temptation of denying himself a pleasure. Ambrose Bierce Absurdity, n.: A statement or belief manifestly inconsistent with one's own opinion. Ambrose Bierce Academe, n.: An ancient school where morality and philosophy were taught. Academy, n.: A modern school where football is taught. Ambrose Bierce Acquaintance. A person whom we know well enough to borrow from, but not well enough to lend to. Ambrose Bierce Admiration, n. Our polite recognition of another's resemblance to ourselves. Ambrose Bierce All are lunatics, but he who can analyze his delusions is called a philosopher. Ambrose Bierce Ambidextrous, adj.: Able to pick with equal skill a right-hand pocket or a left. Ambrose Bierce An egotist is a person of low taste-more interested in himself than in me. Ambrose Bierce Anoint, v.: To grease a king or other great functionary already sufficiently slippery. Ambrose Bierce Ardor, n. The quality that distinguishes love without knowledge. Ambrose Bierce Bacchus, n.: A convenient deity invented by the ancients as an excuse for getting drunk. Ambrose Bierce Barometer, n.: An ingenious instrument which indicates what kind of weather we are having. Ambrose Bierce Battle, n., A method of untying with the teeth a political knot that would not yield to the tongue. Ambrose Bierce Beauty, n: the power by which a woman charms a lover and terrifies a husband. Ambrose Bierce Belladonna, n.: In Italian a beautiful lady; in English a deadly poison. A striking example of the essential identity of the two tongues. Ambrose Bierce Bigot: One who is obstinately and zealously attached to an opinion that you do not entertain. Ambrose Bierce Bore, n. A person who talks when you wish him to listen. Ambrose Bierce Brain: an apparatus with which we think we think. Ambrose Bierce Bride: A woman with a fine prospect of happiness behind her. Ambrose Bierce Cabbage: a familiar kitchen-garden vegetable about as large and wise as a man's head. Ambrose Bierce Calamities are of two kinds: misfortunes to ourselves, and good fortune to others. Ambrose Bierce Childhood: the period of human life intermediate between the idiocy of infancy and the folly of youth - two removes from the sin of manhood and three from the remorse of age. Ambrose Bierce Clairvoyant, n.: A person, commonly a woman, who has the power of seeing that which is invisible to her patron - namely, that he is a blockhead. Ambrose Bierce Cogito cogito ergo cogito sum - I think that I think, therefore I think that I am. Ambrose Bierce Confidante. One entrusted by A with the secrets of B confided to herself by C. Ambrose Bierce Conservative, n: A statesman who is enamored of existing evils, as distinguished from the Liberal who wishes to replace them with others. Ambrose Bierce Consult: To seek approval for a course of action already decided upon. Ambrose Bierce Corporation: An ingenious device for obtaining profit without individual responsibility. Ambrose Bierce Coward: One who, in a perilous emergency, thinks with his legs. Ambrose Bierce Cynic, n: a blackguard whose faulty vision sees things as they are, not as they ought to be. Ambrose Bierce Dawn: When men of reason go to bed. Ambrose Bierce Day, n. A period of twenty-four hours, mostly misspent. Ambrose Bierce Death is not the end. There remains the litigation over the estate. Ambrose Bierce Debt, n. An ingenious substitute for the chain and whip of the slavedriver. Ambrose Bierce Deliberation, n.: The act of examining one's bread to determine which side it is buttered on. Ambrose Bierce Destiny: A tyrant's authority for crime and a fool's excuse for failure. Ambrose Bierce Doubt begins only at the last frontiers of what is possible. Ambrose Bierce Doubt is the father of invention. Ambrose Bierce Doubt, indulged and cherished, is in danger of becoming denial; but if honest, and bent on thorough investigation, it may soon lead to full establishment of the truth. Ambrose Bierce Edible, adj.: Good to eat, and wholesome to digest, as a worm to a toad, a toad to a snake, a snake to a pig, a pig to a man, and a man to a worm. Ambrose Bierce Education, n.: That which discloses the wise and disguises from the foolish their lack of understanding. Ambrose Bierce Egotism, n: Doing the New York Times crossword puzzle with a pen. Ambrose Bierce Egotist: a person more interested in himself than in me. Ambrose Bierce Egotist: A person of low taste, more interested in himself than in me. Ambrose Bierce Experience is a revelation in the light of which we renounce our errors of youth for those of age. Ambrose Bierce Faith: Belief without evidence in what is told by one who speaks without knowledge, of things without parallel. Ambrose Bierce Famous, adj.: Conspicuously miserable. Ambrose Bierce Fork: An instrument used chiefly for the purpose of putting dead animals into the mouth. Ambrose Bierce Genealogy, n. An account of one's descent from a man who did not particularly care to trace his own. Ambrose Bierce Happiness: an agreeable sensation arising from contemplating the misery of another. Ambrose Bierce History is an account, mostly false, of events, mostly unimportant, which are brought about by rulers, mostly knaves, and soldiers, mostly fools. Ambrose Bierce I believe we shall come to care about people less and less. The more people one knows the easier it becomes to replace them. It's one of the curses of London. Ambrose Bierce I never said all Democrats were saloonkeepers. What I said was that all saloonkeepers are Democrats. Ambrose Bierce Immortality: A toy which people cry for, And on their knees apply for, Dispute, contend and lie for, And if allowed Would be right proud Eternally to die for. Ambrose Bierce In our civilization, and under our republican form of government, intelligence is so highly honored that it is rewarded by exemption from the cares of office. Ambrose Bierce Inventor: A person who makes an ingenious arrangement of wheels, levers and springs, and believes it civilization. Ambrose Bierce It is evident that skepticism, while it makes no actual change in man, always makes him feel better. Ambrose Bierce Land: A part of the earth's surface, considered as property. The theory that land is property subject to private ownership and control is the foundation of modern society, and is eminently worthy of the superstructure. Ambrose Bierce Lawsuit: A machine which you go into as a pig and come out of as a sausage. Ambrose Bierce Learning, n. The kind of ignorance distinguishing the studious. Ambrose Bierce Liberty: One of Imagination's most precious possessions. Ambrose Bierce Litigation: A machine which you go into as a pig and come out of as a sausage. Ambrose Bierce Logic: The art of thinking and reasoning in strict accordance with the limitations and incapacities of the human misunderstanding. Ambrose Bierce Love: A temporary insanity curable by marriage. Ambrose Bierce Mad, adj. Affected with a high degree of intellectual independence. Ambrose Bierce Mammon, n.: The god of the world's leading religion. Ambrose Bierce Marriage, n: the state or condition of a community consisting of a master, a mistress, and two slaves, making in all, two. Ambrose Bierce Mayonnaise: One of the sauces which serve the French in place of a state religion. Ambrose Bierce Meekness: Uncommon patience in planning a revenge that is worth while. Ambrose Bierce Men become civilized, not in proportion to their willingness to believe, but in proportion to their readiness to doubt. Ambrose Bierce Ocean: A body of water occupying about two-thirds of a world made for man - who has no gills. Ambrose Bierce Optimism: The doctrine that everything is beautiful, including what is ugly, everything good, especially the bad, and everything right that is wrong... It is hereditary, but fortunately not contagious. Ambrose Bierce Painting, n.: The art of protecting flat surfaces from the weather, and exposing them to the critic. Ambrose Bierce Patience, n. A minor form of dispair, disguised as a virtue. Ambrose Bierce Perseverance - a lowly virtue whereby mediocrity achieves an inglorious success. Ambrose Bierce Philosophy: A route of many roads leading from nowhere to nothing. Ambrose Bierce Photograph: a picture painted by the sun without instruction in art. Ambrose Bierce Politeness, n: The most acceptable hypocrisy. Ambrose Bierce Politics: A strife of interests masquerading as a contest of principles. The conduct of public affairs for private advantage. Ambrose Bierce Positive, adj.: Mistaken at the top of one's voice. Ambrose Bierce Pray, v.: To ask that the laws of the universe be annulled in behalf of a single petitioner confessedly unworthy. Ambrose Bierce Pray: To ask the laws of the universe to be annulled on behalf of a single petitioner confessedly unworthy. Ambrose Bierce Prescription: A physician's guess at what will best prolong the situation with least harm to the patient. Ambrose Bierce Quotation, n: The act of repeating erroneously the words of another. Ambrose Bierce Religion. A daughter of Hope and Fear, explaining to Ignorance the nature of the Unknowable. Ambrose Bierce Revolution, n. In politics, an abrupt change in the form of misgovernment. Ambrose Bierce Saint: A dead sinner revised and edited. Ambrose Bierce Speak when you are angry and you will make the best speech you will ever regret. Ambrose Bierce Spring beckons! All things to the call respond; the trees are leaving and cashiers abscond. Ambrose Bierce Success is the one unpardonable sin against our fellows. Ambrose Bierce Suffrage, noun. Expression of opinion by means of a ballot. The right of suffrage (which is held to be both a privilege and a duty) means, as commonly interpreted, the right to vote for the man of another man's choice, and is highly prized. Ambrose Bierce Sweater, n.: garment worn by child when its mother is feeling chilly. Ambrose Bierce Telephone, n. An invention of the devil which abrogates some of the advantages of making a disagreeable person keep his distance. Ambrose Bierce The best thing to do with the best things in life is to give them up. Ambrose Bierce The covers of this book are too far apart. Ambrose Bierce The gambling known as business looks with austere disfavor upon the business known as gambling. Ambrose Bierce The hardest tumble a man can make is to fall over his own bluff. Ambrose Bierce The slightest acquaintance with history shows that powerful republics are the most warlike and unscrupulous of nations. Ambrose Bierce The small part of ignorance that we arrange and classify we give the name of knowledge. Ambrose Bierce There are four kinds of Homicide: felonious, excusable, justifiable, and praiseworthy. Ambrose Bierce To be positive is to be mistaken at the top of one's voice. Ambrose Bierce Vote: the instrument and symbol of a freeman's power to make a fool of himself and a wreck of his country. Ambrose Bierce War is God's way of teaching Americans geography. Ambrose Bierce We know what happens to people who stay in the middle of the road. They get run over. Ambrose Bierce We submit to the majority because we have to. But we are not compelled to call our attitude of subjection a posture of respect. Ambrose Bierce What this country needs what every country needs occasionally is a good hard bloody war to revive the vice of patriotism on which its existence as a nation depends. Ambrose Bierce When you doubt, abstain. Ambrose Bierce Who never doubted, never half believed. Where doubt is, there truth is - it is her shadow. Ambrose Bierce
Back from Rio
As a very longtime lover of Roger McGuinn, having seen him a number of times, including this past year, sitting front row center in a small venue, I absolutely love this album. If you listen to it more than a cursory once, and especially on a good stereo or better yet, through good headphones, you will realize what a spectacular album this is. Give it a chance and it will grow on you (if it doesn't instantly knock you out, like it did me). http://www.mcguiincom
Rickenbackermasterpiece
www.mcguinn.com
Dexter
Anton Wachter bij het grofvuil
Anton Wachter bij het groffe vuil....
Harlingen. Soms lijkt het alsof de geest van Vestdijk er nog rondspookt. Waar vind je nog een stad waar de burgemeester je persoonlijk even belt als hij vindt dat ’t journaille hem niet helemaal geloofd? En die hoogstpersoonlijk een echte vuilverbrandingsoven aan het wad binnenloodst... "De lucht in Lahringen is dan schoner dan die boven Antarctica," verzekerde de geparachuteerde bobo. Waar kon je tot voor kort een heuse schouwburg met alles erop en eraan voor een halve euro kopen? En waar vind je een stad die een literaire prijs –De Anton Wachter Prijs, jawel, uitreikt aan een debuut, waarvan jurylid Martin Ros toch echt beweerde, dat het zonde was van de bomen die voor’t papier van het boek gekapt waren? Het mocht niet verhinderen dat Christiaan Weijts, hem, zoals voorspeld, kreeg voor zijn indrukwekkende roman Artikel 285 B. Weijts mocht een replica van het standbeeld van Anton Wachter meenemen. Het werd hem tijdens een indrukwekkend gala overhandigd. Wat vooral opviel was de afwezigheid van de jury en de toespraken van menig spreker, die, noch Weijts, noch Vestdijk had gelezen. Dat Vestdijk’s nalatenschap, literatuur in het algemeen en Lahringen er geen innige banden op nahouden: soit. Maar om nou op deze manier als gemeente je gram te halen....Of zou Ros even langs zijn geweest? Of, wederom een smerige streek van Vestdijk’s narrige stadse kwelgeest, Mijnheer Visser??
En passant verklaarde Mieke Vestdijk dat Ierse Nachten de mooiste roman was van de Lahringse reus en Op Afbetaling de meest nare. Lang geleden dat Mieke zich liet interviewen. Een primeur dus.
Meneer Scheffer
Mieke Vestdijk
Anton bij het oud papier


